Lucratieve luchtkastelen

Studenten die een bedrijf willen beginnen, kunnen dat al tijdens hun studie doen. Met hulp van buiten.

Stichting Mini-Ondernemingen Nederland, postbus 93093, 2509 AB Den Haag, telefoon (070) 3 49 74 49, fax (070) 3 47 98 30. Per 1 oktober: postbus 93002, 2509 AA Den Haag, telefoon (070) 3 49 01 50, fax (070) 3 49 01 57.

De student die braaf college loopt en werkgroepen volgt, kan zich tussen de bedrijven door uitgebreid voorbereiden op de sollicaties die komen na het afronden van de studie. Maar die tijd kan ook worden gebruikt voor een oriëntatie op het ondernemerschap door, gewoon op school, met medestudenten een mini-onderneming op te zetten.

Na een voorzichtig begin in 1990 met tien mini-ondernemingen in heel Nederland, waren er in het studiejaar 1994/'95 al 75. Daarbij waren 1.245 jongeren betrokken op 53 scholen, zowel in het middelbaar als in het hoger-beroepsonderwijs.

Zij brengen uiteenlopende produkten op de markt, waaronder zekeringhouders, milieuvriendelijke aanstekers, liftreclames en lammeren-adoptieboxen voor verstoten lammeren.

Frank Teurlings is derdejaarsstudent aan de Hogeschool van Utrecht. Hij studeert culturele maatschappelijke vorming en volgt daarbinnen de differentiatie recreatie, toerisme en cultuur. Samen met vijftien medestudenten en begeleid door een mentor, Arno van Pelt, manager van de Technische Unie, werkte hij in de mini-onderneming 'Cadeau Chateau, verkoop van luchtkastelen'. Wat mag dat behelzen?

Teurlings: “Dat luchtkasteel is helemaal toegesneden op de wens van de klant. Het is een certificaat in een lijstje, met een eigendomsbewijs. Een heel sterk punt ervan is dat wij het zo persoonlijk mogelijk kunnen maken. Het zit in een doosje en de klant krijgt er een sleutel bij en een kompasje.” Dat hele pakket kost niet meer dan ƒ 12,95 en zijn mini-onderneming heeft er 800 stuks van verkocht. Er waren overigens ook goedkopere luchtkastelen voor ƒ 2,50 en ƒ 9,50. Het belangrijkste dat Teurlings naar zijn zeggen tijdens zijn ondernemerschap heeft geleerd is de techniek van het verkopen. Hij is verscheidene keren voor tv-camera's verschenen en die pr-activiteiten gingen hem steeds beter af. “Je krijgt steeds meer zekerheid.”

Het idee van de mini-ondernemingen is ontstaan in de Verenigde Staten in de jaren twintig. Op basis van het principe learning by doing werden mini-ondernemingen geïntroduceerd en daarna gesteund door mensen als Henry Ford, John D. Rockefeller en Walt Disney onder de vlag van Junior Achievement. De eerste mini-onderneming begon in 1929 in New York.

Sindsdien is het experiment uitgewaaierd over de wereld. In Europa beginnen nu ieder jaar meer dan 40.000 jongeren hun eigen onderneming. In Nederland werd het idee in 1989 opgepakt door de toenmalige Amro Bank, die twee proefprojecten begon in Zuid-Limburg. Daarna zijn ook de werkgeversorganisaties VNO en KNOV gaan meedoen en werd met steun van het ministerie van Economische Zaken in 1990 de Stichting Mini-Ondernemingen Nederland opgericht. Bedrijven helpen nu de studenten door mini-bedrijven te sponsoren en door eigen mensen beschikbaar te stellen als begeleider of mentor.

De Stichting Mini-Ondernemingen heeft geen zicht op de carrière van de student-ondernemers. Op sommige scholen worden de mini-ondernemingen opgezet in het tweede leerjaar. Daarna volgen nog twee studiejaren, waardoor het voortzetten van een onderneming na die cesuur niet eenvoudig is. Ook zijn er studenten die na hun afstuderen eerst een paar jaar bij een bedrijf in dienst zijn, en daarna, met hun ervaring als mini-ondernemer in hun bagage, voor zichzelf beginnen.

Sandra Vijn studeert aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle. Zij is vierdejaars aan de faculteit Journalistiek en Communicatie en volgt de differentiatie Bedrijfscommunicatie. Tien studenten ontwikkelden samen een spelletje in hun mini-onderneming 'Quatrow'. Sandra Vijn: “Het is een soort boter, kaas en eieren, dat je met z'n tweeën kunt spelen. Maar dan uitgevoerd in beukenhout, driedimensionaal, met houten kralen en negen staafjes.” Het kost ƒ 17,50. Vorig jaar werden er in acht maanden 850 van verkocht. Voor Sandra Vijn en haar medestudenten was de belangrijkste ervaring dat hun begeleider Taco Medema, docent aan de HTO in Zwolle, hen alles zelf liet ontdekken en dat zij goed leerden samenwerken. Zij moesten hun fouten opsporen en de mentor stuurde dan een beetje bij. Het bedrijf is vorig jaar niet voortgezet, de studenten hebben het in het laatste jaar te druk met hun studie. Zij hebben Quatrow en het spelletje voor een mooi bedrag verkocht aan een bedrijf voor relatiegeschenken.

Op het Grafisch Lyceum Utrecht hebben vorige jaar dertien studenten een eigen reclamebureau opgezet. Drie van hen, Daan Zürlohe, Stefanie van Meerwijk en Sikko Hoogstra, hebben deze onderneming, 'Young Creative', na hun schooltijd voortgezet in een vennootschap onder firma.

Zij melden over het schooljaar 1994/95 een omzet van 8.975 gulden en een winst voor de aandeelhouders van 2.100 gulden. De waarde van het aandeel van 25 gulden steeg in één jaar naar 57,75 gulden.

De klanten van de jonge ontwerpers zijn een groot automatiseringsbedrijf en ook wel middenstanders en beginnende bedrijven. Sikko Hoogstra: “Vooral die beginnende ondernemers hebben behoefte aan een huisstijl. Daarvan hebben we er al heel wat gemaakt.” Na hun succesvolle eerste jaar tijdens hun studie hebben ze het nu als zelfstandige ondernemers ook “smoor druk”, aldus Hoogstra. Een belangrijke ontdekking voor de drie jonge ondernemers was het grote belang van de interne communicatie. Hoogstra: “Het gaat om de communicatie van het managementteam naar de werkvloer. Dat moet goed lopen.” Problemen die zich desondanks voordeden losten ze op door samen pannenkoeken te gaan eten.

    • Koos Metselaar