Een sprookjesjurk staat hupser; Toneelgroep Amsterdam brengt Wedekinds Voorjaarsontwaken

In Voorjaarsontwaken pleitte toneelschrijver Frank Wedekind voor natuurlijkheid en een vanzelfsprekende beleving van seksualiteit. De volwassenen in het stuk willen ieder kind inlijven in het leger van fatsoensrakkers. “Door de wonderlijke synthese tussen vorm en inhoud is het krakkemikkige Voorjaarsontwaken een monument in de theaterliteratuur.”

Voorjaarsontwaken van Frank Wedekind door Toneelgroep Amsterdam in de regie van Gijs de Lange. Première 28 sept., Stadsschouwburg Amsterdam, aanvang 20.15u. Res. 020-6242311. Info tournee t/m 14 januari: 020-5237800

Meteen al, in het eerste toneel van het eerste bedrijf en daarvan de vierde claus, dringt Wendla door tot de kern van het stuk waarin zij een personage is. Ze zegt: 'In elk geval staat dat prinsessenjurkje mij beter dan zo'n nachthemd. Mag ik 't niet nog een tijdje dragen, mama? Alleen deze zomer nog. Of ik nu veertien of vijftien ben, dit boetekleed kan ik altijd nog aan. Laten we 't weghangen tot mijn volgende verjaardag; nu trap ik toch de zoom maar los'.

Eigenlijk is het nog frappanter. Al in de eerste zin, ook door Wendla uitgesproken, ligt de strekking van Frank Wedekinds Frühlingserwachen (1891) besloten. 'Waarom hebt u die jurk zo lang voor me gemaakt mama?', vraagt ze. Het antwoord van haar moeder, mevrouw Bergmann, ('Je bent vandaag veertien geworden, Wendla!') is niet eens onontbeerlijk om het drama al te vermoeden. In die ene, eerste zin wordt een kind haar jeugd afgepakt en protesteert het daartegen, instinctief, in een mengeling van onbegrip en verzet. Simpel en zuiver, onbevangen en innemend en heel concreet: van die volwassen wereld waar ze ingeduwd wordt, trapt ze toch de zoom maar los.

Voorjaarsontwaken, dat nu opnieuw uitgevoerd gaat worden door Toneelgroep Amsterdam, veroorzaakte een schandaal. Daarover hoeven we hier niet uit te weiden, hoe grappig veel van de ernstig geformuleerde bezwaren van de regenten van rond de eeuwwisseling ook waren en hoe bizar het ook is dat het stuk pas vijftien jaar na voltooiïng zijn gecensureerde wereldpremière beleefde, in de regie van Max Reinhardt. In 1923 werd het, in een poging justitieel ingrijpen te voorkomen, in New York opgevoerd onder auspiciën van het Medisch Genootschap. Pas in 1962 werd de integrale versie gespeeld, in Keulen. Al dat tumult lag voor de hand, de vooruitstrevende moralist die Wedekind was, wist heel goed wat hij deed. Hij wilde de verstikkende mores en de hypocrisie van zijn tijd aan de kaak stellen en alleen al de heftige reactie van de verdedigers daarvan bewees dat hij in zijn opzet was geslaagd.

Hobbezak

Wedekind pleitte voor natuurlijkheid en een vanzelfsprekende beleving van seksualiteit. Daarom wil Wendla liever die korte jurk aan, in plaats van de allesverhullende hobbezak waar haar moeder haar rijp voor acht. Dat wil zeggen: van seksualiteit heeft het wicht geen enkel idee, het gaat haar om wat lekkerder zit en hupser staat. Het is de dirty mind van de volwassene die van dat argeloze genot de gevaren ziet, die het smoren wil en die uiteindelijk weer een nieuwe soldaat in het leger van fatsoensrakkers zal inlijven. Ook Wendla zou - als zij in leven bleef, wat niet het geval is - later op haar beurt onschuld vermoorden. Zo wordt het nooit wat met de maatschappij, dacht Wedekind, en dat had hij goed gezien.

Hij plaatst macht tegenover weerloosheid, precies zoals die twee in bij voorbeeld Antigone tegenover elkaar staan. Maar al is het koning Creon ook te doen om het behoud van de bestaande orde, hij staat ook voor het rationele, wat zijn harde standpunt enigszins legitimeert. De macht in Voorjaarsontwaken is veel diffuser en tegelijkertijd grotesk. Niet voor niets heten de leraren van het gymnasium, dat Wedekinds personages bezoeken, Sonnenstich, Knüppeldick, Fliegentod en heet de dominee Kahlbauch. Ze zijn een lachwekkend stelletje zuurpruimen, vastgeroest in hun onberedeneerde gelijk, niet in staat tot nadenken.

