Stevens pleit voor soepeler aanpak fiscale emigranten

DEN HAAG, 26 NOV. Staatssecretaris Vermeend (Financiën) moet volgens de Rotterdamse fiscaal hoogleraar Stevens zijn plannen om de directeur-grootaandeelhouder een aanslag op te leggen op het moment van emigratie versoepelen.

Het voorstel van Vermeend creëert onzekerheid en zou tot een vlucht van Nederlands kapitaal kunnen leiden. Om de bestaande onzekerheid weg te nemen zou een directeur-grootaandeelhouder die emigreert 12,5 procent belasting moeten betalen. Dit voorstel doet de Stevens in het vandaag verschenen Weekblad voor fiscaal recht.

“Er is nog te veel onzekerheid over de concrete plannen van Vermeend”, zegt Stevens in een toelichting op zijn artikel. “Vermogende Nederlanders hebben het idee dat er vanaf 1 januari 1997 een hek om de BV Nederland wordt gezet en overwegen te emigreren. Om de fiscale claustrofobie te doorbreken en de vermogensvlucht in te dammen, zou Vermeend op korte termijn meer duidelijkheid moeten verschaffen over zijn plannen.”

Vermeend heeft al een eerste stap gezet door een echte aanslag - een emigratieheffing - om te vormen in een zogeheten conserverende aanslag. De conserverende aanslag maakt onderdeel uit van een reeks voorstellen voor een andere fiscale behandeling van aandeelhouders met een zogenoemd aanmerkelijk belang in een vennootschap, volgens het voorstel meer dan vijf procent van de aandelen. Stevens beoordeelt de voorstellen in de kern positief, maar acht op onderdelen verbeteringen mogelijk.

Na kritiek van de regeringsfracties PvdA, VVD en D66 en oppositiepartij CDA heeft Vermeend zijn wetsvoorstel voor een nieuw belastingregime voor de directeur-grootaandeelhouder al aangepast. In het oorspronkelijke voorstel van Vermeend moest de directeur-grootaandeelhouder met ingang van 1 januari 1997 bij emigratie een heffing van 25 procent betalen over het zogenoemd aanmerkelijk belang, ook als het belang nog niet is verkocht.

In zijn aangepaste voorstellen komt er een conserverende aanslag. De fiscus legt wel een aanslag op, maar deze hoeft pas te worden betaald wanneer het belang in een onderneming wordt verkocht.

Volgens Stevens zijn er nog vele “verdragsrechtelijke voetangels en klemmen” en stelt hij een “pragmatische oplossing” voor van 12,5 procent tenzij binnen vijf jaar na emigratie de aandelen worden verkocht of naar Nederland wordt geremigreerd.

Volgens Stevens kan de aankondiging van een stapsgewijze verlaging van het tarief van de vermogensbelasting en een substantiële verhoging van het bedrag waarover nog geen vermogensbelasting hoeft te worden betaald een goed signaal zijn om fiscale emigratie te voorkomen.

Ook gaat Vermeend de mensen met een zogeheten nulinkomen aanpakken. Mensen met goede renderende bedrijven kunnen het zo opzetten dat ze geen fiscaal inkomen hebben. Ze kunnen bij voorbeeld afzien van het opnemen van salaris of dividend uit hun bedrijf; ook kunnen ze tegenover hun belastbare inkomen een even grote aftrekpost opvoeren. Bij voorbeeld rente op een lening.

Staatssecretaris Vermeend presenteert nu een voorstel om zowel het nulinkomen te bestrijden als die dubbele heffing af te zwakken tot ongeveer 50 procent.

Stevens onderschrijft de noodzaak om aan de nulinkomens paal er perk te stellen. De fiscaal hoogleraar pleit voor de invoering van een fictief inkomen en wil mensen met een nulinkomen aanslaan tegen het tarief van de eerste belasting- en premieschijf van 37,5 procent.