Clinton kan Boutros niet gebruiken

De taal van de diplomatie is uitgebreid met een nieuw begrip: body language. Niet dat in het verleden politieke leiders zich uitsluitend verlieten op woorden om hun gevoelens tot uitdrukking te brengen. Hitlers paradepasjes na de capitulatie van Frankrijk komen in herinnering.

Chroesjtsjov sloeg eens in de Verenigde Naties met zijn schoen op tafel. Maar Clinton bepaalde zich, als we de verslagen mogen geloven, uitsluitend tot lichaamstaal bij zijn ontmoeting deze week met VN-secretaris-generaal Boutros-Ghali. De tv-beelden van de gebeurtenis toonden inderdaad twee mannen die stijfjes en zwijgend elkaars aanwezigheid verdragen.

De Amerikaanse president heeft bij voorbaat laten weten dat hij zijn veto zal uitspreken over een nieuwe ambtstermijn van deze VN-secretaris. Boutros-Ghali heeft daarop geweigerd de handdoek in de ring te gooien. Het zal hem niet baten. De Verenigde Staten kunnen niet meer terug, en het Amerikaanse veto is afdoende om de Egyptenaar naar huis te sturen. Dat onder deze omstandigheden een formaliteit als de ontmoeting tussen beide heren toch is doorgezet en zelfs in het openbaar is vastgelegd, had een diepere reden. Het ongelukkige plaatje moest een boodschap overbrengen.

Boutros-Ghali wordt verweten dat hij van de toegezegde afslanking van de verkokerde, topzware, spilzieke en weinig effectieve Verenigde Naties nauwelijks iets heeft terechtgebracht. Dat is ernstige kritiek, maar het is ook het intrappen van een open deur. De kwalen waaraan de VN lijden zijn historisch en structureel en zeker niet uitsluitend toe te schrijven aan de secretaris-generaal van het moment. Het is dan ook maar de vraag of de nieuwe functionaris het beter zal doen. Ten slotte heeft ook hij rekening te houden met de vaak zeer particuliere wensen van zijn cliëntèle, de lidstaten, de belangrijkste veroorzakers van de zwaarlijvigheid van de volkerenorganisatie.

Boutros-Ghali is slachtoffer geworden van de Amerikaanse verkiezingscampagne, of, nauwkeuriger, van de ommezwaai in het beleid van de Amerikaanse regering. Het Clinton-team had aanvankelijk de VN hoog in zijn vaandel geschreven. Multilateralisme was het antwoord op het nieuwe isolationisme dat na afloop van de Koude Oorlog in Amerika de kop opstak. Het begrip had voor de buitenwacht een veelbelovende klank en was tegelijkertijd voldoende vaag om de critici thuis een tijdlang koest te houden. Het bood Washington de gelegenheid afstand te bewaren tot wat er zo al internationaal voorviel zonder wezenlijk het Amerikaanse leiderschap op te geven. De verantwoordelijkheid voor het verloop van crises in Bosnië, Somalië, Haïti en Rwanda/Burundi kon zo zonder kleerscheuren aan het VN-hoofdkwartier in New York worden overgedragen. En daar konden ze die niet weigeren.

Maar met het sneuvelen van Amerikaanse soldaten in de straten van Mogadishu - in detail vastgelegd door CNN - was de halfhartigheid van het multilateralisme - van de regie op afstand - blootgelegd. Als er al Amerikaanse levens werden opgeofferd dan dienden de Verenigde Staten niet voor de voeten te worden gelopen door een internationale bureaucratie. En dat zou in Somalië het geval zijn geweest.

Ook de crisis in Bosnië is in Amerika uitgelegd als een bewijs dat de aanpak met de VN als tussenpersoon niet deugde. De eis van Republikeinen als Bob Dole dat het door de volkerenorganisatie ingestelde wapenembargo ten behoeve van de Kroaten en moslims moest worden doorbroken betekende een regelrechte aanval op het multilateralisme van de regering-Clinton. Die zich dan ook haastig uit de maritieme NAVO-blokkade terugtrok. De ingewikkelde relatie tussen het VN-commando in voormalig Joegoslavië en de Amerikaanse opperbevelhebber in de Middellandse Zee, wiens aangeboden luchtsteun keer op keer werd geweigerd, bracht het Amerikaanse ongenoegen over de besluiteloosheid van de VN-bureaucratie tenslotte tot kookpunt.

Geruime tijd heeft men zich aan de zogenoemde Mogadishu-lijn gehouden. Bij vredebewarende interventies mocht die lijn niet worden overschreden: geweld diende voortaan alleen uit zelfverdediging te worden gebruikt. Maar de extreme toepassing van die vuistregel rondom en vervolgens binnen de 'veilige enclave' Srebrenica toonde de voosheid ervan. Onder de ogen van de blauwhelmen werden misdaden tegen de menselijkheid gepleegd zonder dat zij er iets tegen mochten doen. Het was alsof de Tweede Wereldoorlog voor niets was gevochten.

De val van Srebrenica betekende het einde van het multilateralisme als politiek dogma. Het was geen doeltreffend alternatief gebleken voor eenzijdig Amerikaans doen of laten. De directe inzet van Amerikaanse vliegtuigen en tanks tegen de Bosnische Serviërs leverde het akkoord van Dayton op. De VN werden op een zijspoor gerangeerd. Amerika's partners toonden zich dankbaar dat hun blauwhelmen, na de vernedering van de gijzelingen, een smadelijke aftocht uit Bosnië bespaard was gebleven. Maar met Dayton waren niet alle uitstaande rekeningen vereffend. Aan Clinton bleef de smet kleven te lang op het kompas van de VN te hebben gevaren en zo het leiderschap van de VS in de wereld in de waagschaal te hebben gesteld.

De recente afstraffing van Saddam Hussein en de ruzie met de Europese bondgenoten over handhaving en zelfs uitbreiding van sancties tegen 'schurken' als Iran, Irak, Libië en Cuba moeten tegen die achtergrond worden gezien. (Voorgenomen) bestraffing van niet-Amerikaanse ondernemingen die in dergelijke landen zaken doen, moet de kiezers overtuigen van de internationale assertiviteit van het Clinton-team. De Europese landen en Japan zijn Amerika's oude vrienden, maar in het post-ideologische tijdperk zijn het tevens rivalen, en niet uitsluitend op commercieel gebied. Zij hebben zich ontwikkeld tot mogendheden met eigen politieke prioriteiten, die niet meer vanzelfsprekend de VS volgen.

In een boeiende beschouwing in de International Herald Tribune van gisteren wijst William Pfaff op verandering in de Amerikaanse benadering van de wereld, en meer in het bijzonder van de democratieën daarin. Sprake is, schrijft Pfaff, van Amerika's “welwillende hegemonie”. Wat dat betekent, spreekt voor zichzelf. Clinton bruskeerde opzettelijk de secretaris-generaal van de VN. Zijn lichaamstaal kon niet duidelijker zijn, niet tegenover zijn vijanden èn niet tegenover zijn vrienden. De kiezers thuis zullen het hebben begrepen.

    • J.H. Sampiemon