De kleine man uit Missouri

J. Robert Moskin: Mr. Truman's War. The final victories of World War II and the birth of the postwar world. Random House, 411 blz., ƒ 63,-

Zonder ook maar één archief te bezoeken, heeft de Amerikaanse historicus J. Robert Moskin, oorlogsveteraan en voormalig journalist, zijn eigen verhaal geschreven over de eerste vijf maanden van het presidentschap van Harry Truman. Wat Moskin vertelt is dus al bekend. Hij is de eerste om dat toe te geven. Hem gaat het er namelijk niet om nieuwe feiten te ontdekken, maar om een beeld te onthullen. Die aanpak heeft geleid tot een boeiende kijk op de president die het begin van de nieuwe na-oorlogse wereld zou inleiden. Op 12 april 1945, nauwelijks drie maanden nadat Truman als vice-president was aangetreden, overleed Franklin D. Roosevelt. Vanaf 1933 had deze politieke reus de hervorming van de Amerikaanse economie en samenleving geleid en vanaf 1941 was hij de aanvoerder geweest van het 'arsenaal van de democratie' in de strijd tegen de Duitsers, de Italianen en de Japanners. Ondanks zijn slechte gezondheid had Roosevelt zijn vice-presidenten nauwelijks betrokken in de belangrijkste kwesties die speelden tussen de geallieerden. Zelfs van de ontwikkeling van de atoombom wist de vice-president niets. Truman had hoe dan ook geen ervaring met buitenlandse politiek. Hij was van plaatselijk bestuurder in Missouri opgeklommen tot senator.

Dat voorspelde na het overlijden van FDR weinig goeds. De grote leider, met al zijn politieke spelletjes en voor anderen ondoorzichtige strategieën, liet een schijnbaar onvulbare leegte achter. Maar FDRs opvolger liet zich allerminst uit het veld slaan door deze gigantische verantwoordelijkheid. Met het beetje houvast dat hij had aan Roosevelts eerdere lijn en de adviezen van het oude, verdeelde Roosevelt-kabinet, maar vooral op eigen kracht, nam Truman zonder dralen achter elkaar besluiten die voor een belangrijk deel zouden bepalen hoe de na-oorlogse wereld eruit zou gaan zien.

Zo kreeg hij op zijn eerste werkdag in het Witte Huis direct al de vraag op zijn bord of de geallieerde troepen in Noord-Europa wel of niet snel door moesten stoten naar Berlijn, zodat ze daar tegelijkertijd met de Russen zouden aankomen en dus een sterke positie zouden innemen bij de latere verdeling van de bezettingszones. Dezelfde vraag deed zich voor met betrekking tot Praag en Boedapest. In alle gevallen woog Truman zorgvuldig de politieke argumenten af. Hij kwam tot de licht optimistische, maar destijds wel gerechtvaardigde beslissing dat de Russen, die zoveel meer hadden verloren in hun strijd aan het oostelijk front dan de Amerikanen aan het westelijke, de kans moesten krijgen hun campagnes te voltooien en dat de andere geallieerden zich moesten concentreren op de bevrijding van West-Europa.

