Wacht niet lijdzaam tot zaterdag

Werkloze hogeropgeleiden krijgen op allerlei manieren hulp bij het vinden van een betaalde baan. Dat is ook hard nodig. 'Ze schieten niet met scherp, maar met hagel.'

Een troostrijke gedachte voor de werkzoekende hogeropgeleide: u bent niet kansarm. Dat zeggen ze tenminste bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dat houdt ook meteen in dat er geen apart beleid voor afgestudeerde academici en HBO'ers zonder werk wordt gevoerd. Jongeren, allochtonen en langdurig werklozen, zo heten de categorieën die zich op speciale aandacht van politiek Den Haag mogen verheugen - en daar kan 'bij toeval' wel eens een hogeropgeleide tussen zitten. Ook bij de sociale diensten neemt de hogeropgeleide zonder werk geen aparte positie in.

Dat wil niet zeggen dat de hogeropgeleide volledig aan zijn lot wordt overgelaten. De arbeidsbureaus, bestuurd door de overheid, de werkgevers- en de werknemersorganisaties, hebben in een aantal regio's speciaal voor deze doelgroep een Top Centre of een Centrum voor Hoger Opgeleiden opgericht. De centra zijn gevestigd in universiteitssteden, maar niet iedere universiteitsstad is deze speciale voorziening rijk.

Bij het arbeidsbureau in Nijmegen doet Cees Bouwhof de hogeropgeleiden 'erbij'. Om politieke redenen, zegt hij, zijn hogeropgeleiden in zijn stad nooit “een speerpunt van beleid” geworden. In navolging van landelijk beleid ging alle aandacht naar langdurig werklozen en allochtonen.

Maar er lijkt volgens Bouwhof een kentering op komst. De gemeentelijke politiek vindt nu ook dat vijfduizend werkzoekende hogeropgeleiden, dertig procent van het totale bestand van de arbeidsbureaus, wel wat aan de hoge kant is en dat er iets aan deze categorie moet worden gedaan.

Ieder Top Centre opereert zelfstandig, zo goed als ook de regionale arbeidsbureaus min of meer autonoom kunnen optreden. Wat de Top Centre voor hogeropgeleiden doen, komt in grote lijnen op hetzelfde neer. Het draait om drie dingen: informatie en voorlichting, werving en selectie en scholing en heroriëntatie.

Omstreeks september, wanneer een grote golf studenten afstudeert, is er een piek in de voorlichting. De Top Centres organiseren dan voor grote groepen voorlichtingsbijeenkomsten, waar net afgestudeerde HBO'ers en academici in ruim drie uur allerlei praktische zaken te horen krijgen. Hoe ziet de arbeidsmarkt eruit? Hoe moet ik een cv (curriculum vitea) samenstellen? Hoe krijg ik de juiste contacten?

Het lijkt allemaal nogal voor de hand liggend, maar Johan Flentge van het Centrum voor Hoger Opgeleiden in Groningen merkt ieder jaar weer hoe naïef velen op dit terrein nog zijn. “Ze zijn door de tempobeurs bijna alleen met hun studie bezig geweest en hebben nauwelijks besef van wat daarna komt. Ze denken alleen aan grote namen als Shell en Philips als ze bedrijven noemen waar ze zouden willen werken. Wij maken hun duidelijk dat er bijvoorbeeld ook nog een midden- en kleinbedrijf bestaat.”

Flentge hamert erop dat het wel degelijk zin heeft netwerken op te bouwen en open sollicitaties te sturen. Vaak laten afgestudeerden dit na omdat ze denken dat iedereen al open-sollicitatiebrieven rondstuurt. “Ik nodig wel eens een personeelsmanager uit die de aanwezigen uitdaagt hem de volgende dag te bellen. Later blijken er dan maar twee te zijn geweest die dat hebben gedaan.” Flentge blijft zich erover verbazen hoeveel hogeropgeleiden lijdzaam wachten tot de dikke zaterdagkrant met de personeelsadvertenties in de bus valt. “Ze schrijven vervolgens tientallen keren een standaardbrief, waarvan een bedrijf er zo'n duizend ontvangt. Ze schieten niet met scherp, maar met hagel.”

Veel afgestudeerden vinden zelf hun weg op de arbeidsmarkt. Maar in de bakken van de arbeidsbureaus blijven genoeg cv's over: bijvoorbeeld 5.000 in Nijmegen en 5.500 in Groningen en Haren. Het Top Centre van Amsterdam telt maar liefst 25.000 personen die op 'actieve bemiddeling' wachten.

