De natuur is sterker dan de beschaving; De ware betekenis van Natura Artis Magistra

De natuur is de leermeesteres van de kunst, luidt de vertaling van de spreuk Natura Artis Magistra, die de Amsterdamse dierentuin Artis zijn naam gaf. De herkomst van deze spreuk was zes jaar geleden aanleiding voor een geanimeerde discussie in het Cultureel Supplement, maar kon desondanks niet worden achterhaald. Paul J. Smith van de vakgroep Frans van de Rijksuniversiteit Leiden trof de spreuk aan in een fabelbundel uit 1579. Daar blijkt hij een onverwachte betekenis te hebben.

Met dank aan Henriëtte Plantenga van de afdeling Voorlichting van Artis en Jaap Engelsman.

De Amsterdamse diergaarde Artis ontleent haar naam aan de spreuk die in forse letters op haar gevel prijkt: Natura artis magistra: de Natuur is de meesteres van de Kunst. Deze fraaie spreuk is een 'bekende zegswijze', aldus de dikke Van Dale, en dat gold blijkbaar ook in het jaar 1838 toen de dierentuin werd gesticht. Wijsmuller, een van de oprichters van de dierentuin, schreef in het eerste bezoekersgidsje van Artis (1843) dat het ging om 'eene algemeen bekende spreuk'. Al deze bekendheid maakt het des te vreemder dat niemand weet waar de stichters van Artis de naam van hun dierentuin en de bijbehorende spreuk precies gevonden hebben.

De vraag naar de herkomst van de naam Artis leeft niet alleen bij een paar lokale historici en etymologen. Dat het probleem bij velen aanslaat, bleek indertijd uit de reacties op een artikel van Pieter Steinz in het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad van 17 augustus 1990. Hierin deed Steinz verslag van een boeiende speurtocht naar de oorspong van de spreuk, een speurtocht die hem voerde langs allerlei personen en instanties (bibliotheken, archieven, een hoogleraar Klassieke talen en de voorlichtingsdienst van Artis). De herkomst van de spreuk kwam evenwel niet boven water. Ook de schrijvers van de ingezonden brieven waren niet in staat een precieze bron aan te wijzen. Weliswaar droegen zij vele citaten aan waarin de woorden 'ars' en 'natura' genoemd werden, maar nergens werd de combinatie van de drie lexicale elementen van de Artis-spreuk teruggevonden. Wel werd duidelijk dat de spreuk inhoudelijk bij het klassieke gedachtengoed aansluit. De Mens die in Kunst en Wetenschap (het Latijnse woord ars heeft beide betekenissen) de Natuur imiteert, is een gemeenplaats die men tegenkomt in vele stoïcijnse en epicurische teksten uit de Oudheid en de Renaissance. Na enkele weken besloot de redactie van NRC Handelsblad de discussie te sluiten. Het Artis-raadsel blijft echter intrigeren. Een telefoontje naar de voorlichtingsdienst van Artis leerde mij dat men aldaar over dit onderwerp nog steeds vragen krijgt.

Bij dit soort doodlopende sporen heeft gericht zoeken geen zin. Vaak wordt de oplossing bij toeval gevonden. Zo ook hier. Bij onderzoek naar fabel- en embleemliteratuur stuitte ik min of meer toevallig op de bron van het Artis-devies. Ik vond de spreuk als motto in een Neolatijnse fabelbundel, getiteld Mythologia ethica. Dit werk, gedrukt in 1579 door de beroemde Antwerpse drukker Christoffel Plantijn, bevat 125 geïllustreerde fabels die vertaald zijn uit het Frans door de Duitse humanist en medicus Arnoldus Freitag. Elk van de 125 fabels is geïllustreerd met een prachtige koperets, gemaakt door Marcus Gheeraerts, en voorzien van een bondig motto. Onze spreuk, in de volgorde Artis magistra Natura, komt als motto voor bij de fabel Chironimi, simii et cercopitheci (De dresseur, de aap en de meerkat).

