Roken op het werk

DELFT. De ingenieurs van het technische onderzoekscentrum TNO in Delft zijn tot veel in staat. Stinkende of reukloze gassen van de meest uiteenlopende samenstellingen kunnen ze opvangen in hun luchtcirculatiesystemen. Maar tegen de massale chemische aanval van tabaksrookdeeltjes houdt geen filter lang stand.

Tests met sigarettenrook leveren veel schoonmaakwerk op in de proefcabines. De resten kleven aan muren en andere materialen om zich dan langzaam opnieuw door de lucht te verspreiden. In de meest geavanceerde kabine met dertig luchtverversingen per uur, waar panels oefenen in het beoordelen van binnenhuisgeurtjes, worden dan ook geen sigaretten opgebrand. “Het duurt te lang voor de stank weg is”, zegt dr.ir. Philomena Bluyssen, die is gespecialiseerd in de beheersing van het binnenmilieu.

Zij bezoekt “zieke gebouwen” en adviseert hoe de klachten kunnen worden verholpen. In een grote hal met proefopstellingen worden de luchtjes onderling door panels vergeleken. Bluyssen bezit een goede neus en kan gassen opsnuiven die op geen apparaat traceerbaar zijn.

Een afzuigkap boven de bureaustoel van de roker is het enige dat zou kunnen helpen tegen de verspreiding van blauwe walmen. Een dergelijk trompetvormig apparaat wordt ontwikkeld door ir. M. Rolloos van TNO. Hij laat een tekening zien van zo'n schoorsteen voor pijprokers uit 1850. Toen ging het vooral om het wegnemen van de last van stank, traanogen en vuile gordijnen, nu gaat het om het ruim bekende gevaar voor de gezondheid van niet-rokers. De weggezogen rook moet volgens Bluyssen wel meteen naar buiten worden afgevoerd, want filters zijn in enkele uren verzadigd met teer en stofdeeltjes.

In sommige Japanse bedrijven moeten rokende werknemers voor een loeiend apparaat plaats nemen dat de gereinigde lucht onder tafel langs de benen afvoert. Dat lijkt een zware straf, temeer omdat de apparaten niet echt helpen op de lange duur.

Tabaksrook is volgens de binnenmilieu-experts van TNO de schadelijkste stof die in kantoren en huizen voorkomt, erger dan de emissies van kopieerapparaten, viltstiften of tapijten. Over het algemeen geldt al dat binnenlucht vuiler is dan buitenlucht. Sigaretten voegen daar nog een rijke cocktail van honderden schadelijke gassen aan toe, zoals koolmonoxide, benzeen, tolueen, acetaldehyde, trimethylbenzeen. Gassen die wettelijk aan strenge normen zijn gebonden of uit het kantoor zijn gebannen, komen in tabaksrook onbeperkt voor. Formaldehydedamp uit spaanplaat is bijvoorbeeld door de wet ingedamd maar kan zich via de sigaret onbeperkt in huis en kantoor verspreiden. Sommige mensen klagen dan over hoofdpijn of tranende ogen. Hen rest niets dan zelf eens op te steken. Dan hebben ze er tenminste nog plezier van.

Bluyssen, die soms voor de gezelligheid wel eens meerookt, schrok voor het eerst van de bijprodukten van sigaretten toen ze tijdens een stage aan de Yale-universiteit een zelf geconstrueerd rookapparaat elke vier uur van bruine smurrie moest ontdoen, omdat het verstopt raakte. Maar zelf roken is één ding, een ander onvrijwillig aan de gevolgen blootstellen gaat ver, zeker in een werkomgeving. Voor onvrijwillige meerokers, die erfelijk zijn belast, is de kans op longkanker flink vergroot. Nog veel groter is het aantal cara- en astmalijders die last krijgen. Als de rook door de werkgever werd verspreid, zou een team van de Arbodienst allang hebben ingegrepen.

Een verbod op roken in gedeelde werkkamers en kantoortuinen ligt voor de hand. Roken in publieke ruimten mag al niet in Nederland. Het is geen goed idee om in de particuliere sector het onderhandelen aan de werknemers ter plekke over te laten. De uitkomst is dan afhankelijk van de status van de roker. Is hij getapt bij zijn collega's of is hij de baas? Bij goed opgeleiden zijn rokers in de minderheid. Maar onder ongeschoolden, die zelden een eigen kantoorkamer hebben, zijn rokers oververtegenwoordigd. Wie niet tegen rook kan, moet het dan maar pikken. Dat is vreemd, want het Rijk laat de uitstoot van bedrijven niet over aan onderhandelingen met buurtbewoners.

Het is niet de bedoeling om rokers in de pauzes buiten de deur te verbannen. Een rookkamer zou soelaas moeten bieden, zodat de nicotine-afhankelijken zich nog ergens op kunnen verheugen, zonder dat ze meteen de stoep op hoeven. Iets dergelijks zou wel aan het initiatief van de werkgever kunnen worden overgelaten.

Anders dan alcohol brengt nicotine het beste in de mens naar boven. De vredespijp ontspant. Niet voor niets geldt dat een tevreden roker geen onruststoker is. Pas als er geen sigaretten zijn, wordt hij chagrijnig. Toch zijn rokers geen efficiëntere werkers, zo blijkt uit onderzoek in Amerika, waarbij rokers en niet-rokers opgaven moesten maken. Tabak maakt het denken niet beter. Het ritme van de hersengolven veranderde wel bij de rokers maar de eindresultaten van de tests waren slechter dan voor niet-rokers. Roken is een gewoonte die de tijd verdrijft en momenten van spanning breekt, maar voor het opdoen van nieuwe ideeën is het niet nodig.

In cafés en uitgaansruimten kan het roken doorgaan, want daar zijn mensen vrijwillig aanwezig. Wie de ruimte te rokerig vindt, kan vertrekken en dat gebeurt ook. Als de markt er behoefte aan heeft, kunnen er rookvrije cafés en disco's worden opgericht. Ook thuis valt er niets te regelen voor de wetgever. Het gaat er niet om de rokers hun ongezonde genot te ontzeggen.

Tot de uitvinding van een deugdelijke rookkuiser of afzuigkap zullen rokers zich met speciale kamertjes moeten behelpen. In de kantoortuin valt ook te genieten, want niets is zo heerlijk als het inhaleren van liters frisse lucht na een sigaret.