Prognoses ook voor IMF lastig

WASHINGTON, 26 SEPT. Volgens een aloud adagium is voorspellen moeilijk. Dat geldt ook voor de economen van het Internationaal Monetaire Fonds (IMF), algemeen beschouwd als de economische rekenmeesters bij uitstek. Het IMF steekt in de gisteren gepubliceerde World Economic Outlook de hand in eigen boezem.

De hoogleraar Michael Artis onderzocht voor het IMF de voorspellende prestaties van het fonds in de periode van 1971 tot 1994. Daaruit blijkt dat de economische groei van de industrielanden gemiddeld één procentpunt werd onder- of overschat.

“Dat is aanzienlijk wanneer het wordt afgemeten aan het gemiddelde economische groeipercentage van 2,75 procent,” zo erkent het IMF ruiterlijk.

Het voorspellen van inflatie blijkt gemakkelijker dan van groei. De over- en onderschatting bedroeg in de onderzochte periode 0,75 tot 1 procentpunt bij een gemiddelde inflatie van 5,75 procent. De inflatie in Duitsland werd het beste voorspeld.

Voorspellen is over de hele periode niet moeilijker of makkelijker geworden. Artis vergeleek de jaren voor 1983 en die erna.

In de eerste periode vielen twee oliecrises, maar de voorspellingen in de tweede, 'gemakkelijker', periode waren niet beter. Ook was er geen verschil met meer 'naïeve' voorspelmethoden.

De studie bevestigt dat het voorspellen van keerpunten in de conjunctuur het moeilijkst is. Alle vooraanstaande instituten blijken in het algemeen dezelfde fouten te hebben gemaakt. Prognoses van het IMF waren meest aan de optimistische kant.

Het voorspellen van economische bewegingen in ontwikkelingslanden blijkt het moeilijkst, deels door gebrekkige gegevens en grote schommelingen in grondstoffenprijzen en het gedrag van binnenlandse en buitenlandse investeerders.

Bovendien speelt volgens Artis mee dat het IMF ervan uitgaat, kennelijk ten onrechte, dat ontwikkelingslanden de economische programma's die met het fonds zijn afgesproken ook daadwerkelijk uitvoeren.

Schrale troost voor het IMF is dat uit het onderzoek ook blijkt dat de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) en de nationale bureaus in de diverse landen, zoals het Nederlandse CPB, het niet beter doen.

Volgens een gepubliceerd onderzoek van het Nederlandse effectenkantoor Stroeve doet het IMF het in de meeste gevallen nog het best.

    • Hans Buddingh'