Geborgen cockpit totaal verwrongen

DEN HELDER, 27 SEPT. De zandplaat Lutjeswaard in de Waddenzee, vijftien kilometer ten noordoosten van Den Helder, biedt een merkwaardige aanblik. Vijf duikers van de Koninklijke Marine staan tot hun knieën in het water, hun armen graaiend onder de golven. Ernaast liggen twee pontons, waarvan één uitgerust met een hijskraan.

Steeds opnieuw komen wrakstukken van de verongelukte Dakota naar boven. Kleine onderdelen worden door de duikers op de pontons gegooid, grote onderdelen zoals een vleugel, een wiel van het landingsgestel of een verwrongen motor, worden met een kraan op het ponton gehesen.

De cockpit en het voorste gedeelte van de romp zijn gisteren als laatste onderdelen uit het water gehaald. Vooral de cockpit, half boven water liggend, biedt een ontstellende aanblik. Hij is totaal vernield en het is moeilijk zich voor te stellen dat hier ooit twee piloten in comfortabele stoelen een vliegtuig aan het besturen waren, een kwartier eerder op vliegveld Texel aan boord zijn gegaan, de inzittenden toesprekend via luidsprekers die nu op de kalme golven dobberen.

Het toestel van de Dutch Dakota Association is neergestort op de westelijke rand van de zandbank. De berging verloopt vlotter dan verwacht, het werk wordt vergemakkelijkt door het kalme en zonnige weer. In de verte ligt een op het wad gestrand vaartuig van Rijkswaterstaat, dat nu uren moet wachten op stijgend tij. Weer iets verder zien we een zeehond, zijn kop als een zwemmer in schoolslag af en toe boven de golven uit stekend. De locatie op is tot driehonderd meter in de omtrek vanaf het wrak door burgemeester J. Baas van de gemeente Wieringen tot rampgebied verklaard. De ongeveer 3600 bij 1800 meter grote zandbank Lutjeswaard ligt in zijn gemeente. Politie, marine en Rijkswaterstaat houden eventuele ramptoeristen op afstand.

Het is de in zwarte duikerspakken gehulde medewerkers van de duik- en demonteergroep van de marine duidelijk dat de Dakota een grote smak heeft gemaakt. Het lijkt hun uitgesloten dat de bemanning van het toestel op het laatste moment nog een weloverwogen noodlanding op de zandplaat Lutjeswaard heeft gemaakt, zoals wel is gesuggereerd. Alles wijst erop dat het vliegtuig onder een vrij scherpe hoek op de zandbank te pletter is geslagen. “Ze zeggen dat een Dakota op één motor kan vliegen, maar je ziet wat er gebeurt. Hij is met zijn neus in het zand gedoken”, zegt A. van der Vlies, een van de marinemensen die bij de reddingsoperatie betrokken waren. Hij bestuurt nu een rubberboot die het wrak op een enkele meter is genaderd. Hij weet nog te vertellen dat de lichamen van de piloot en de co-piloot zo ernstig verminkt waren, dat de beide stoffelijke overschotten aanvankelijk in één lijkzak bij elkaar werden gebracht.

De mening van de bergers dat van een rustig overwogen noodlanding op zee vermoedelijk geen sprake is geweest, wordt gedeeld door kolonel F.O. Laks, commandant maritieme middelen in Den Helder. Bij de de marine wordt hij ook wel de militaire burgemeester van de stad genoemd. “Dit was geen noodlanding”, zegt Laks op de terugtocht van de plaats des onheils naar Den Helder op een vaartuig van het marinebeveiligingskorps dat bij de bergingsoperatie heeft geassisteerd. Aan het feit dat het toestel op de grens tussen de zandbak en diepere wateren is neergestort, moet volgens de marine geen extra betekenis worden toegekend. “Puur toeval”, zeggen verschillende medewerkers.

Stef den Boer, verkeersvlieger bij de KLM, sluit daarentegen een poging tot noodlanding zeker niet uit. De meest waarschijnlijke gang van zaken lijkt hem dat de bemanning op het laatste moment heeft besloten de kist met het landingsgestel ingeklapt op een zandbank neer te zetten - de piloot moet de zandbank hebben zien liggen - en daarbij heeft getracht de duikvlucht om te zetten in een horizontale beweging. Dat deze poging kennelijk is mislukt, aangezien het toestel zich toch onder een vrij scherpe hoek in het wad heeft geboord, zou afgezien van de mogelijkheid dat behalve de motoren ook de besturing was uitgevallen, veroorzaakt kunnen zijn door het nevelige weer. “Van grotere hoogte kun je door de mist heen kijken, maar als je eenmaal in de mist zit, is het moeilijk om te bepalen hoe ver je van de grond af zit”, zegt Den Boer. Moet de neuslanding wellicht gezien worden als een poging van de piloten om in de laatste seconden voor een landing de klap op te vangen voor de rest van de passagiers achter in het toestel? “Dat zou wel erg heldhaftig zijn”, zegt Den Boer. Geen enkele vlieger boort zijn toestel met de neus doelbewust in de grond, en het welbevinden van de overige inzittenden is er volgens hem al evenmin mee gebaat, omdat alleen al de vertraging een enorme klap veroorzaakt.

Marine-commandant Laks, op weg naar Den Helder staande op het achterdek van het schip van het marinebeveiligingskorps, is tevreden over de door hem persoonlijk geïnspecteerde bergingswerkzaamheden. “Het loopt heel voorspoedig.” Tegen het einde van de middag waren gisteren vrijwel alle wrakstukken geborgen.

Later op de avond, bij hoog tij, voeren de pontons met de wrakstukken de marinehaven van Den Helder binnen. De onderdelen zijn vanmorgen verplaatst van de pontons naar een loods in de marinehaven. De wrakstukken worden “als uit een bouwdoos” op de oorspronkelijke plaats gelegd.

De Raad voor de Luchtvaart krijgt daarbij steun van één Engelse en één Deense Dakota-specialist. Nederlandse Dakota-specialisten worden niet bij het onderzoek betrokken, omdat deze allemaal lid zijn van de Dutch Dakota Association. De Raad wil iedere schijn van gebrek aan onafhankelijkheid vermijden.