Ethiopië hoopt op mijnbouw

Ethiopië heeft de aandacht van de internationale mijnbouwindustrie getrokken dank zij veelbelovend geologisch onderzoek en een radicale beleidswijziging bij gewezen rebellen die ooit Albanië als hun voorbeeld zagen. Er wordt gespeurd naar goud, platina en nikkel - nog afgezien van aardgas en olie.

“Binnen vijf tot tien jaar zijn we zeker in staat een vergelijkbare hoeveelheid mineralen te produceren als bij voorbeeld Ghana en Zimbabwe”, voorspelt de minister van mijnbouw en energie.

Nadat de nieuwe regering in 1993 de delfstoffensector openstelde voor private investeringen (voor het eerst in Ethiopië's lange, conflictueuze geschiedenis) zijn de ontwikkelingen snel gegaan. De maatregel betekende een radicale verandering voor de ex-guerrillastrijders die in 1991 dictator Mengistu Haile Mariam verdreven die door de Sovjet-Unie werd gesteund. Tot dan toe waren ze steeds vol lof geweest over het socialistische bestel van Albanië.

Na de val van de Berlijnse Muur zetten de rebellen hun theorieën overboord en kozen ze vastberaden een andere koers. De Wereldbank, het IMF en belangrijke donorlanden zijn vol bewondering voor het economisch beleid van de nieuwe machthebbers, waarvan een bijna vrije wisselkoers, privatiseringen en verlaging van de douanetarieven deel uitmaken. Inmiddels staan de mijnbouwconglomeraties te lonken aan de grens.

“De bal is aan het rollen. Twee jaar geleden hadden we hier in de mijnbouw nog maar één buitenlandse onderneming. Maar aan het eind van dit jaar zullen dat er ten minste vijftien zijn”, aldus Wondemagegnehu Gebre-Selasse, hoofd van de afdeling mijnbouwoperaties op het ministerie. “Deze vooruitgang is niet meer ongedaan te maken. We hebben de juiste geologische omstandigheden, een goed beleid en de goede soort financiële prikkels.”

Bestaande faciliteiten, zoals de vrije invoer van machinerieën en vrije repatriëring van winsten, werden verruimd bij de herziening van de mijnwet in februari van dit jaar.

De bedrijfsbelasting in de mijnbouw werd verlaagd van 45 procent tot 35 procent en de free carried interest (het forfaitaire staatsaandeel) werd verlaagd van maximaal 10 procent naar 2 procent. Het is de bedoeling dat de delfstoffensector binnen tien jaar 10 procent van het bruto nationaal produkt (bnp) gaat leveren (tegen minder dan 1 procent nu).

Begin maart heeft de regering met zes buitenlandse ondernemeningen exploratiecontracten getekend voor goud en andere edele en onedele metalen - vijf uit Canada en één uit de VS.

Een zevende onderneming, de Ashanti Goldfields Company uit Ghana, is een joint venture aangegaan met de Ezana Mining Development Company, een Ethiopisch bedrijf dat al een concessie had om naar goud te zoeken in de provincie Tigray. General Manager van Ashanti voor Ethiopië, Michael Mussie, zegt dat zijn bedrijf in drie jaar tijd zes miljoen dollar gaat investeren in een haalbaarheidsonderzoek. Mussie: “Maar ook nu al worden er goudklompjes gepand.” Het ambachtelijke delven bestaat al eeuwenlang in Ethiopië, waar gouden en zilveren oudheden en juwelen zeer in trek zijn.

Volgens de regering staat vast dat er een goudvoorraad van 500 ton zit op diverse plaatsen in het uitgestrekte gebied aan weerszijden van de Great Rift Valley, een slenk waar grote hoeveelheden mineralen voorkomen.

Tien buitenlandse ondernemingen, waaronder ook Ashanti, hebben ingeschreven op de overname van de enige goudmijn in Ethiopië, in Lega Dembi, 300 km ten zuiden van Addis Abeba. Lega Dembi produceert iets minder dan drie ton goud per jaar en gepubliceerde overheidsrapporten over de vaststaande voorraden lopen uiteen van 60 tot 200 ton.

Mussie: “In 1994 was het nog ondenkbaar dat de regering Lega Dembi, haar enige mijn, te koop zou aanbieden. Maar het is toch gebeurd, en dat is een sterke indicatie van de wil tot privatiseren.” Het ministerie voor mijnbouw geeft hoog op van de 25.000 ton tantaal, een voor de elektronica-industrie belangrijke grondstof, in Kenticha, niet ver van Lega Dembi.

Vogens advocaat Teshome Gabre-Mariam, juridisch adviseur van buitenlandse mijnbouwbedrijven, zijn er tot dusver alleen exploratiecontracten getekend. Hij wil het liefst contracten waarin ook al voorwaarden voor toekomstige exploitatie worden overeengekomen, om bij gunstige onderzoeksresultaten een concurrentieoorlog tussen de gegadigden te voorkomen.

Teshome, een voormalig mijnbouwminister onder wijlen keizer Haile Selassie, kritiseert het huidige bewind op het gebied van de mensenrechten, maar zegt ook dat de investeerders zich geen zorgen maken over de door oorlogsgeweld vernietigde infrastructuur in Ethiopië, het land met waarschijnlijk het minst ontwikkelde wegennet ter wereld. “We hebben slechte wegen, maar ze zijn redelijk berijdbaar. Het grote obstakel wordt de bureaucratie op het [mijnbouw]ministerie en het bureau van de premier”, zegt hij.

De klacht over een teveel aan bureaucratie gonst door heel Addis Abeba. De schuldigen worden niet zozeer door corruptie gemotiveerd als wel door gewoonte: ze hebben jarenlang een commando-economie op strikt marxistische grondslag geleid.

“Tweederde van de economie is nog in handen van de regering”, zegt een hoge westerse diplomaat. “Ondanks de vooruitgang zitten er bij de regering nog altijd mensen die menen dat investeerders worden aangetrokken door projecten die het staatsbelang dienen en weinig winst opleveren. Ze begrijpen niet dat investeerders maar één motief kennen: hebzucht.”

De nieuwe machthebbers van Ethiopië, die hoofdzakelijk afkomstig zijn uit Tigray, kregen in 1995 de steun van de bevolking met hun grondwet die bepaalt dat elk van de verschillende etnische regio's zich eenvoudig kan afscheiden door middel van een referendum. Eritrea, dat ook sterk in de belangstelling van mijnbouwmaatschappijen staat, werd onafhankelijk na de val van Mengistu.

De regering is van mening dat die vrijheid de regio's er juist toe zal bewegen om bij de federatie te blijven, al was het maar omdat ze geen van alle een vanzelfsprekende staatkundige eenheid vormen. De 55 miljoen inwoners van Ethiopië horen tot de armsten ter wereld, met een jaarinkomen per hoofd van de bevolking van gemiddeld 120 dollar.

Bij de huidige gunstige stemming onder de hulpdonoren kan Ethiopië zo'n 650 miljoen dollar per jaar aan hulp verwachten, hoofdzakelijk voor verbetering van de infrastructuur, zo zegt Fayez Omar, vertegenwoordiger van de Wereldbank.

“Als er een afscheiding komt zal het vreedzaam gaan, zoals bij Eritrea”, aldus mijnbouwminister Ezaddin. Als de mijnen gaan produceren zullen de revenuen volgens de minister worden verdeeld tussen het centrum en de kersverse regionale overheden. (Reuter)