Verpakte vingers; Bezwaren van het bontrandje

Deze winter zal de handschoen weer veelvuldig in het straatbeeld te zien zijn. Praktisch is hij niet, de modieuze handschoen, maar wel fraai. Bij de firma Laimböck wordt nog ouderwets gepast en gemeten om de 24 stukjes waaruit de handschoen bestaat in dezelfde kleur leer te snijden. De kracht van de Parijse handschoendetaillist Muriel is het luxe-asortiment en de grote voorraad in kwartmaten.

Het warmst zijn natuurlijk gewoon wanten. Ze moeten bij de pols sluiten en verder lekker zacht zijn van binnen, liefst ook behoorlijk waterdicht en dan kan er niets tegenop, tegen de want. Wat warmte betreft dan. Maar zoals bekend is mode, en zeker die voor vrouwen, nauwelijks uit op praktisch en handig. Mode heeft weinig te maken met waar behoefte aan is, en veel met mooi. En mooi is wat mode is, of wat mode was. Handschoenen zijn mooi maar ze zijn niet meer zo erg mode als ze ooit waren toen ook het zomerhandschoentje bijvoorbeeld (gehaakt, van wit of crème katoen of van wit kant, of, voor weduwes, van zwart kant) hoogtij vierde. Ach, het zomerhandschoentje. Het stond zo netjes en braaf, bij mantelpakjes met een wijd driekwart mouwtje of een zomerjurkje met een uitwaaierende rok en die handschoentjes hielden dan meestal ook nog een keurig klein tasje vast en op het hoofd van de bezitster van mouwtjes, tasje en handschoentjes prijkte een klein hoedje en aan haar voeten droeg ze witte, heel puntige pumps. Zo was ze de verpersoonlijking van de dameszomer.

Maar goed, het zomerhandschoentje is foetsie, evenals de verleidelijke avondhandschoenen die tot boven de elleboog glad om de arm sloten. Die waren bedoeld om het mooie naakt van schouders en decolleté te benadrukken. Ze maakten bovendien een arm tot een lichaamsdeel dat zich liet ontbloten, wat aan een arm een heel nieuwe bekoring geeft.

Gelukkig is de winterhandschoen níet verdwenen. Die is integendeel erg aanwezig en er wordt alles aan gedaan om daar iets moois van te maken. En liefst ook iets warms, want mooi gaat voor nut maar warm is toch wel prettig. Zeker voor vrouwen, die, zoals bekend, vrijwel allemaal vrijwel altijd koude handen hebben.

De warmste handschoen is de lammie, van heel zacht suède en van binnen vol warme schapenkrulletjes. Maar die is tijdloos plomp van model, met fikse vingertoppen en tussenstukjes in de vingers, waardoor die een wat hoekige allure krijgen. Dat is een belangrijk punt bij een handschoen: idealiter verfijnt hij de hand en maakt haar eleganter, niet grover en lomper. Het is daarom voor een handschoen zaak om aan te sluiten. De mooiste handschoen past als een handschoen.

Gebreide handschoenen doen dat, die voegen zich helemaal naar de hand. Ze zijn, als bijkomende voordelen, goedkoop en in elke gewenste kleur te krijgen. Hun nadeel schuilt echter in de vingertoppen. Vingertoppen van wollen handschoenen worden rond, je krijgt er een soort Mickey-Mouse-handjes in, goeiige kinderhanden. Het lijkt vaak of handschoenvingers gewoon recht gebreid worden en dan bovenaan min of meer dichtgeknoopt. Er wordt geen model in gebreid, in de wollen-handschoenvingers. Dat is niet per se een bezwaar, het ligt er een beetje aan waarbij de wollen handschoen gedragen wordt. Bovendien is er nu een trend aan de gang tot opluxing van de wollen handschoen en wel met behulp van het deze winter zeer populaire polsbontje. Bontrandjes tref je overal, aan halzen van truien, op kragen van colbertjes, aan manchetten en mouwen en ook aan handschoenen. Kunstbontrandjes over het algemeen, maar met dezelfde 'luxe uitstraling' als heel dure, echte nerts-randjes.

Een slanke handschoen met een bontrandje vind ik wel zo ongeveer de allerbegeerlijkste handschoen die er bestaat. Wie er net zo over denkt heeft deze winter handschoensgewijs de winter van haar leven. Want het stikt van de zachte kalfsleren handschoenen met spitse vingers en lange manchetten die je kunt omslaan zodat het bont een randje vormt of onomgeslagen in hun volle elegante lengte onder je jas kan laten verdwijnen. En het wemelt van de lieve wollen handschoenen met ook dat bekoorlijke bontrandje.

Aan zo'n randje kleven echter, het zal eens niet, ook bepaalde moeilijkheden. Moeilijkheid één is de lengte van de jasmouw. Een bontrandje is vooral leuk als het gezien wordt. Maar als je het ziet is de mouw van je jas te kort en lijd je kou. Bij een enigszins wijde mouw wordt het probleem, gedeeltelijk, opgelost doordat zo'n mouw nog wel eens naar achteren schuift en dan het bontrandje vrijgeeft, en kleding die opschuift en dan laat zien wat voor moois eronder zit heeft iets voor op kleding die dat niet doet, dat spreekt. Maar bij wat smallere mouwen, en die zijn deze winter veel meer voorradig dan die wijde, gaan de dikkere rand van de handschoen en de onderkant van de mouw gedurig een gevecht aan. Het randje over de mouw heen is geen gezicht, dat geeft een wanstaltige pols, en eronder laat de mouw niet toe. Of wel, waarmee het bontrandje definitief aan het zicht onttrokken is. Waarom is alles toch altijd zo ingewikkeld.

Een tweede bezwaar aan bontrandjes, niet alleen aan die van de handschoen maar aan alle bontrandjes, is dat ze geen regen verdragen. Nu is ons klimaat toevallig miraculeus veel droger geworden, tot schade van de natuur waarom we moreel verplicht zijn de regen terug te verlangen, maar tot vreugde natuurlijk van de bont-willende-dragen-vrouw. Niets staat verpieterder en misplaatster dan nat bont in treurig druipende piekjes.

Regen is sowieso enorm anti-handschoen. Elk leer wordt erdoor verprutst, wol krimpt ervan en wordt hard, het regent door de handschoen heen - we nemen geen regen deze winter. Maar wel veel handschoenen - er zijn ook heel mooie nauwsluitende stoffen handschoenen met kleurige stipjes of schotse ruitjes of handschoenen die zwart zijn maar heel subtiel een paar rode knoopjes hebben, of wit zijn afgebiesd. En er zijn natuurlijk die Italiaanse, die spitse, die zachte, die je vinger voor vinger even los moet trekken voor je ze uit kunt doen. Ook al zo'n onweerstaanbare beweging die uit dreigde te sterven maar die nu gelukkig weer een winter lang gered is. Het wordt buiten al een beetje koud.