Boze stiefmoeders en misleide heersers

Hakim & Karim Traïdia en Martien van Vuure: De zandkroon. Bulaaq, 128 blz., ƒ 24,50. Vanaf 8 jaar.

Jonge kinderen kennen Hakim allang, van Sesamstraat. Iets oudere kinderen hebben wellicht weet van zijn theatervoorstellingen. Hij is een mime-speler, een ongeschminkte clown. Guitig, teder en link als een looien deur. Wat hij zegt, begrijpt iedereen, hoe hij het zegt, met zijn Arabische accent, maakt het vreemd en des te attractiever. Want ventileerde Hakim zijn gedachten lange tijd woordenloos, intussen spreekt hij, beurtelings ad rem en schuchter en altijd geestig. En nu heeft hij ook een boek geschreven: De zandkroon - snaaks van taal en inhoud en even onweerstaanbaar als zijn voorstellingen.

Minder bekend dan Hakim is zijn zes jaar oudere broer Karim Traïdia, die, nadat hij Hakim uit Algerije was gevolgd naar Nederland, zich ontpopte als een getalenteerd cineast. Hakim is de romanticus van hen beiden, dat blijkt ook uit diens koddige houtskool-illustraties, Karim is de melancholicus. Karim Traïdia schreef mee aan dit boek en wie zijn films kent, mist in De zandkroon zijn bitterheid maar herkent zijn neiging tot vanzelfsprekend alledaags surrealisme: twee gesluierde Toearegs, met hun kamelen in galop op de Hollandse snelweg. Ze drijven Hakim, theatermaker en de 'ik' van dit verhaal, de vluchtstrook op en sleuren hem uit zijn auto. Hij vraagt nog of ze toevallig 'richting Koedijk' gaan, waar hij immers een engagement heeft om op te treden, maar het mag niet baten. In in een mum van tijd voelt hij de brandende woestijnzon op zijn rug en moet hij zijn weg vinden in de woestijn. Een van die Toearegs is trouwens scheel.

De Toearegs geven de aanzet tot een benarde reis - Hakim is verzeild geraakt in het verhaal waarmee hij zijn zieke zoontje in slaap heeft gesust. Tot zijn wanhoop moet hij ondervinden dat een verteller verantwoordelijk is voor alles wat hij verzint. Hoe enger het verhaal, des te groter het gevaar dat hij loopt.

De belevenissen van deze Hakim zijn de bedding voor de verhalen die Karim en Hakim Traïdia als jongens hoorden van hun ooms, tantes en oma's. In feite is De zandkroon een sprookjesboek, een verzameling schitterende vertellingen. oosters van toon, alomvattend van thematiek: over hoogmoed en hebzucht en eigenwaan, met boze stiefmoeders en misleide heersers. Gestoffeerd met aantrekkelijk-duistere begrippen als grootvizier, djellaba, sultan en soek, op spanning gebracht met de bekende plotse wreedheid en altijd voorzien van het plompverloren happy end dat alle sprookjes waar ook ter wereld kenmerkt: 'Aisja en Ali waren bedroefd over de dood van hun vader, maar ze leefden nog lang en gelukkig in de stad Sahanan.'

Stiekem vertelt De zandkroon nog iets anders, iets wat een allochtoon kind wellicht zal herkennen: het laat zien hoe je, eenmaal geworteld in een nieuwe samenleving, gedoemd bent een vreemdeling te zijn in je land van herkomst. Ook al weet je daar de weg, spreek je er de taal en heb je er familie en vrienden die niets liever willen dan je helpen.