Trieste reis naar Lutjeswaard

A/B HR.MS. NAUTILUS, 26 SEPT. Op alle kazernes en vaartuigen van de Koninklijke Marine in Den Helder hangen vandaag de vlaggen halfstok. Zo ook op Hr.Ms. Nautilus, een duikwaterschip dat vanmorgen uit de haven van Den Helder vertrok voor een bezoek aan de plaats waar gistermiddag de Dakota PH-DDA verongelukte. Zodra we op volle zee zijn gaat de vlag volgens voorschrift weer in top.

Daar ligt de zandplaat Lutjeswaard, negen mijl ten noordoosten van Den Helder. Daar liggen ook de restanten van het verongelukte, 53 jaar oude toestel van de Dutch Dakota Association (DDA).

“Diep triest”, noemt R. van de Weerdt het doel van deze reis: inspectie van het ramptoestel. Hij is luitenant ter zee der tweede klasse en plaatsvervangend hoofd van de duik- en demonteergroep van de marine. Van de Weerdt wijst op de gevaren van de “verraderlijke Waddenzee” met stukken water die bij laag tij plotseling droog komen te liggen. Sommige zandplaten zijn zacht, andere zandplaten “kun je met een tank berijden”. Van de Weerdt sluit niet uit dat de piloot van de Dakota op het laatste moment nog heeft geprobeerd een noodlanding op de plaat te maken.

Aan de wal is de identificatie van de slachtoffers in volle gang. Het Rampen Identificatie Team (RIT) werkt met tachtig man aan de zaak. “We werken voor zekerheid”, aldus teamleider L.C. van der Pols. Hij zegt begrip te hebben gehad voor de “smekende blikken” van de nabestaanden vannacht. Maar de zorgvuldigheid vraagt volgens Van der Pols dat meer tijd wordt genomen voor de identificatie. Een aantal slachtoffers is volgens Van der Pols moeilijk te identificeren door de aard van de verwondingen.

Het was een droevige stoet die vannacht om twee uur vertrok uit het Protestants Militair Tehuis De Duif in Den Helder. Tientallen nabestaanden van de slachtoffers van het vliegtuigongeluk in de Waddenzee daalden de trap af van het opvangcentrum, waar zij eerder die avond waren geïnformeerd over de ramp en over de komende identificatie.

Het was vrijwel stil. Een enkeling huilde zachtjes. Anderen hielden een pakje sigaretten omklemd. Een meisje streek door het haar van haar moeder, die voortdurend het hoofd schudde. De meesten liepen als verdoofd naar de bus die hen naar huis bracht. Naar Uithoorn, waar het leeuwendeel van de 32 slachtoffers woonde.

Het vliegtuig stortte gistermiddag om kwart voor vijf neer op een zandbank in de Waddenzee, ongeveer 15 kilometer ten noordoosten van Den Oever. Zeven minuten daarna gingen de eerste helikopters van de marine de lucht in. Sleepboten, maar ook vissersvaartuigen en plezierjachten stoomden op naar de plek waar het vliegtuig was neergekomen. De romp lag onder water, de staart stak erboven uit. De meeste ontzielde lichamen lagen in de gebroken cabine van het vliegtuig.

Geen van de zes bemanningsleden en 26 passagiers overleefde het ongeluk. Onder hen waren 23 personeelsleden van de dienst Wegen, Verkeer en Vervoer, district Zuid, van de provincie Noord-Holland. Kantonniers, brugwachters, sluiswachters en stafleden. Ze maakten een personeelsuitstapje met drie werknemers van het bouwbedrijf Ballast Nedam dat de excursie sponsorde. Ook voor het provinciehuis in Haarlem hing de vlag vanochtend halfstok.

Pagina 3: Op Schiphol zijn ramen afgeplakt

Het gezelschap was gistermorgen vanaf Schiphol vertrokken met de PH-DDA naar Texel, waar men een fietstocht had gemaakt. Het toestel was juist van Texel opgestegen voor de terugreis naar Schiphol. Daar hadden de slachtoffers samen met hun partners de dag feestelijk willen afsluiten met een barbecue op een opslagterrein van de kantonniers in Leimuiden.

Dat is nooit gebeurd. Om 16.45 uur vroeg de piloot van de Dakota een vliegtoren van marinevliegkamp De Kooy in Den Helder vergunning voor een zogeheten voorzorgslanding omdat een van de twee motoren niet meer functioneerde. Even later verongelukte het toestel op een zandbank in het wad.

Rond 18.00 uur drong het nieuws op Schiphol door waar nabestaanden hun familie en vrienden stonden op te wachten. De ramen van het gebouw van de Dutch Dakota Association werden provisorisch met papier afgedicht, om de nabestaanden af te schermen van opdringerige journalisten. Een enkeling verscheen in de hangar, sommigen met een kopje koffie in de hand, anderen hoofdschuddend en in tranen. Een andere keek vol ongeloof en boosheid naar buiten waar tientallen journalisten zich voor de ramen verdringen. Toen minister-president Kok de nabestaanden rond 21.00 uur had toegesproken, reisden ze af naar het militair tehuis De Duif.

Daar betuigde minister Borst (Volksgezondheid) de nabestaanden namens de regering haar medeleven. Ook de commissaris van de koningin in Noord-Holland, J. van Kemenade, was in het opvangcentrum. Beiden toonden zich onder de indruk van de professionaliteit van de hulpverlening aan nabestaanden én reddingswerkers. “Heel systematisch en doordacht”, omschreef minister Borst de opvang.

Van Kemenade vertelde dat koningin Beatrix zich tot diep in de nacht uitvoerig had laten informeren over de ramp en haar diepe medeleven met de nabestaanden heeft uitgesproken. Burgemeester W.K. Hoekzema van Den Helder zei dat veel tijd bij de opvang was besteed aan uitleg aan de nabestaanden over de procedures met betrekking tot de identificatie van de slachtoffers. De zorgvuldigheid vereist dat deze identificatie door het Rampen Identificatie Team vandaag en wellicht nog langer duurt.

De stoffelijke overschotten zijn overgebracht naar een als mortuarium ingerichte sporthal op het marinecomplex in Den Helder. De burgemeester van Wieringen, J. Baas, heeft het gebied rondom het wrak in zee gisteren tot rampgebied verklaard. De in groten getale opgekomen media werden vannacht ontvangen in het Peperhuisje waar ooit belasting in natura werd geheven van VOC-schepen die terugkerend uit de Oost het Schulpengat bij Den Helder passeerden om daarna via de Zuiderzee naar Amsterdam te varen.

Nu is het Peperhuisje uitvalsbasis van de marinevoorlichting. Op het prikbord hangt het excursieprogramma voor deze week met onder meer een groep medewerkers van dienst Wegen, Verkeer en Vervoer van de provincie Noord-Holland. Het blijkt om medewerkers van het district Midden te gaan. Die zaten niet in de Dakota, maar maakten een rondvaart en bezochten Hr.Ms. Abraham van der Hulst. Zij zullen vandaag het wegenonderhoud van hun omgekomen collega's waarnemen, aldus de provincie.

    • Arjen Schreuder