Truman kreeg het daarmee meteen aan de stok met Churchill, die de Sovjets met wantrouwen bekeek en daarom liever een agressievere benadering had gezien, met name in Berlijn. Maar omdat beide mannen elkaar respecteerden, erkende Churchill uiteindelijk Trumans beslissing en diens gezag. Meer wrijving ontstond er tussen de Amerikaanse president en generaal Charles de Gaulle, de leider van de 'vrije Fransen' die volgens Moskin werd geobsedeerd door de wens het in 1940 verslagen Frankrijk weer in oude glorie te herstellen. Gedurende de laatste maanden van de oorlog in Europa bezette De Gaulle's troepen bijvoorbeeld, zonder overleg met of toestemming van het geallieerde gezag, Stuttgart om te benadrukken dat Frankrijk ook een gelijkwaardige geallieerde bezettingsmacht wilde zijn. Truman zette daarop de geallieerde hulp (militair en humanitair) aan Frankrijk stop, om De Gaulle zover te krijgen dat hij zich zou terugtrekken. De Franse generaal had niettemin nog een soortgelijke actie in petto in de voormalige mandaatgebieden Libanon en Syrië. De geallieerden hadden deze landen al erkend als onafhankelijke staten en ze waren reeds lid van de juist opgerichte VN, maar De Gaulle negeerde dit en liet in april 1945 zijn troepen in Syrië het bestuur overnemen en de 'orde handhaven'. Dat was niet alleen een demonstratie van koloniaal denken, maar het bracht ook de doorvoer van olie en troepen naar India en het Aziatische front in gevaar. Zonder naar zijn bondgenoten te luisteren bracht De Gaulle steeds meer troepen naar Syrië en Libanon, waar prompt heftige anti-Franse rellen uitbraken. Nadat Truman dit optreden had veroordeeld, lukte het Churchill uiteindelijk de generaal te overreden zich terug te trekken. Maar bij Truman had De Gaulle het wel verbruid: na de Europese crisis noemde hij de generaal een 'psychopaat'. En tijdens de escalatie in Libanon riep hij in een stafvergadering van het Witte Huis uit: “Those French ought to be taken out and castrated”.

Na V-E-day, op 8 mei 1945, volgde meteen een nog veel belangrijker discussie: met de andere bondgenoot, de Sovjet-Unie, over de toekomst van de 'bevrijde gebieden'. De laatste topconferentie van de Tweede Wereldoorlog te Potsdam, in juli 1945, ontmoette Truman voor het eerste Churchill en Stalin. De reactie van de president was typerend. Snel had hij door dat Churchill een zeer welbespraakt en loyaal bondgenoot was, zij het erg wantrouwig tegenover de Russische doelen en gevoelig op het punt van het Britse koloniale rijk. Wat Stalin betreft kostte het Truman iets langer om goed in te schatten hoe hij in elkaar stak. Eerst leek hij hem vooral nors en op pure macht uit. Vervolgens vond Truman hem wel recht-door-zee en buiten de formele besprekingen om zelfs sympathiek. Maar toen eenmaal duidelijk werd dat de Stalin heel centraal Europa voor de westerse geallieerden gesloten hield en er marionet-regeringen wilde installeren, waarmee hij de afspraken van Jalta schond, was het met de sympathie snel gedaan. Truman kon slechts hopen dat de sovjet-leider zich wel aan zijn belofte wilde houden om in augustus Japan de oorlog te verklaren.

Dat de hulp van de Sovjet-Unie in de Aziatische oorlog uiteindelijk niet nodig zou zijn, was ten tijde van Potsdam nog nauwelijks te voorzien. Moskin laat zien hoe Truman, toen nog maar een paar maanden aan de macht, in feite in zijn eentje voor de keuze kwam te staan om met conservatieve methoden de Japanners te bestrijden (de prognose was dat een invasie en verovering van Japan circa 500.000 slachtoffers aan Amerikaanse zijde zou kosten) of de kersverse atoombom in de strijd te werpen. De weigering van de Japanners om te capituleren, hun bereidheid om als kamikaze te sterven en de enorme verliezen aan beide kanten als de strijd gewoon zou worden voortgezet, brachten Truman tot het besluit de bom te gebruiken. Volgens Moskin speelde de overweging dat de Sovjet-Unie dan niet meer mee hoefde te vechten, en dus geen claim op bevrijde gebieden kon doen gelden, geen prominente rol.

En daarmee is dan ook het enige minpuntje van Mr. Truman's War aangestipt: de auteur is hier en daar wel erg bezig de haast onmenselijke goedheid van Truman uit de doeken te doen. Ook zonder zijn boerenverstand te benadrukken of Trumans politieke instinct onderbelicht te laten, maakt de president indruk. De 'kleine man uit Missouri', van wie menigeen vreesde dat hij de schoenen van zijn illustere voorganger nog niet voor de helft kon vullen, ontpopte zich binnen enkele dagen na zijn inauguratie als een van de nuchterste en besluitvaardigste leiders van de VS.