Haren in een Engels afvoergaatje

Bill Bryson: Een klein eiland. Uit het Engels vertaald door Suzan de Wilde. Atlas, 287 blz. ƒ 39,90

Bill Brysons nieuwe boek begint met een herinnering aan zijn eerste verblijf in Dover in 1973, toen hij logeerde in een pension dat met harde hand geregeerd werd door de tirannieke mevrouw Smegma. Hij deed er, als vers-aangekomen Amerikaan, alles fout en riep dermate veel weerzin op bij hospita en medegasten dat een ultieme confrontatie absoluut onvermijdelijk was.

'Op de derde middag, toen ik naar binnen sloop, stond mevrouw Smegma me in de hal op te wachten met een leeg sigarettenpakje en wilde weten of ik degene was geweest die het in de ligusterhaag had geduwd. Ik begon te begrijpen waarom onschuldige mensen overdreven bekentenissen ondertekenen op het politiebureau. Die avond vergat ik de boiler uit te zetten nadat ik vlug en steels een bad genomen had en maakte het nog erger door haren in het afvoergaatje te laten zitten. De volgende ochtend volgde de definitieve vernedering. Mevrouw Smegma voerde me zonder één woord te zeggen mee naar het toilet en toonde me een klein drolletje dat niet weggespoeld was. We kwamen overeen dat ik na het ontbijt zou vertrekken.'

Laat het duidelijk zijn: Bill Bryson is dol op Engeland en maakt daar op menige bladzijde van dit boek expliciet melding van. Het was onvermijdelijk dat deze auteur, nadat hij in zijn uit 1989 daterende boek Het verloren continent zijn niet-aflatende stroom grappen op de Verenigde Staten had losgelaten, ooit zijn geadopteerde tweede vaderland als onderwerp zou nemen. Dit boek is het verslag van een reis, met hoofdzakelijk openbaar vervoer, die Bryson maakte van Dover naar Thurso, in het uiterste noorden van Schotland, teneinde aan het eind van die reis Kingsley Amis' I like it here te kunnen echoën.

Het verloren continent vond ik een moeilijk verteerbaar boek; Brysons drang om grappig te wezen was onstuitbaar en zo vermoeiend dat ik dikwijls te uitgeput was om nog verder te lachen. Ook in de humor is maat kunnen houden een verdienste, maar het is er een die Bryson nooit geleerd heeft. Het boek gaf je een idee van hoe het moet zijn samen te wonen met een stand-up comedian - en dat is nog maar een van de minst helse visioenen die het bij me opriep.

Een klein eiland lijdt in veel mindere mate aan dat euvel en is ook in andere opzichten een beter boek. Bryson kan zich hier, als getransplanteerde Amerikaan die in feite de Britse cultuur mateloos bewondert, een zekere mildheid permitteren die het hele boek een wat wollig maar niet onsympathiek patina meegeeft. Het klinkt soms een beetje burgerlijk wat hij te melden heeft en, om een voorbeeld te noemen, de grappen over broekenpersen die niet werken komen wel erg dicht in de buurt bij dat wat Bryson nu juist zegt te verfoeien.

Brysons aanpak heeft ook andere nadelen. Om te beginnen is zijn irritatie over de manier waarop zijn geliefde Engeland aan smakeloosheid en harteloosheid ten onder gaat hoofdzakelijk esthetisch gericht. Op zichzelf is dat niet erg, maar na de zoveelste mopperpartij over de lelijkheid van de ruimtelijke ordening en de nieuwe architectuur begon ik me af te vragen of er misschien nog iets anders op te merken valt over het Thatcheriaanse en post-Thatcheriaanse Engeland. Des te merkwaardiger omdat Bryson nu juist een prachtig handvat heeft om ook iets over de sociale en economische aspecten te melden. Hij beschrijft zijn korte loopbaan als journalist bij The Times in de jaren '80, de reorganisaties, de stakingen en de bedreigingen die mensen als hij, die als stakingsbrekers golden, ten deel vielen. Bryson beschrijft het erg sfeervol, maar hij verzuimt het in het soort perspectief te zetten dat hij wel steeds hanteert als het over lelijke gebouwen (nu) en mooie (toen) gaat.

Het heeft er veel mee te maken dat er in Brysons Engeland eigenlijk geen mensen wonen, behalve als figuranten in zijn geinige universum. Het lijkt wel of Bryson wat angstig is om met mensen te praten. Alsof hem dat zelf ook een beetje begint te steken, meldt hij zelfs expliciet waarom we dat in zijn geval als een voordeel dienen te zien. Zittend in de trein in Wales leest hij Kingdom by the Sea, Paul Theroux's boek over Engeland en verbaast zich dat Theroux, 'over ditzelfde spoor (ratelend) verwikkeld was in een levendig gesprek met zijn medereizigers. Hoe dóet die man dat? Nog afgezien van het feit dat mijn coupé vrijwel leeg was, snap ik niet hoe je in Engeland met vreemden in gesprek raakt.'

Mijn sympathie ligt, in dit geval, bij Theroux, maar ik voeg er meteen aan toe dat een boek waarom je tenminste tweemaal onbedaarlijk moet schateren (wat mij betreft de confrontatie met mevrouw Smegma en de passage in een café in Glasgow) al iets is dat in zekere mate gekoesterd dient te worden. Het is een vermakelijk boek, dat het besef dat er veel meer landen in snel tempo aan het verlelijken zijn minder schrijnend maakt. Het zou me verbazen als Brysons volgende boek niet over Frankrijk gaat.