IMF overweegt toewijzing van sdr's

WASHINGTON, 27 SEPT. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft een voorstel gedaan om enkele tientallen miljarden guldens in de wereldeconomie te pompen door een nieuwe toewijzing van speciale trekkingsrechten (sdr's). Vooral de Oosteuropese landen kunnen profiteren van deze kunstmatige liquiditeiten van het fonds.

Dit heeft IMF-topman Michel Camdessus gisteren bekendgemaakt voor het begin van de jaarvergadering van IMF en Wereldbank. De ministers van financiën zullen naar verwachting zondag akkoord gaan met de toewijzing van sdr's. Over de precieze omvang zal naar verwachting pas volgend voorjaar worden beslist.

Het onverwachte voorstel is opmerkelijk, omdat twee jaar geleden tijdens de jaarvergadering in Madrid nog een openlijke ruzie uitbrak tussen de industrielanden en ontwikkelingslanden over een nieuwe toewijzing van sdr's. Het IMF-bestuur wilde toen 36 miljard sdr (90 miljard gulden) toewijzen aan alle lidstaten. De industrielanden, onder aanvoering van Duitsland, verzetten zich hiertegen uit vrees voor inflatie. Zij wensten een geringere toewijzing die uitsluitend ten goede zou komen aan de 38 landen die pas na de laatste sdr-allocatie van 1981 toetraden en daarom nooit sdr's hadden gekregen. Het gaat hierbij met name om ex-communistische landen. De ontwikkelingslanden waren hier fel op tegen, omdat zij dan niet zouden profiteren. Intussen was bij alle IMF-lidstaten wel het besef gegroeid dat uit oogpunt van rechtvaardigheid iets voor de nieuw aangesloten landen moest worden gedaan.

IMF-topman Camdessus heeft nu een compromisvoorstel geformuleerd dat uitgaat van een toewijzing van 26 miljard sdr aan alle lidstaten. De allocatie moet ertoe leiden dat de lidstaten relatief evenveel sdr's in bezit hebben. Hierbij geldt als maatstaf het economisch gewicht van de landen, zoals dat tot uitdrukking komt in de bij het IMF door elk land ingelegde quota. Elk land zal na de allocatie een zelfde percentage van zijn quota aan sdr's bezitten. Dat betekent dat veel ex-communistische landen extra sdr's ontvangen. Overigens komt toch nog altijd de helft van de sdr's bij de industrielanden terecht. Nederland zou 600 miljoen sdr ontvangen.

In IMF-kringen is de verwachting dat uiteindelijk minder dan de door Camdessus voorgestelde 26 miljard sdr. Voor de bijzondere allocatie is amendering van een van de IMF-artikelen nodig. De nationale parlementen moeten vervolgens hun fiat geven, waardoor de allocatie waarschijnlijk pas over zo'n twee jaar kan worden geëffectueerd. Alle landen kunnen zonder enige beperking van de hun toegewezen sdr's gebruikmaken.