De aanpak van dit probleem is zeer divers. In Groningen kijken ze over de grens en zorgen ze ervoor dat fysiotherapeuten en verpleegkundigen in Duitsland aan de slag kunnen. Verder regelen ze praktijkervaringsplaatsen. 'Geen ervaring' is immers een veelgebruikt argument waarmee pas afgestudeerden bij een sollicitatie worden afgewezen.

Flentge raadt af die ervaring in het vrijwilligerswerk op te doen. “Dan kom je terecht in de hoek van Greenpeace en de Waddenzeevereniging. Dat leidt niet tot succes. Denk in loopbaanperspectief, zeg ik altijd.”

In samenwerking met de sociale dienst heeft hij ervoor gezorgd dat een aantal cliënten met behoud van uitkering ergens de benodigde ervaring mag opdoen. “Dat moeten ze zelf regelen. Ze komen overal terecht. Bij de VPRO, bij een ministerie in Den Haag, maar ook bij de Europese beleidsmakers in Brussel.”

Nog een voorbeeld van een project: de Commerciële Club Groningen bestaat vijftig jaar en wilde daarom een beurs organiseren waar Noordnederlandse bedrijven contacten konden leggen met collega's uit het buitenland. Flentge leverde op verzoek dertig afgestudeerden in de letteren, die na een korte training naar onder meer Scandinavië en Oost-Europa werden gestuurd om daar bedrijven voor de beurs te werven.

Het project, dat tot stand kwam in samenwerking met Small Business Center Groningen en financieel werd gesteund door KPMG en ING, was een succes: er kwamen genoeg bedrijven naar de beurs en veel afgestudeerde letterenstudenten hielden er een baan aan over. Met geld uit het Europees Sociaal Fonds wordt nu zelfs een aparte stichting opgericht die nog meer van dergelijke activiteiten gaat ontplooien.

Het Top Centre van Amsterdam, vertelt Marlies Bron, is daarentegen druk bezig met de werving van vijftig 'Melkertbanen' voor hogeropgeleiden. Veel bedrijven die daarover worden benaderd zijn verrast. Ze hadden niet gedacht dat deze banen ook voor hogeropgeleiden gelden.

Voorwaarde bij de Melkertbanen is dat ze 'additioneel' zijn, dus geen bestaande banen vervangen. Bij hogeropgeleiden moeten we volgens Bron denken aan een kunsthistorica die in een kunsthandel restauratiewerkzaamheden doet of aan een jurist als toegevoegd assistent op een notariskantoor.

Wie langer dan een jaar zonder werk is, moet denken aan omscholing. De arbeidsbureaus bieden in samenwerking met opleidingsinstituten diverse omscholingscursussen aan. Het aanbod is afhankelijk van de arbeidsmarkt.

Pakweg zes jaar geleden werden veel werkloze hogeropgeleiden omgeschoold tot assistent to the manager. Tegenwoordig ligt het accent weer op automatisering. Het Top Centre in Amsterdam is bezig met het ontwikkelen van een cursus website designer. Maar het kan nog wel een jaar duren voordat de cursus begint. “We werken met baangarantie”, zegt Bron “dus moeten eerst nog de banen bij de providers geregeld worden.”

De grote vraag is wat deze inspanningen uiteindelijk opleveren. Moeilijk te zeggen. De arbeidsbureaus sluiten tegenwoordig contracten af waarin ze vastleggen dat ze voor een bepaald aantal cliënten van de sociale diensten moeten bemiddelen. Dat levert concrete getallen op. Flentge bemiddelt bijvoorbeeld jaarlijks voor ongeveer duizend hogeropgeleiden.

“Maar”, zegt Bron, “hoe meet je de effectiviteit van onze voorlichting die we tegenwoordig al op de universiteit geven?” Want, zeggen ze bij de arbeidsbureaus, banen creëren doen we niet, we proberen alleen mensen zo snel mogelijk op de arbeidsmarkt te brengen.

Vaststaat dat er een harde kern overblijft die de arbeidsbureaus met geen mogelijkheid meer aan het werk krijgen. Bouwhof schat hun aantal in Nijmegen op honderden. “Maar die noem ik niet eens meer hogeropgeleid.”