Dat portret van de burgerij schokte ongetwijfeld net zo erg als dat van de vrijmoedige pubers. Hun ondergang - door abortus, zelfmoord en gedwongen opname in een verbeteringsgesticht - wordt beschreven in Voorjaarsontwaken, met de begrijpelijke ondertitel 'Een kindertragedie'. Zonder al te veel te malen om dramatische regels, om een evenwichtige uitwerking van karakters, om een consistente stijl, roept Wedekind het beeld op van een verrukkelijk veld vol wilde bloemen waar gewetenloos de zeis wordt ingezet.

Drempel

Afgezien van de inhoud, die aantrekkelijk, innemend en - tot op de dag van vandaag - erg waar is, is de grote charme van Voorjaarsontwaken de stijl. Het is geen toeval dat het steeds opnieuw wordt opgevoerd, wat voor voetnoot de schrijver in de geschiedenis van de grote wereldliteratuur - de lemma's over hem zijn opmerkelijk kort - ook zijn mag. In zekere zin is Voorjaarsontwaken het stuk der stukken: het is geschreven op de drempel van een nieuwe tijd, zowel in thematisch als formeel opzicht. Het is een fris, nieuw begin en niet alleen omdat het over kinderen gaat.

Zo pril, ongepolijst en onzeker als de kinderen in het stuk is hun schepper. Wedekind was 27 toen hij het stuk schreef en op even argeloze wijze als Wendla haar voorkeur uitspreekt voor haar sprookjesjurk, vloeit uit zijn pen de geest van zijn tijd. Hij was in literair opzicht een overgangsfiguur. Hij was een beetje een symbolist, een beetje een realist, een beetje een expressionist - van alles wat, dus eigenlijk niets. Dat is niet bevorderlijk voor onsterfelijke roem, maar die stilistische ongewisheid is intussen wel een grote kwaliteit.

Het well-made play, de toonaangevende vorm van dramatisch werk in Wedekinds tijd, genoot niet zijn voorkeur. De avonturier die hij in het echte leven was - levend van een erfenis, rokkenjager, fanate circusliefhebber en satirisch journalist - schreef toneelwerk dat bij hem paste. Voorjaarsontwaken begint met naturalistische scènes, wordt in de monologen van de gymnasiasten Melchior, Hänschen en Moritz puur ideeëndrama, gaat over in satire tijdens de taferelen in de lerarenkamer, is al te houterig exposé in de woordenwisseling tussen de ouders van Melchior over de vraag of hun zoon naar het verbeteringsgesticht moet of niet, en eindigt honderd procent expressionistisch op een kerkhof. Daar herrijst de zelfmoordenaar Moritz uit de dood en verzinnebeeldt een 'vermomde heer' (menigmaal door Wedekind zelf gespeeld) het leven met orakeltaal als: 'Onder moraal versta ik het reële produkt tussen twee imaginaire grootheden. Deze imaginaire grootheden zijn Moeten en Willen. Het produkt heet moraal en valt in zijn realiteit niet te loochenen'. Spijtoptant Moritz zegt dan ook nog: “Dat had u mij eerder moeten zeggen!”

Stilistisch gezwalk dus, doorspekt met levensbeschouwelijke passages die een nadere toelichting best zouden kunnen gebruiken, en bevolkt door kinderpersonages die enerzijds nog min of meer in de ooievaar geloven en anderzijds op het gymnasium zitten en langs hun neus weg 'een Heliogábalus' in zich zeggen te voelen en 'Moritura me salutat!' roepen: Wedekind maakt er een potje van.

Maar het is de volmaakte vorm voor zijn kinderwereld. Of daarin Desdemona (op 'een reproductie van de Venus van Palma Vecchio', door Hänschen in zijn overhemd verstopt) nu de ster is of Madonna in een video-clip van MTV, het doet er niet toe. Waar het om gaat is de verwarring, de kanalisering van primitieve driften die opvoeding heet, het onderzoekt-allesmaar-behoudt-het-goede, om de verantwoordelijkheid van de macht en de pervertering van onschuld.

Door de wonderlijke synthese tussen vorm en inhoud is het krakkemikkige Voorjaarsontwaken een monument in de theaterliteratuur. Regisseurs kunnen er alle kanten mee op, het stuk is de ontvankelijkheid zelve. Net als de kinderen waar het over gaat. We weten allang wat het stuk zo bonkerig maar toch feilloos toont: ze hebben ieder hun aanleg, talenten en karakter, maar ze zijn allemaal net zo gemakkelijk te verpesten als te redden. Mij doet Toneelgroep Amsterdam met de uitvoering van dit stuk een plezier.