Elke dag zwaardvis

“Doe een das aan”, zei Billy, “je ziet er echt te slonzig uit.”

“Wat is het precies voor een feest!”, informeerde ik, terwijl ik naar een das zocht. Ik draag niet zo vaak dassen.

“Oh gewoon”, zei Billy, en ik zag dat ze een heel klein beetje in haar neus peuterde. “Niets om je druk over te maken.”

“Aha, en komt Lee Putelki ook?”

“Lee? Lijkt me wel. Het is zijn feest.”

Ik had eindelijk een das gevonden. Er stonden drie Marx Brothers op. Een verjaardagscadeautje van mijn vriendin.

“Luister, die Lee heeft jouw been gebroken, denk je niet dat hij mijn been gaat breken als hij ons samen ziet?”

Ze schudde haar hoofd. “Jij kent Lee niet”, zei ze. “Waar is een spiegel? Ik wil me opmaken.”

Ik bracht haar naar de badkamer, ik wilde haar verder helpen vanwege haar gipsen been, maar ze deed de deur voor mijn neus dicht. Vanaf dat moment klonk er gezang uit de badkamer. Ik had geen idee wat ze daar aan het uitspoken was, behalve dat ze aan het zingen was. Af en toe riep ik, “oehoe, gaat het goed daarbinnen?” Maar haar gezang overstemde alles. Misschien was ze zangeres. Na ruim twintig minuten ging de telefoon.

Normaal neem ik nooit op, maar het was middenin de nacht, dus ik dacht, er zal wel weer iemand zijn overleden, en het is vervelend dat tegen een antwoordapparaat te moeten zeggen. Maar het was Marvin. Marvin stinkt, hij is gescheiden en hij handelt net als ik in rozijnen.

Iedere donderdag komen Marvin en ik met nog twee handelaren in zuidvruchten samen in een kleine Franse bistro. Daar drinken we twaalf flessen wijn en we vertellen moppen. Wat moeten we anders doen? Maar het erge is dat Marvin altijd mijn punchline steelt. De punchline, dat is de laatste zin van de mop, daar waar het allemal om gaat, daar waar de wereld om draait. Steeds weer als ik inzet om aan de punchline te beginnen, wat u zich zo ongeveer moet voorstellen alsof Marco van Basten drie man heeft gepasseerd en uithaalt om het doelpunt te scoren. Steeds als ik daarmee bezig ben roept Marvin: “dat is mijn punchline, als je geen moppen kan verzinnen moet je je mond houden en wijn drinken”. Marvin die niets van moppen heeft begrepen, laat staan van rozijnen. En sinds hij gescheiden is belt hij altijd middenin de nacht op. Een keer ben ik zo woest geworden dat hij weer een punchline van me wilde stelen dat ik een fles wijn gebroken heb. In die bistro. Ik zei: “Luister, hij mag alles van me stelen, mijn voorraad rozijnen, mijn gedroogde abrikozen, mijn pruimen, en mijn ingelegde peren, maar van mijn punchlines blijft hij af, anders kom ik hier nooit meer. Ze mogen alles van me hebben, maar van mijn punchlines blijven ze af. Is dat duidelijk?”

Ze hadden me nog nooit zo meegmaakt. Ik was helemaal wit.

“Luister Marvin”, zei ik, “het komt me niet zo gelegen. Ik heb een meisje in de badkamer en die is al een half uur aan het zingen, dus ik moet de boel hier een beetje in de gaten houden.”

“Is ze mooi? En als ze mooi is, hoe komt ze in jouw badkamer?”

Het ergste over Marvin heb ik nog helemaal niet verteld. Het ergste is niet dat hij stinkt en ook niet dat hij mijn punchlines steelt, het ergste is dat hij aan het eind van die donderdagavonden altijd over zijn meest erotische ervaringen begint te spreken. De ene keer was het in een vliegtuig, de volgende week onder een vrachtwagen, de week daarna op het dak. We zeggen er nooit iets van, want Marvin is gescheiden en hij stinkt en hij begrijpt niets van de rozijnenhandel. Hij begrijpt niets van de wereld. Toen hij nog getrouwd was, zei hij dat het de schuld van zijn vrouw was dat hij stonk. Zo is Marvin, maar voor de rest een goeie kerel.

Ik ben tijdig gestopt met school toen bleek dat ik het nog niet eens tot schaduw van Einstein zou kunnen schoppen. Ik ben tijdig gestopt met schrijven toen bleek dat er van mijn zogenaamde talent niets overbleef als je de 'authentieke woede' eraf peuterde, en God is mijn getuige dat ik nooit authentiek woedend ben geweest. Mijn erfenis heb ik op een nacht in Italië uitgegeven. De enige vrouw die van me hield heb ik het huis uitgejaagd, en dat is zacht uitgedrukt. Dat ik van voor en van achter zo lelijk ben als de nacht heb ik al verteld, maar sommige dingen kan je niet vaak genoeg vertellen. Ik doe in rozijnen en daar is weinig talent voor nodig. Als ze ooit een film over mijn leven zouden maken - ik hoop dat de rest van mijn familie dan is uitgestorven - zou deze film De Verliezer moeten heten. Maar Marvin is het levende bewijs dat het nog altijd erger kan, want hij stinkt en ik niet.

Als ik bij nieuwe klanten ben, zeg ik op een gegeven moment altijd “als ik stink moeten jullie het zeggen, dan ga ik daar meteen wat aan doen”. Die eerlijkheid waarderen mijn klanten, dat vinden ze fijn. Soms zeggen ze zelf: “we kopen onze rozijnen niet meer bij Marvin, want die stinkt”. Ik heb in mijn koffertje niet alleen gedroogde abrikozen, rozijnen, pruimen en peren op sap, maar ook altijd minstens twee flesjes deodorant en mondwater. Marvin weet nog niet eens wat deodorant is, die heeft daar nog nooit van gehoord, die denkt dat je het kan drinken. Terwijl ik hem toch ieder jaar voor zijn verjaardag een flesje geef.

“Marvin, ik bel je morgen, want het loopt daar in de badkamer uit de hand”.

Ik bonsde op de deur. “Billy”, riep ik. “Billy.”

“Ik voel me niet zo goed”, kreunde ze.

Ik dacht meteen aan een miskraam. Dat komt namelijk zo: aan mij zijn twaalf miskramen vooraf gegaan, waaronder een drieling. In mijn moeders buik zat een goedaardig gezwel, dat tijdens mijn geboorte zo groot was als een klein kerstboompje. Dat dat kerstboompje mij niet, net als mijn broertjes en zusjes heeft doodgedrukt is volgens de doktoren een medisch wonder en volgens mijn familieleden een verklaring voor al mijn stoornissen en mislukkingen. Ik was dan niet het wonderkind waarop was gehoopt, maar een medisch wonder ben ik wel. Dat kunnen ze me niet meer afpikken. Als ik een trommel, had zou ik net als het kleine Oskartje daarop trommelen, maar ik heb geen trommel, daarom trommel ik op mijn draagbaar computertje, alleen voor jou.

Of God bestaat of niet, Hij is me minstens een antwoord schuldig: waarom is het kleine Arnontje niet de dertiende miskraam geworden?

(wordt vervolgd)

    • Arnon Grunberg