Leven doctorandus (17) is 'beetje anders'

Als peuter telde Whee Ky Ma in de supermarkt de kassabon op om te kijken of het bedrag klopte. Inmiddels is hij 17 jaar oud en studeert hij vanmiddag af in theoretische natuurkunde.

GRONINGEN, 26 SEPT. Even is hij afgeleid. Hij bestudeert de mug die op zijn hand is neergedaald. Met een verlegen lach schuift hij dan het beestje voorzichtig weg als hem wordt gevraagd of hij zichzelf bijzonder vindt. “Nee, in het buitenland komt het veel meer voor. Niet zo lang geleden stond in de krant iets over een 17-jarige Indiase jongen die arts is. Dat is pas bijzonder.”

Whee Ky Ma is 17 jaar oud en mag zich sinds vandaag doctorandus noemen. Hij studeerde vanmiddag aan de Groningse Universiteit af in de theoretische natuurkunde. Op zo jonge leeftijd afstuderen is toch wel uitzonderlijk, erkent Whee Ky na enig aandringen. “Ik heb er niet van gehoord dat dit in Nederland eerder is voorgekomen.” Dan met een korte schaterlach: “Hoewel, in de zestiende eeuw waren er geloof ik mensen die op hun twintigste promoveerden.”

Op zijn twintigste promoveren behoort voor Whee Ky ook nog tot de mogelijkheden, want hij gaat zich vanaf nu bezighouden met promotie-onderzoek aan de Groningse Universiteit. Zijn onderzoek richt zich op de verbinding tussen de quantum-mechanica en de relativiteitstheorie met behulp van een nieuwe wiskundige theorie. Over een jaar wil hij ook nog afstuderen in zijn tweede studie, wiskunde.

Met zijn moeder en zijn twee broertjes (13 en 15 jaar) vormt Whee Ky Ma een hecht gezin. Niet zonder trots vertelt hij dat zijn broertjes ook heel intelligent zijn. Maar snel verbetert hij zich: “Nou, laat dat 'ook' maar weg.” Hoogbegaafd vindt hij een vervelend woord. Hij ziet ook weinig in apart onderwijs voor hoogbegaafden. “Het zou erg kunstmatig zijn al die mensen bij elkaar te zetten. Want je hebt het in zoveel gradaties.”

Zittend op een bank in een rijtjeshuis in een Groningse wijk, vlak bij de universiteit, vertelt hij over zijn levensloop. Eigenlijk vindt Whee Ky het niet zo prettig over zichzelf te praten. Helemaal niet als het prestaties betreft die hij niet bijzonder vindt. Over de negens en tienen die hij tijdens zijn studie haalde, bijvoorbeeld. “Er zijn er wel meer die dat halen. Ze zijn alleen wat ouder dan ik ben.” En hij vindt het niet leuk als zijn moeder vertelt dat hij zich heeft ingezet om bomen in de straat voor de zaag van de gemeente te behoeden. “Dat doen talloze mensen.”

Hij kon op zijn derde al lezen. Hij leerde dat door zijn moeder naar de uitspraak van letters te vragen. Hij was uitermate nieuwsgierig. Gek op cijfers, telde als kleuter in de supermarkt de kassabon op of het wel klopte. En een beetje ongeduldig. Als zijn moeder bezoek had, vroeg hij na een tijdje of het niet weer eens tijd was om te vertrekken. Dan kon hij weer vragen stellen aan zijn moeder. Zo ontwikkelde hij zich razendsnel. Soms hij had het zelfs te druk om naar de WC te gaan.

Whee Ky kijkt tevreden terug op zijn jeugd. “Het ging allemaal wat sneller op school. Mijn leven is maar een beetje anders.” Met veel waardering spreekt hij over zijn moeder. Zij zorgde er voor dat hij zich op zijn niveau kon blijven ontwikkelen en dat hij niet krampachtig aansluiting moest zoeken bij leeftijdsgenoten. Ze deed veel moeite om hem op zijn achtste naar het gymnasium te krijgen want op de lagere school verveelde hij zich stierlijk. De verzoeken van zijn moeder om Whee Ky “verrijking” te geven vonden nauwelijks gehoor. Hij was veel ziek, had onder meer een hersenvliesontsteking. “Dat was psychosomatisch”.

Het gymnasium doorliep hij “gewoon” in zes jaar. Dat had eigenlijk volgens Whee Ky wel sneller gekund, maar een strak georganiseerd onderwijssysteem maakte dat niet mogelijk. Hij deed eindexamen in tien vakken. Gelukkig, zo zegt hij, zorgen zijn vele hobby's voor genoeg uitdaging. Pianospelen (“mijn broertjes zijn veel muzikaler”), de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie, lezen, zwemmen, schaken, artikelen schrijven voor een wiskundetijdschrift voor jongeren en voor zichzelf essays en verhalen schrijven.

Op zijn veertiende ging hij naar de universiteit. Vanwege zijn leeftijd kwam hij niet in aanmerking voor studiefinanciering. Met een particulier fonds kon hij de studie bekostigen. Op de universiteit voelde hij zich meteen op zijn plaats. “Als student kun je zoveel leren als je wilt”. Hij koos voor theoretische natuurkunde, omdat hij “fundamenteel geïnteresseerd” is in de natuur. “Ik wil de natuur begrijpen”. Whee Ky zegt bezorgd te zijn dat fundamenteel onderzoek steeds meer ondergesneeuwd raakt, dat steeds meer van wetenschappers praktische toepassingen worden geëist. “De fundamentele onderzoekers zijn toch de verkenners van de mensheid. Die lijken me toch even veel waard als de gereedschapmakers.”

Veel vrienden heeft hij nooit gehad. “Ik heb dat nooit als onprettig ervaren.” Wel zegt hij goed met zijn mede-studenten te kunnen vinden. Over het krijgen van een relatie heeft hij nog niet echt nagedacht. Hij liet een ruig studentenleven aan zich voorbij gaan. “Dat is een stereotype, studenten die drinken en feesten. Er zijn meer studenten die daar niet van houden.” Hij is sterk begaan met zijn jongere broertjes, is zeer geïnteresseerd in allerlei maatschappelijke problemen, zoals het milieu en sociale ongelijkheid. Zijn moeder: “Dat vind ik nou zo leuk aan Whee Ky. Hij is helemaal niet wereldvreemd.”

Zij heeft er altijd voor gewaakt dat hij “commercieel uitgebuit” wordt. Ze was heel boos toen een school eens de krant had gebeld en met hem goede sier wilde maken. Toen hij zestien was liet ze het aan hem zelf over toen de Groningse universiteitskrant hem benaderde. Whee Ky stemde toe in een “klein stukje”. Nu, met zijn afstuderen, heeft hij weer geen bezwaar. Hij vindt het eigenlijk wel leuk voor de universiteit. “Omdat ze me hier nooit als curiosum hebben behandeld. En het is misschien aardig voor Groningen, want het is een geweldige stad.”

Whee Ky's moeder is trots op hem. “Dat hij al zo groot wordt. Maar dat hij op zo jonge leeftijd afstudeert? Och nee, hij is van tijd tot tijd best lui geweest. Je gunt je eigen kind natuurlijk nooit tegenslag, maar soms denk ik dat dat wel eens goed voor hem zou zijn. Met vallen en opstaan word je mens”. Whee Ky reageert licht ontstemd. “Dat gebeurt wel.”