Het beste verzinsel van de wereld; Karlsson van het dak, held voor iedereen

In zijn nabijheid verschrompelt de grote Gatsby tot een miezerig dwergje. Astrid Lindgrens schepping Karlsson van het dak is een van de meest geslaagde helden uit de literatuurgeschiedenis. Ter gelegenheid van de Kinderboekenweek (2-12 oktober) belijdt Arnon Grunberg zijn bewondering voor Karlsson: “Karlsson kan niets. Behalve vliegen. Maar hij wil van alles en hij beweert voortdurend van zichzelf dat hij de beste is.”

De drie boeken over Karlsson zijn alleen nog verkrijgbaar als omnibus. Astrid Lindgren: Karlsson van het dak. Uitg. Ploegsma, 351 blz. Prijs ƒ 37,50.

Mijn voorbeeld is een held. Mijn voorbeeld is een klein dik mannetje dat kan vliegen, omdat hij een propeller op zijn rug heeft. Een dik mannetje dat in een huisje op het dak woont, boven de familie Erikson in Stockholm. Mijn voorbeeld heet Karlsson van het dak. En hoewel hij zelf beweert de zoon te zijn van Klaas Vaak en Moedertjelief, weten wij dat zijn moeder Astrid Lindgren heet.

Geen verhaal kan zonder held. Het is de held die je door de saaie passages heensleept, het is omwille van de held dat je blijft lezen. En niet om de sublieme stijl, het fraaie symbolisme of - weer zo'n uitdrukking die me een gruwel is - het mooie gevoel voor detail.

In Het rood en het zwart van Stendhal staan hele hoofdstukken die taai en saai zijn. Dat wij door blijven lezen, komt omdat de schepping van de held, Julien Sorel, zo goed gelukt is. Wij blijven lezen, omdat wij verder willen met Julien Sorel, tot zijn onthoofding en het liefst nog verder.

Een van de meest gelukte helden uit de literatuurgeschiedenis heet Karlsson van het dak. Hij kan moeiteloos concurreren met de grote namen die u zelf mag invullen en menig held komt er in vergelijking met Karlsson maar bekaaid vanaf. In zijn nabijheid verschrompelt de grote Gatsby tot de kleine Gatsby en wordt Albert Egberts een miezerig dwergje.

Wat is het geheim van Karlsson? Wat maakt hem zo onweerstaanbaar? Hoe komt het dat hij nog beter gelukt is dan die andere helden van Astrid Lindgren, zoals Michiel van de Hazelhoeve, Pipi Langkous en de kinderen van Bolderburen? Karlsson is grappig. Karlsson is verschrikkelijk grappig. Hij is de grappigste held - bij mijn weten - uit de literatuur. Ik heb gemiddeld een keer per bladzijde gelachen en dat op een totaal van 351 bladzijden. Dat haalt geen ander boek. Maar er is meer.

Karlsson kan niets. Behalve vliegen. Maar hij wil van alles en hij beweert voortdurend van zichzelf dat hij de beste is. Daarbij heeft hij de neiging op anderen, in dit geval de familie Erikson, te parasiteren, terwijl hij ze het gevoel geeft dat het andersom is. Leest u maar even mee:

'Juffrouw Mus stond over de pan gebogen met een gehaktballetje in haar hand. Ze had het net in haar mond willen stoppen, maar toen ze Karlsson zo opeens te zien kreeg, bleef ze hem stokstijf staan aanstaren.

'Zo'n gulzig meisje heb ik nog nooit van mijn leven gezien', riep Karlsson. En hij schoot naar beneden, regelrecht op haar af, griste haar het gehaktballetje uit de hand, slokte het op en steeg weer haastig naar het plafond.

Maar toen kwam er beweging in juffrouw Mus. Ze gaf een gil, pakte een mattenklopper en ging daar Karlsson mee achterna.'

Juffrouw Mus is de hulp in de huishouding en alleen al om deze juffrouw Mus, zij wordt de Huismus genoemd, zou u zich de boeken van Karlsson niet mogen laten ontgaan. Over de Huismus later meer.

Al een keer heb ik het over het belang van geloofwaardigheid gehad. Is een dik mannetje dat kan vliegen en op het dak woont geloofwaardig? Nee, maar het geniale van Astrid Lindgren is dat zij dat zelf ook weet. De familie Erikson, met uitzondering van Erik Erikson, heeft grote moeite in het bestaan van Karlsson van het dak te geloven, en als ze uiteindelijk onder ogen moeten zien dat hij echt bestaat, schrikken ze terug voor de consequenties die het bestaan van Karlsson in je directe nabijheid nu eenmaal met zich meebrengt.

