De honderd dagen van Lebed

MOSKOU, 27 SEPT. In sommige landen is het gebruik de eerste honderd dagen van een nieuwe leider te memoreren en Aleksandr Lebed heeft deze traditie nu ook in Rusland geïntroduceerd. Hoewel hij bij de presidentsverkiezingen afgelopen zomer niet eerste maar derde werd, heeft hij deze week een reeks vraaggesprekken gegeven die tot in Buenos Aires reacties opriepen. Zelf was Lebed wel tevreden: “Deze honderd dagen waren, wat de veiligheidsraad betreft, ruimhartig bedeeld door God de Allerhoogste.”

Behalve God bedankt de 46-jarige oud-generaal ook de media. De Izvestija bracht deze week een paginagroot interview, de Nezavissimaja Gazeta trok zelfs twee pagina's uit en de Moskovski Komsomolets vatte de betekenis van Lebed zelf zo samen: “Er is een nieuwe zwervende aanvaller in Ruslands politieke voetbal en hij speelt doelgericht. Je kunt hem niet van het veld verwijderen, tenzij je z'n been breekt.”

'De Veiligheidsraad van de Russische Federatie: 100 dagen na oekaze 924 van 18 juni 1996', zo heette de persconferentie waarmee Lebed gisteren zijn jubileum bekroonde. Hij schetste er een apocalyptisch beeld van Rusland. Het leger “staat op de rand van een muiterij”. De toestand van kerncentrales is “onbevredigend en kan tot een afschuwelijke ramp leiden”. Het hoge noorden van Rusland is “een rampgebied” en “we naderen het moment dat we daar de noodtoestand moeten uitroepen en honderduizenden mensen moeten evacueren”.

De situatie wordt alleen maar verergerd door de ziekte van president Jeltsin. “Het land heeft wilskracht verloren als gevolg van Jeltsins slechte gezondheid”, aldus Lebed. “Velen nemen een afwachtende houding aan. Dat is nu eenmaal het lot van intellectuelen in Rusland.”

Hij lichte die laatste opmerking niet toe, maar in het vraaggesprek met de Nezavissimaja Gazeta had hij al duidelijk gemaakt dat hij van Westers georiënteerde hervormers weinig verwacht: “Dat zijn allemaal mannen van het verleden.” Evenmin biedt de parlementaire democratie Rusland hoop: “Elk parlement is geschapen als een plek waar straffeloos met stoelen kan worden gegooid en ook de Doema vervult deze rol.”

Een verzoenend woord had Lebed wel voor de communisten. “Er zijn veel fatsoenlijke, professionele, hardwerkende mensen onder de communisten. Ik wijs zulke mensen niet af. Ik werk met ze.” Met name noemde hij ook nog een man die noch als liberaal noch als communist kan worden beschouwd: Jeltsins voormalige lijfwacht generaal Aleksandr Korzjakov. “Korzjakov is een patriot en ik sluit een coalitie met hem niet uit.”

Hoewel Lebed eerder al heeft gezegd dat hij president wordt “in het jaar 2000 of misschien eerder”, vindt hij de ziekenhuisopname van Jeltsin niet het gepaste moment voor politieke strijd. “We naderen een gevaarlijk punt, een erg gevaarlijk punt. Het is niet de juiste tijd voor ruzies. We moeten weg van de rand van de afgrond.” Hij riep op tot “een systeem van echte interactie” tussen de regering, de veiligheidsraad en de staf van de president. Eerder op de dag had premier Tsjernomyrdin eveneens opgeroepen tot eenheid, juist nu Jeltsin rust moet houden.

Lebed heeft voortdurend van zich doen spreken sinds hij veiligheidsadviseur werd. Door zijn daden - in luttele weken wist hij een bestand in Tsjetsjenië te bewerkstelligen - maar ook door zijn woorden. Met uitzondering van Jeltsin zelf is er niemand in het Kremlin die de zaken zo helder kan zeggen zonder dat er per se helder beleid op volgt. Vooral in het buitenland leidt dat soms tot verwarring.

De Argentijnse regering bijvoorbeeld riep gisteren een Russische diplomaat op het matje, nadat Lebed had gezegd dat een militaire coup in Rusland niet waarschijnlijk is omdat “wij, godzijdank, niet Argentinië zijn”. Het State Department had een dag eerder met verbazing gereageerd op de uitspraak van Lebed dat hij, als hij Saddam Hussein was geweest, op de Amerikaanse raketaanvallen eerder deze maand had gereageerd met “onmiddellijk terugslaan, met alles wat we hebben”.

Misschien dat Buenos Aires en Washington hoop kunnen putten uit een andere ontboezeming van Lebed gisteren: “In mijn honderd dagen als secretaris van de Veiligheidsraad heb ik nog altijd niet kunnen doorgronden hoe in Rusland beslissingen worden genomen.”