NAVO blijft in Bosnië en rekent op VS

BERGEN, 26 SEPT. Een formeel besluit ontbreekt nog, maar de koers naar een voortgezette aanwezigheid van de NAVO in Bosnië is uitgezet. De vredesmacht IFOR krijgt een vervolg met een omvang van ongeveer de helft van het huidige aantal van 60.000 militairen in Bosnië.

Dat is gisteren duidelijk geworden op een informele bijeenkomst van de ministers van Defensie van de 16 NAVO-lidstaten in het Noorse Bergen.

De vraag is met hoeveel grondtroepen de Verenigde Staten zullen deelnemen aan een dergelijke 'vervolgmacht', die een andere naam zal krijgen en ook een ander mandaat. De Amerikanen zeggen voorlopig hun bijdrage te laten afhangen van de aard van de missie. Militaire planners van de NAVO hebben gisteren van de ministers de opdracht gekregen om binnen enkele weken met concrete voorstellen te komen.

“De Amerikanen zijn simpelweg nog niet bereid over aantallen te praten”, zei een lid van de Noorse delegatie gisteren. Volgens hem heeft de Amerikaanse president Clinton “zich in eerste instantie gecommiteerd aan een terugtrekking van de huidige Amerikaanse troepen in Bosnië.” De Nederlandse minister van defensie Voorhoeve meent dat “het allemaal wel goed komt”. Na de komende presidentsverkiezingen in de VS op 5 november verwacht hij concrete besluiten van de Amerikanen, zo zei hij.

Enkele hooggeplaatste functionarissen van het Amerikaanse ministerie van Defensie legden gisteren omstandig uit dat pas na de formulering van de aard van de opdracht kan worden bepaald hoeveel militairen precies aan een vervolg moeten deelnemen. Functionarissen noemden vier theoretische mogelijkheden, waarvan twee al direct uitgesloten werden door de overgrote meerderheid van de Europese NAVO-lidstaten en de VS zelf: algehele terugtrekking van de IFOR-macht of juist een voortzetting in de huidige omvang. Ook zonder diepgaand onderzoek door NAVO-militairen is het in de Europese hoofdsteden - net als in Washington - duidelijk dat voorkoming van een nieuwe oorlog in Bosnië de allerhoogste prioriteit geniet. De enige variabele is of een vervolgmacht op IFOR uitsluitend ter afschrikking van een algehele oorlog moet dienen, of ook kleinere incidenten moet voorkomen die een eventuele aanleiding voor een full scale war zouden kunnen zijn.

Minister van Defensie Voorhoeve maakte duidelijk dat een aantal NAVO-bondgenoten in eerste instantie denkt aan uitsluitend het voorkomen van een nieuwe grootschalige oorlog. “De krijgsheren in Bosnië moeten beseffen dat zij niet straffeloos eigengereid 'correcties' op de Dayton-vredesakkoorden kunnen aanbrengen”, aldus de minister. Voor deze taak zijn ten minste 25.000 militairen op de grond nodig in Bosnië, zo is eerder uitgerekend. Naast deze troepenmacht zou de nog matig functionerende internationale politiemacht sterk moeten worden uitgebreid en verbeterd. En verder dienen de partijen bij het Dayton-akkoord zich strikt aan de afspraken te houden over bijvoorbeeld wapenvermindering. “Bosnië moet zich niet vervreemden van de internationale gemeenschap”, zei NAVO-secretaris generaal Solana. “De partijen moeten zich strikt aan de Dayton-akkoorden houden.

Voor minister Voorhoeve lijkt het ondenkbaar dat de Amerikanen geen belangrijke rol zullen willen spelen in een vervolgmacht op IFOR. “De akkoorden van Dayton zijn een succes van de Amerikaanse diplomatie. Zij zullen daarin blijven investeren”. Nog niet duidelijk is hoe lang de NAVO-troepen in Bosnië zullen moeten blijven. Volgens Frankrijk duurt het nog twee jaar voordat in Bosnië een zekere mate van stabiliteit is bereikt op economische, politiek en militair gebied. Voorhoeve wil een vervolgmacht - door sommigen ook 'stabiliteitsmacht' genoemd - in eerste instantie één jaar in het land houden, met een mogelijkheid tot verlenging. Ook over de samenstelling van de macht - uitsluitend NAVO-leden of ook andere landen, zoals bij IFOR waaraan bijvoorbeeld ook troepen uit Rusland meedoen maar ook Litouwen - bestaat nog geen duidelijkheid. Alle NAVO-lidstaten hebben toezegging gedaan troepen te zullen leveren, een enkel land heeft daaraan de voorwaarde verbonden dat ook de VS op de grond aanwezig moeten zijn. Definitieve besluiten over de vervolgmacht zullen in december door de ministers van Buitenlandse zaken van de NAVO worden genomen.

De Duitse minister van Defensie, Volker Rühe heeft samen met zijn Nederlandse ambtsgenoot gisteren aangedrongen op een actievere 'aanpak' van oorlogsmisdadigers. Hun pleidooien werden voor kennisgeving aangenomen. Duitsland en Nederland vinden het voor het slagen op langere termijn van de vredesakkoorden essentieel dat met name Mladic en Karadzic voor het VN-Tribunaal voor oorlogsmisdaden terecht staan. Beide landen beseffen dat hun aanhouding zou kunnen leiden tot “buitengewoon grote gewelddadigheden”, maar stabiele vrede kan volgens Rühe en Voorhoeve niet zonder een 'politiek zuiveringsproces'.