Lindgren maakt het ongelooflijke geloofwaardig door te benadrukken hoe raar het is dat er dikke vliegende mannetjes bestaan. Dat het zelfs verschrikkelijk raar is, maar dat er nu eenmaal zo af en toe verschrikkelijk rare dingen op deze wereld gebeuren. Na een paar hoofdstukken is de lezer dan ook, net als de familie Erikson, gecapituleerd. Karlsson is geen verzinsel. Karlsson bestaat.

Hoewel Karlsson over zichzelf zegt, 'als ik een verzinsel ben, dan ben ik toevallig wel het beste verzinsel van de wereld'. Nee, iemand die zoiets over zichzelf beweert kan geen verzinsel zijn.

Gewoon

Het boek begint in een heel gewone straat, in een heel gewoon huis, waar een hele gewone familie woont die Erikson heet. Het is heel slim van Lindgren te benadrukken hoe gewoon deze familie is, want al een paar bladzijden verder introduceert zie iets behoorlijk ongewoons: Karlsson.

Hij komt dan de kamer van Erik Erikson, de jongste zoon van de familie, binnengevlogen. Dat gaat zo:

' 'Hoe heet je?' vroeg Karlsson.

'Erik', zei Erik. 'Ik heet Erik Erikson.'

'Kijk eens aan, wat een verschillen zijn er toch - ik, ik heet Karlsson, en verder niets. Hai, die Erik!'

'Hai, die Karlsson', zei Erik.

'Hoe oud ben je?' vroeg Karlsson.

'Zeven jaar', zei Erik.

'Goed zo, doorgaan', zei Karlsson.

Hij zette een van zijn dikke beentjes op de vensterbank en klom de kamer van Erik binnen.'

Let u vooral op dat 'goed zo, doorgaan'. Dat is typisch Karlsson. Ik vind het prachtig. Het zou een goed idee zijn dat mensen wanneer ze aan het converseren zijn, zo af en toe tegen elkaar zouden zeggen: 'goed zo, doorgaan'. De conversaties zouden hierdoor niet alleen levendiger worden, maar ook aan kwaliteit winnen.

Karlsson is lichtelijk anarchistisch ingesteld. Hij is geen principiële anarchist, Godzijdank niet. Een principiële anarchist is iemand die anarchist is omwille van het anarchisme of een ander nobel doel. Karlsson is het tegenovergestelde van principieel. Hij is alleen maar lichtelijk anarchistisch omdat hij heeft ingezien dat als je niets kunt en je toch zo af en toe een gehaktballetje wilt eten, je je op deze wereld lichtelijk anarchistisch zult moeten gedragen.

Al in het eerste hoofdstuk vernietigt Karlsson de stoommachine van Erik. ' 'Hij is ontploft', zei Karlsson enthousiast, alsof je van een stoommachine geen beter kunststukje kon verwachten.

'Ja, hoor, hij is ontploft! Wat een klap hè!'

Maar Erik kon helemaal niet blij zijn. Hij kreeg tranen in zijn ogen.'

Karlsson troost Erik dan door hem te vertellen dat hij in zijn huisje op het dak wel een paar duizend stoommachines heeft staan en dat Erik er best eentje mag hebben. Karlsson is niet alleen lichtelijk anarchistisch, maar ook een notoire leugenaar. Alleen zal hij dat nooit bekennen, daarvoor is hij te notoir. Als Erik eindelijk het huisje van Karlsson te zien krijgt en zich afvraagt waar al die stoommachines zijn, vertelt Karlsson dat ze toevallig de dag ervoor allemaal ontploft zijn.

Op zijn naambordje staat: KARLSSON VAN HET DAK. DE BESTE KARLSSON VAN DE WERELD.

Eigenlijk is dat Karlssons enige principe: dat Karlsson van het dak de beste Karlsson van de wereld is. En mensen die dat niet meteen willen erkennen bestrijdt hij op drie verschillende manieren: tirriteren, figureren en poetsen bakken. Tirriteren is nog iets veel ergers dan irriteren, dat u niet denkt dat er een drukfout staat. Wat figureren is laat Karlsson in het midden, maar uit het boek blijkt dat het nog een tikkeltje erger is dan tirriteren. En poetsen bakken, dat is het allerergste.

Nu kom ik bij de onvergetelijke Huismus. Zij is een van die onfortuinlijke mensen die niet op het eerste gezicht zien dat Karlsson de beste Karlsson van de wereld is. Daarom ziet Karlsson zich genoodzaakt te gaan tirriteren, te gaan figureren en poetsen te gaan bakken. De hoogtepunten van het boek.

De moeder van Erik is ziek geworden en moet rust nemen, zijn vader moet op zakenreis en zijn broertje en zusje liggen met roodvonk in het ziekenhuis. Daarom komt de Huismus op Erik passen. Zij is hulp in de huishouding, maar zij wil geen hulp in de huishouding worden genoemd, zij wil hoofd van de huishouding worden genoemd.