Ontembaar beest

Het aanvankelijke eureka-gevoel dat de vondst teweegbracht, raakte ik al snel kwijt. Een bron vinden is vaak makkelijker dan deze interpreteren. Bij nadere lezing bleek het motto namelijk een heel andere betekenis te hebben dan het Artis-devies. 'Natura' is hier niet de wijze Moeder Natuur, leidsvrouwe van de Mens, maar de wilde, ontembare aard van het beest; 'magistra' heeft niet de pedagogische betekenis van 'leermeesteres', maar betekent veeleer 'bevelhebber over' of 'de meerdere van'; en 'ars' betekent niet Kunst, Kunde of Wetenschap, maar 'aangeleerde beschaving', 'kunstmatigheid' of 'gekunsteldheid'. Freitags motto luidt dan ook in vrije vertaling: 'De Natuur is sterker dan aangeleerde kunstmatigheid'.

Dit betekenisverschil heeft overigens niets te maken met het verschil in woordvolgorde (Artis magistra Natura versus Natura Artis Magistra). De Latijnse grammatica laat beide volgordes toe, zonder onderscheid in betekenis. De afwijkende betekenis van Freitags motto wordt vooral duidelijk als men zijn motto naast zijn fabeltekst legt. Daarin laat een dresseur twee als mensen verklede apen kunstjes doen voor een geamuseerd publiek. Een van de apen bemerkt in het publiek een vrouw die noten zit te eten. Het dier vergeet de aangeleerde kunstjes en springt onverhoeds bij de vrouw op schoot, die het uitschreeuwt van schrik. Het publiek barst daarop in lachen uit. De moraal van de fabel is dat een aap nooit zijn streken verleert: de Natuur blijkt altijd sterker dan het dunne laagje opgelegde beschaving. Het is duidelijk dat de inhoud van de fabel en haar nuchtere moraal niet overeenkomen met de verheven betekenis die tegenwoordig aan de spreuk wordt gegeven.

Dat Freitags motto minder hooggestemd geïnterpreteerd moet worden dan men gewoon is, blijkt wel uit vergelijkbare motto's zoals die voorkomen in de anderstalige versies van Freitags fabel. Welke zijn deze versies? Om deze vraag te beantwoorden is enig filologisch (of beter gezegd: tekst-genealogisch) speurwerk vereist. Freitags Latijnse fabelbundel gaat terug op een anonieme Franse bundel, Esbatement moral des animaux, 1578. Deze bundel gaat op zijn beurt weer terug op een Nederlandstalige: De warachtighe fabulen der dieren (1567), geschreven door de Brugse dichter Eduard de Dene.

De rederijker De Dene is tegenwoordig geen onbekende: onlangs is hij herontdekt door Gerrit Komrij, die in zijn spraakmakende bloemlezing van de Nederlandse poëzie maar liefst 48 bladzijden voor De Dene inruimt. Volkomen terecht, gezien De Denes hoge dichterlijke kwaliteiten. Minder terecht echter is dat Komrij aan de Warachtighe fabulen der dieren niets ontleend heeft.

Dit terzijde. Terug nu naar Freitag: zijn Latijnse fabels bleken aan te slaan. Zij werden geplagieerd in twee roofdrukken, die verschenen zijn in Keulen in 1594 en 1609, en die ten onrechte toegeschreven worden aan de lexicograaf Cornelis Kiliaan. Bovendien is de bundel van Freitag in de jaren negentig van de zestiende eeuw vertaald in het Engels door Arthur Golding, en komen dezelfde fabels terug in Vondels Vorsteliicke Warande der Dieren (1617).

Van het motto Artis magistra Natura komen we in de genoemde bundels de volgende versies tegen: Eduard de Dene heeft 'Natuerlicke daedt, / Voor leerijnghe gaet'. De Franse versie luidt overeenkomstig: 'Nature va devant science'. Vondel heeft geen motto, maar zegt in zijn moraal:

Natuyre wort bedeckt door d'aenghewende zeden, Maer nimmer uytgheroyt door leeringhe of door reden: Barst altijd erghens uyt, en brenght noch eens te pas Het geen haer aenghe-erft, en aengheboren was.

Met de Engelse vertaling van Arthur Golding ten slotte is iets vreemds aan de hand. Golding vertaalt: 'Nature the schoolmistress of cunning'. Zelfs al zou je 'cunning' opvatten in de verouderde betekenis van 'bedrevenheid' of 'vaardigheid' (en niet in de gebruikelijke betekenis van 'sluwheid' en 'doortraptheid'), dan nog is het Engelse opschrift moeilijk te rijmen met de inhoud van de fabel. Golding wist duidelijk niet wat hij met Freitags motto aan moest. Dit zou kunnen aangeven dat Freitags motto in de zestiende eeuw onbekend was. Waarschijnlijk was Freitag zelfs de uitvinder van de spreuk (zoals, voor zover ik kan nagaan, ook de motto's van de andere fabels van zijn hand zijn).

