'Het is gewoon om weg te zijn'

Vrouwen en drugs, daar konden we gisteravond op de tv bijna een overdosis van krijgen. Het moet toeval zijn geweest, tenzij de Netmanager van het heelal heeft gedacht: “Zondaars, het wordt tijd dat ik eens afreken met die merkwaardige zwarte romantiek die jullie nog altijd verbinden aan harddrugs. Wat zien jullie toch in die Brood, en waarom holt nu iedereen opeens naar Trainspotting?”

Zo kregen we twee films voorgeschoteld die doordesemd waren van het ergst denkbare junkieverdriet. Een BBC-team van Picture this volgde in een plaatsje bij Cardiff de strijd van een aantal moeders tegen de drugsdealers die daar ook op het platteland oprukken. Centraal stond één moeder die bij het begin van de film drie van haar vier zoons aan de drugs weet.

In andere gezinnen vallen de eerste doden onder jonge drugsgebruikers, maar deze moeder weet het tij enigszins te keren. Aan het einde van de film heeft ze twee van haar drie zoons van de ondergang gered. Bovendien is haar actiegroep erin geslaagd een groot aantal dealers uit het dorp te weren.

Eind goed, al goed? Nauwelijks. De film toonde hartverscheurende beelden van moeders die elkaar vergeefs probeerden te troosten over het verlies van hun kind. Er kwamen opvallend weinig vaders in beeld, die waren misschien aan het darten in de pub. Eén moeder liet zich filmen naast de openstaande lijkkist van haar zoon. “Dit is de hel, ik weet dat ik hier nooit meer overheen kom.”

De IKON bracht de film Sneeuwwitje, een eindexamenfilm van Jelka Anhalt voor de Nederlandse Film en Televisie Academie. Het was even wennen, zo kort na de directe, conventionele BBC-documentaire. De verhalen van drie vrouwen lopen in Sneeuwwitje door elkaar, en pas na verloop van tijd besef je met een schok dat één van die vrouwen de filmmaakster zèlf moet zijn. Zij is de vrouw van wie we aan het begin een jeugdfoto te zien krijgen. Toen was ze nog 'een onschuldig schoolmeisje', vertelt ze, maar later zou ze 'die verslaafde, magere vrouw' worden 'die drie tanden miste'.

Ze is nu in verwachting en we zijn getuige van haar bezoek aan een arts, tegen wie ze haar drugsverleden - vijf jaar verslaafd - toegeeft. “Ik ben verbaasd en geschokt dat die periode ook bij mijn leven hoort”, vertelt ze. “Mijn angst hierover te vertellen...en toch is dit wat ik óók geweest ben.”

We volgen de filmmaakster bij de bezoeken aan twee andere vrouwen, van wie er één nog steeds verslaafd is. Deze Shirley groeit uit tot de tragische hoofdpersoon van de film. Ze moet zich met haar uitgeteerde lichaam nog steeds prostitueren, hoewel ze inmiddels een beroerte heeft gekregen. Ze zal het niet halen, aan het einde van de film zien we haar opgebaard liggen in een lijkkist. (Het was, inderdaad, een avond vol lijkkisten - wie zei ook alweer dat tv-kijken per definitie een kwestie van vermaak is?)

Ook de derde vrouw vergaat het slecht: zij blijkt HIV-negatief, wat des te wranger is omdat ze inmiddels is afgekickt. Alleen met de regisseuse is het goed afgelopen, zij meldt althans op de aftiteling: “Zelf heb ik een zoon gekregen.”

Het was een sobere, effectieve film. De inhoud was bekend, maar de vorm gaf er een dwingende betekenis aan. Toch bleef het mysterie van de gebruiker onopgelost, ook in deze film van een insider. Waarom richt iemand zich op deze verschrikkelijke manier te gronde? Daarvoor heb ik nog nooit een afdoende verklaring gehoord. Ook niet van Shirley, die zei: “Ik weet niet wat ik zocht, het is gewoon om weg te zijn.”