Erik had gehoopt dat de Huismus jong en lief zou zijn, maar ze is het tegenovergestelde van jong en lief. Tijdens het sollicitatiegesprek verklaart ze dat ze wel eerder kinderen onder haar hoede heeft gehad. En dan bekruipt niet alleen Erik, maar ook de lezer een intens gevoel van medelijden met deze kinderen die de Huismus al eerder onder haar hoede heeft gehad.

Zo blijven Erik en de Huismus alleen achter. Al de eerste middag gaat de Huismus krentenbolletjes bakken, maar het ziet er naar uit dat ze van plan is die helemaal in haar eentje op te gaan eten. Ze zet de schaal met krentenbolletjes in de vensterbank om af te koelen, maar ze heeft buiten Karlsson gerekend. Terwijl Erik de Huismus aan de praat houdt, steelt Karlsson de krentenbolletjes en als de schaal helemaal leeg is gooit hij een stuiver door het raam naar binnen. De familie Erikson woont op de bovenste verdieping.

'Juffrouw Mus werd woedend. 'Ik begrijp hier niets van', schreeuwde ze. 'Ik begrijp hier niets van.'

'Nee, dat merk ik', zei Erik. 'Maar maakt u zich daar toch geen zorgen over, je hebt nu eenmaal slimme en minder slimme mensen.' '

Slapstick

Karlsson is een van de weinig geslaagde voorbeelden van slapstick in boekvorm. Dat Modern Times tegenwoordig tijdens de jeugdmatinee wordt vertoond, is geen bewijs dat het een kinderfilm is. Dat er op Karlsson jeugdboek staat, is geen bewijs dat uitsluitend kinderen over Karlsson moeten lezen.

Karlsson is voor alle leeftijden. Ook voor zogenaamde volwassenen. Sommige dingen kan je nu eenmaal alleen maar zogenaamd zijn. Volwassen zijn is daar een voorbeeld van. Schijver kan je volgens mij ook alleen maar zogenaamd zijn, maar dat is een ander verhaal.

Karlsson maakt geen ontwikkeling door, ik zeg het er maar meteen bij. Hij blijft wie hij al was aan het begin: de beste Karlsson van de wereld.

Dat is heel jammer voor alle mensen die van mening zijn dat literaire helden een ontwikkeling moeten doormaken. Ik hoop daarom ook maar dat ze Karlsson nooit op de universiteit zullen gaan bestuderen, want daar wordt Karlsson niet beter van. Laten we wel zijn, de meeste boeken die over boeken worden geschreven zijn zo gruwelijk dat het complete stierenvechten er een poppenkastspel voor kleuters bij lijkt. Over Karlsson moet niet geschreven worden. Karlsson moet gelezen worden.

Nog een voorbeeld van zijn onweerstaanbare logica. Karlsson heeft net een geranium uit de pot gerukt en die geranium uit het raam gegooid.

' 'Ja, en ik zie mama's gezicht al als ze ontdekt dat jij haar geranium uit de pot gerukt hebt', moppert Erik. 'En stel je nu eens voor dat de een of andere oude man op straat hem op zijn hoofd gekregen heeft, wat denk je dat die daarvan zegt?'

'Dank je wel, beste Karlsson, zegt hij natuurlijk', verzekerde Karlsson. 'Dank je wel, beste Karlsson, omdat je de geranium tenminste uit de pot gerukt hebt en hem niet met pot en al naar beneden hebt gegooid... zoals die rare mama van Erik zo graag gewild had.'

'Dat heeft ze helemaal niet gewild', protesteert Erik, 'wat denk jij eigenlijk wel?'

'Dat heeft ze wèl gewild', hield Karlsson vol. 'Die mama van jou is alleen maar tevreden als de geranium in zijn pot blijft zitten. Dat het levensgevaarlijk is voor arme mannetjes op straat is haar om het even. Een mannetje meer of minder is in haar ogen volkomen onbelangrijk, zolang niemand haar geranium uit de pot rukt.' Hij keek Erik strak aan.'

Er zullen ongetwijfeld mensen te vinden zijn die dit niet geniaal vinden, maar ik vraag me oprecht af of die mensen nog wel te helpen zijn.

Wanneer je schrijft krijg je de onvermijdelijke vraag welke schrijvers je beïnvloed hebben. Nu kan ik u verklappen dat ik niet dacht, laat ik eens wat gaan schrijven, nadat ik Nabokov, Pavese of Thomas Mann had gelezen. Als u dat dacht, heeft u het helemaal mis.

Als er al boeken zijn die mij beïnvloed hebben, dan zijn het deze drie boeken over Karlsson.

De beste Karlsson van de wereld is een ware broeder.