Stichtende bedoelingen

Als de oprichters van Artis hun spreuk inderdaad ontleend hebben aan Freitags Mythologia ethica (of aan een van de bovengenoemde roofdrukken), dan hebben ze aan het motto, vanuit hun kennis van het Klassieke gedachtengoed, een eigen, niet door Freitag bedoelde betekenis gegeven. Deze nieuwe betekenis strookte heel goed met de stichtende bedoelingen van Westerman, Wijsmuller en de andere oprichters van Artis, veel beter althans dan de ontnuchterende betekenis die het motto van Freitag heeft. Freitags motto valt moeilijk te rijmen met de doelstelling zoals deze in een brief van de stichters aan de Amsterdamse burgerij in 1838 geformuleerd werd: 'Natura Artis Magistra. Onder dezen titel wordt thans opgericht eene Societeit, welke ten doel heeft het bevorderen van de kennis der natuurlijke historie op eene aangename en aanschouwelijke wijze'. Deze brief was uitdrukkelijk gericht tot 'een ieder, die eenig belang stelt in de kennis der verhevene natuur'.

Nu is het niet met onweerlegbare zekerheid vast te stellen dat de oprichters van Artis het werk van Freitag kenden. Er zijn echter enkele aanwijzingen die het aannemelijk maken dat we hier inderdaad met de directe bron te maken hebben. Allereerst betreft het een boek over dieren, hetgeen extra interessant is voor de oprichters van de dierentuin, op zoek naar een passend devies. Hierbij komt dat het niet alleen om een fabel gaat in de traditie van Esopus en later La Fontaine. In Freitags versie blijkt ook specifiek-zoölogische kennis verwerkt te zijn, iets wat de oprichters van Artis bij lezing van de fabel ongetwijfeld zal hebben aangesproken. De fabel maakt een technisch onderscheid tussen twee soorten apen: cercopithecus en simius. Simius is het algemene woord voor aap, terwijl cercopithecus de Latijnse vertaling zou moeten zijn van het Franse 'marmot', dat weer de weergave is van het Nederlandse 'meercatte'. (Deze laatste term, die terug te vinden is in de tekst van De Dene, is verre van precies en mag niet zonder meer worden toegepast op de meerkatten die tegenwoordig in Artis te zien zijn). Het voornaamste verschil tussen beide soorten, zoals dit wordt uitgelegd in zoölogische tractaten uit de Oudheid en de Renaissance, is dat de meerkat een staart heeft, en de 'gewone' aap niet. Dit onderscheid is ook in de illustratie van Marcus Gheeraerts weergegeven. Deze details zullen de meeste lezers ongetwijfeld niet erg aanspreken; de dierkundig geïnteresseerde stichters van Artis echter des te meer.

Het tweede argument dat ervoor pleit dat Freitag de directe bron is voor Wijsmuller c.s. is de opzichtige vormgeving van Freitags motto. Het gaat niet om een citaat dat schuil gaat in een stuk Latijns proza of poëzie, maar om een echt opschrift, dat geïsoleerd afgedrukt is, en daarom goed zichtbaar is voor degenen die in het boekje bladeren. Het woord 'Artis' valt des te meer op, omdat het motto ermee begint. Voor wat betreft het Latijn is deze vooropplaatsing niet significant, zoals we gezien hebben. Wel kan de vooropplaatsing van het woord 'Artis' de stichters op het idee gebracht hebben hun diergaarde deze naam te geven.

Conclusie: de bron van de spreuk Natura Artis Magistra is naar alle waarschijnlijkheid Freitags fabelbundel Mythologia ethica. Deze conclusie is (gelukkig) niet afsluitend. Zij roept andere vragen op: hoe komt Freitag precies aan zijn spreuk? (een onderzoek naar de begrippen 'ars' en 'natura' bij Freitag ligt voor de hand); hoe kwamen Wijsmuller c.s. aan Freitags bundel? Zijn er tussen de Mythologia ethica en het devies van de dierentuin een of meer missing links? Er is kortom materiaal genoeg voor verder speurwerk.