Leerlingen op de LOM 'beter' dan allochtonen

ROTTERDAM, 26 SEPT. Leerlingen van LOM-scholen leveren betere prestaties bij taal en rekenen dan allochtone kinderen op 'zwarte' basisscholen. Dit blijkt uit een onderzoek van het Instituut voor Toegepaste Sociologie in Nijmegen en het SCO-Kohnstamm Instituut in Amsterdam.

LOM-scholen, behorend tot het speciaal onderwijs, zijn bedoeld voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden. Deze kinderen blijken tot en met de laatste klas beter te zijn in taal dan allochtone kinderen. Vanaf groep zes zijn allochtone leerlingen beter in rekenen.

Het totale basisonderwijs telt 1,4 miljoen leerlingen. Naar LOM-scholen gaan 41.500 kinderen.

In het onderzoek zijn 80.000 leerlingen in het basis- en speciaal onderwijs getest op taal en rekenen. De taalachterstand van Turkse en Marokkaanse kinderen is groot, omdat zij thuis vaak een andere taal spreken dan het Nederlands. De onderzoekers gebruiken de term 'zwarte' scholen als ten minste 50 procent van de leerlingen allochtoon is. In de praktijk blijkt op de zogenoemde 'zwarte' scholen gemiddeld 70 procent van de leerlingen van Turkse en Marokkaanse afkomst te zijn.

In een reactie op de onderzoeksresultaten wijst staatssecretaris Netelenbos (Onderwijs) erop dat de verschillen in taalvaardigheid afnemen naarmate de leerlingen ouder worden. Basisscholen zijn in staat om de verschillen tussen kinderen te reduceren, aldus Netelenbos.

In het LOM-onderwijs varieert de klassengrootte rond de twaalf kinderen. In het hele basisonderwijs is het gemiddelde 25,7.

Voor allochtone kinderen op de basisscholen geldt een zogenoemde 'gewichtenregeling'. Om achterstanden van deze kinderen tegen te gaan, geldt voor hen een 'gewicht' van 1,9. De school kan daardoor extra personeel aannemen.

De resultaten van de Amsterdamse en Nijmeegse onderzoeken “worden meegenomen” bij de komende discussie over de klassengrootte, aldus een woordvoerder van het departement.