Zinderend slot aan avond met Gergjev

Gergjev Festival: Concerten Jean-Yves Thibaudet, Koor en Orkest van de Kirov Opera o.l.v. Valery Gergjev. Gehoord: 24 en 25/9, De Doelen, Rotterdam.

Het was een memorabele gebeurtenis, gisteren in het Gergjev Festival, maar het had een historische daad kunnen worden. Van de drie versies die Stravinsky maakte van zijn 'cantate' Les noces werden door Koor en Orkest van de Kirov Opera onder leiding van Gergjev er twee uitgevoerd: de definitieve versie uit 1923 met een instrumentatie van vier vleugels, slagwerk, koor en vocale solisten, en de oerversie uit 1917 voor koor, solisten en een orkest dat is versterkt met onder meer een cymbalom en een klavecimbel.

Toch had het in de rede gelegen ook de versie van 1919 te programmeren, waardoor het evenement unieke dimensies zou hebben gekregen. Deze derde versie is bijzonder omdat Stravinsky daarin de pianola een belangrijke rol toebedacht. De onderlinge afstemming tussen dit mechanische instrument en het ensemble stelde Stravinsky echter voor onoplosbare problemen en de versie bleef onvoltooid. Pas in 1981 ging zij onder Boulez in première omdat in Rex Lawson een pianolist was gevonden die de problemen de baas kon. En juist Lawson was dit weekeinde te gast op het festival - weggestopt in een gratis lunchconcert.

Maar ook beide gespeelde versies waren, niet in de laatste plaats door de gedreven vertolkingen, bijzonder de moeite waard. De definitieve versie doet het modernste aan door de sobere, pregnante bezetting; de oudste doet het meest recht aan het folkloristische karakter van de bruiloftsthematiek en is spectaculairder. In de uitvoering hiervan viel bovendien alles net even iets beter op de plaats dan in de andere versie.

De avond werd zinderend besloten met de atonale geweldexplosies van Prokofjevs Derde symfonie: zacht gillende strijkersglissandi, navrante marsritmen en een Gergjev die zijn musici het vuur na aan de schenen legde. Musiceren onder Gergjev mag voor de Kirov-leden gelijk staan aan het leven als een galeislaaf, de sensatie onder zo'n roerganger te mogen musiceren moet onbetaalbaar zijn.

Aan Debussy, de derde componist van dit festival, wijdde pianist Jean-Yves Thibaudet een dag eerder zijn recital. Hij speelde onder meer het tweede boek met Préludes en L'isle joyeuse. Thibaudet is de ideale pianist voor Debussy. Zijn legato is licht en vloeiend, in zijn delicate spel krijgen de verschillende registers elk een eigen karakter en zijn pedaalwerk ondersteunt het muzikaal betoog zonder al te veel op de voorgrond te treden.

De twee toegiften van Thibaudet hadden nauwelijks betrekking op de festivalthematiek. De Nocturne van Chopin viel ver buiten de kaders en Turn out the stars van jazz-pianist Bill Evans (dat in harmonisch opzicht vaag herinnert aan Debussy) betekende een wat teleurstellende afsluiter van een verder boeiend recital.