Oogsten van de Languedoc; WIJN OM TE STELEN

Van het veelbelovende wijngebied de Languedoc is de Mas de Daumas Gassac de enige wijn die zich 'grand cru van de Midi' mag noemen. Nog geen twintig jaar boert Aimé Guibert en hij heeft al een boek in het Engels verdiend.

Tussen de zeldzame wijndrinkers die 175 gulden per fles een redelijke prijs vinden, en de tallozen die blij zijn met vondsten voor ƒ 3,95 bevindt zich een onderzoekende groep die helaas moet toegeven dat de dure vaak de beste zijn maar die zich niet wil ruïneren. Voor die groep is de Languedoc een van de veelbelovende gebieden van Frankrijk geworden. Vijfentwintig jaar geleden was er weinig te beleven. Van al het land tussen de Spaanse grens en Nîmes kwam bijna alleen werkmanswijn, zelfs voor 5,95 geen lof waard. Het is verwonderlijk, zo snel als dat veranderd is.

Het meest verwonderlijk is de Mas de Daumas Gassac, die zich officieus de enige grand cru van de Midi mag noemen op gezag van Hubrecht Duijker, Hugh Johnson en Robert Parker (ook in Frankrijk zijn dat de wijnschrijvers om te citeren). In 1970 had Aimé Guibert bij Aniane ten westen van Montpellier een verwaarloosde oude boerderij gekocht omdat hij het landschap zo mooi vond. Wat hij er zou verbouwen wist hij niet. Misschien wijn. Hij haalde er een wijnkundige geoloog uit Bordeaux bij, die op de oever van het riviertje de Gassac een 600.000 jaar oude rode aarde aantrof, zó veelbelovend voor de wijnbouw dat er op de lange duur bij heel zorgvuldige bewerking iets groots zou kunnen groeien.

Nu ligt de boerderij van oude stenen nog steeds verzonken in het landschap. Binnen blijkt pas hoe hij verruimd en vernieuwd is, ingericht met glanzende techniek en waardige ontvangstruimten. De wijnen worden er aanbevolen in hoge professionele teksten van Guibert zelf waar de kleine koper beduusd van zal staan. De rode van '94 kenmerkte zich door élégance, aristrocratie, intensité, robe lumineuse et scintillante; daarna toonde de '95 tannines die te concentrés et rugueux leken, en Guibert vreesde que la nature soit allée trop loin. De vrees bleek ongegrond natuurlijk: alles komt terecht op dit wijngoed, sinds 1978 al toen de eerste jaargang geoogst werd.

Zo positief als Aimé Guibert schrijft praat hij ook, bijvoorbeeld over zijn idee dat hij het land niet gebruikt maar 'het zichzelf laat uitdrukken'. Al zijn wijnstokken zijn 'individuen', nooit geëgaliseerd uit de kwekerij afkomstig. Dat de verhouding van druivensoorten in zijn wijn ieder jaar anders is, komt door wat zij zelf voortgebracht hebben. Denkt hij dat de wijngeoloog gelijk had: in tweehonderd jaar zal zijn wijn algemene erkenning winnen als grand cru? “Luister meneer, nu de planten er twintig jaar staan hebben zij hun top bereikt, getuige de beroemde oogst van 1994 die al nergens meer te koop is. En luister wat het betekent als wijnstokken hun eigen weg kunnen volgen: in 1995 was de zomer droog en zij hebben hard moeten werken om hun druiven te maken, vandaar de aanvankelijk ruige smaak; in '96 is er teveel regen gevallen, maar zij hebben het overtollige water buitengesloten en er staat dus een wijn te wachten, niet zo elegant als de '94, maar met een overweldigend parfum.”

'Wat men hier ziet is niet mijn werk, het is het erfdeel van de Languedoc', schrijft Guibert in het boek dat Alastair Mackenzie vorig jaar over hem heeft gepubliceerd: Daumas Gassac (uitg. Segrave Foulkes, 20 pond). Nog geen twintig jaargangen en hij heeft al een boek in het Engels verdiend, rijk geïllustreerd en eentonig van bewondering. Behalve zijn respect voor het land heeft hij ook een uitstekend commercieel talent getoond, ontleend waarschijnlijk aan de traditie van Guibert Frères, het familiebedrijf in Millau dat volgens Mackenzie sinds driehonderd jaar leren handschoenen levert aan het Engelse koningshuis. Als binnenkort uit zou lekken dat Buckingham Palace een voorraadje Mas de Daumas Gassac heeft liggen voor zeer bijzondere staatsbezoeken, hoeft niemand zich te verbazen.

Wel worden de hoogste plaatsen op de ladder altijd bedreigd. Zoals Pétrus, de kostbaarste rode wijn van Bordeaux, op moet passen voor het naburige exclusieve kleine Le Pino, zo zijn er kenners van de Languedoc die beweren dat La Grange des Pères nog bijzonderder is of zal worden dan de Daumas Gassac.

