WW-premie per bedrijf remt werkloosheid

DEN HAAG, 26 SEPT. Toerekening van het WW-risico per bedrijf kan per jaar tot 75.000 minder werklozen en een besparing op de totale WW-lasten van ruim 1,8 miljard gulden leiden. Dat blijkt uit een interne nota van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Ambtenaren van dat ministerie hebben de mogelijkheden voor premiedifferentiatie in de Werkloosheidsverzekering verkend. Dit is een instrument om tot een specifieke toerekening van verzekeringsrisico's per bedrijf te komen. Het systeem bestaat al in de Verenigde Staten.

De studie wordt aangekondigd in de op Prinsjesdag verschenen nota Werken aan zekerheid. Diverse politici, waaronder de PvdA-Tweede Kamerleden Vreeman en Wallage en minister Melkert (Sociale Zaken) hebben zich sterk gemaakt voor toerekening van het WW-risico per bedrijf.

Minister Wijers (Economische Zaken) is hier tegen omdat hij negatieve effecten verwacht voor met name kleinere ondernemingen. Volgens de interne nota van Sociale Zaken kan dit risico worden ondervangen door de premiedifferentiatie maar voor een deel (50 procent) door te voeren.

Door de toerekening van het WW-risico per bedrijf worden werkgevers directer geconfronteerd met de maatschappelijke kosten die zij in de vorm van werkloosheid veroorzaken. Het is volgens de nota bovendien een instrument dat vervroegde uittreding van oudere werknemers via de WW ontmoedigt.

Bij premiedifferentiatie wordt de te betalen WW-premie gerelateerd aan de in het verleden gemaakte uitkeringsuitgaven. Als de WW-premie voor de helft afhankelijk wordt gemaakt van deze in het verleden gemaakte uitkeringsuitgaven kunnen de effecten daarvan volgens de discussienota hetzelfde zijn als die in de VS: circa 15 procent volume-reductie. Omdat de jaarlijkse instroom in de WW in Nederland bijna 500.000 personen bedraagt zou dat neerkomen op 75.000 minder ontslagen per jaar. Aangezien de totale WW-lasten in 1996 12,3 miljard gulden bedragen zou daarmee ruim 1,8 miljard gulden op de uitgaven voor WW kunnen worden bespaard.

Bij de WAO zal een soortgelijke premiedifferentiatie op 1 januari 1998 worden ingevoerd. Een wetsontwerp waarin deze differentiatie wordt geregeld zal dit najaar door de Tweede Kamer worden behandeld.

Over mogelijke premiedifferentiatie in de WW zal eerst de Sociaal-Economische Raad (SER) om advies worden gevraagd. Het plan voor premiedifferentiatie maakt namelijk onderdeel uit van de nota Werken aan Zekerheid die het kabinet naar de SER om advies heeft gestuurd.

Volgens de ambtenaren van Sociale Zaken wijken de omstandigheden in Nederland op een aantal punten af van die in de VS, maar is dat geen reden om grote verschillen te veronderstellen bij de effecten van premiedifferentiatie.

Premiedifferentiatie zal tot relatief hogere WW-premies leiden in de bouw, de industrie en de landbouw. In de VS zijn deze drie sectoren verantwoordelijk voor driekwart van degenen die gedurende vijf jaar drie of meer malen een uitkering claimen, terwijl slechts een-derde van de totale werkgelegenheid in deze sectoren is te vinden.

De detailhandel, financiële dienstverlening, verzekeringen, onroerend goed, diensten en de publieke sector zullen baat hebben bij premiedifferentiatie omdat deze sectoren minder “recidivisten” in de WW kennen en daarom minder premie betalen.