De maker van La Grange des Pères heet Laurent Vaillé, jonger dan Guibert, maar even sterk overtuigd van de kwaliteit van zijn werk. Hij maakt zijn wijn in de boerderij van zijn familie dicht bij Aniane; zijn land ligt verder weg in de heuvels. Hij wil best een gesprekje voeren en iets laten proeven uit zijn vaten. Flessen om te verkopen heeft hij niet. Zijn kleine productie is verkocht voor hij in de fles zit, aan Frankrijk en aan het buitenland. Ook aan Nederland? Daar niet. Hoe komt dat? “Ik kreeg de indruk dat er een relatie bestaan heeft die verbroken is. Ruzie, althans onmogelijkheid om het eens te worden, komt vaak voor in de wijnhandel.” Vaillé was er gesloten over. Wil hij geen zaken meer doen met Nederland? “Zo erg was het niet.”

Wie weet komt er weer eens iets van hem hierheen. Uit een paar slokjes van zijn jongste oogst was niet in één keer op te maken of hij de hele Languedoc achter zich zal laten. Wij moeten hem in de gaten houden.

De omgang is makkelijker met Jean Orliac van het Domaine de l'Hortus, twintig kilometer naar het noorden. Bij hem wordt nog niet gesproken van grand cru. Maar zijn wijn, sinds een jaar in Nederland bekend, is ook een hoge uitschieter uit de traditie van de Languedoc.

Hij was niet bepaald content toen hij mij na zessen onaangekondigd aantrof op zijn terrein. Heel begrijpelijk; tien minuten rondkijken dan maar. Een uur later was hij nog niet uitgepraat, staande op de helling van de berg Hortus waar zijn wijn naar heet: over zichzelf, over de bodem en het micro-klimaat van zijn terrein, over het produkt, de wijnhandel in Frankrijk en in het buitenland, de arenden die boven op de berg nestelen en de overlast, teweeg gebracht door journalisten die zonder afspraak aan komen zetten.

Veel van de wijnboeren van Frankrijk zijn toonbeelden van landlieden, zwijgzaam onder hun petten tussen de wijnstokken, terwijl hun vrouw de administratie voert. Een heel aantal andere zijn welbespraakte, algemeen ontwikkelde, filosofisch gezinde, politiek geïnteresseerde, ironisch gestemde wijnmakers zoals Orliac. Zijn wijnland is nog jonger dan dat van Aimé Guibert. Het heeft zijn eerste oogst voortgebracht in 1990, twaalf jaar na de aanplant. Hij was in de jaren tachtig docent in de economie aan de universiteit van Montpellier, maar had dat alleen levenslang willen blijven als hij iets ongehoords te verkondigen had; dus besteedde hij zijn geld aan het land tussen de bergen waar hij nu van leeft.

Hij kan een glashelder college geven over de reden waarom op zijn zuidelijk gerichte helling de Mourvèdre-druif staat voor de rode wijn, en op de helling ertegenover de Viognier voor de witte. Hij legt uit wat het micro-klimaat, tussen de twee bergen van dit landschap, de Hortus en de Pic Saint-Loup, voor eigenaardigs heeft in wind en regenval. Hij brengt de naam van de Hortus in verband met een klooster dat er vroeger stond. Hij verzekert dat hij met een minimum aan chemische middelen werkt omdat in de omgeving maar op zowat tienprocent van het terrein druiven staan, zodat schadelijke schimmels en bacteriën ontmoedigd raken. Hij verklaart dat 75 procent van zijn opbrengst naar het buitenland gaat doordat de Fransen, voor wie wijn een alledaagse verversing is, met minder zorg speuren en kiezen dan Amerikaanse, Engelse en Nederlandse wijnliefhebbers.

Hoewel het steeds later werd liet hij toen nog enkele van zijn jaargangen proeven. Zij komen niet zo diep en geheimzinnig uit de rode aarde als de Daumas Gassac, maar zij kenmerken zich door een verleidelijkheid tussen zwaar en licht, waar de drinker een beter mens van wordt, en zij kosten tot nog toe iets minder.

Op de wijnkaart van het hotel in Aniane staan vele andere Languedocs met indrukwekkende namen; al zouden zij nog geen van alle tegen de genoemde drie op kunnen, ze zijn ook al ambitieus.

In Nederland is de Mas de Daumas Gassac te krijgen bij Okhuysen in Haarlem en ook wel eens bij anderen, voor gemiddeld ongeveer veertig gulden, heel wat minder dan een Pétrus. De Domaine de l'Hortus komt van De Gouden Ton in Den Haag en Amsterdam voor tegen de dertig gulden. La Grange dès Pères is alleen door diefstal verkrijgbaar.

    • J.J. Peereboom