Kamer ziet weinig in het publiek omroepplan

DEN HAAG, 26 SEPT. Staatssecretaris Nuis (Media) vindt de plannen van de publieke omroepen om het bestel te reorganiseren en de bestuursstructuur te vernieuwen “een stap in de goede richting”. De fracties van de VVD en D66 in de Tweede Kamer vinden de voorstellen van de omroepen “wereldvreemd”. De PvdA vindt dat de macht van de programmering nog teveel bij de omroepen blijft liggen.

De omroepen willen een college van bestuur waarin drie leden zitten dat als centrale directie zou moeten gaan fungeren. Twee leden zullen moeten worden benoemd door de omroepen, terwijl de voorzitter wordt aangewezen door de Kroon. Bovendien zouden de publieke omroepen een hoger percentage van de omroepbijdrage moeten krijgen.

Nuis vindt vooral het pleidooi van het NOS-bestuur voor een sterk centraal bestuur positief. “Dat de verschillende partijen nu in gezamelijkheid het hierover eens zijn zie ik als een stap in de geode richting. Alleen door de eenheid tussen de omroepen te versterken blijft de slagkracht gehandhaafd”, aldus Nuis. Volgens de staatssecretaris vertonen de plannen overeenkomsten met de wens van de Kamer voor één centrale directie voor organisatie en programmering.

De coalitiepartijen in de Tweede Kamer zien niet veel in de plannen van de omroepverenigingen. “De dames en heren in Hilversum hebben weer wat bedacht, maar de politiek is nu aan bod”, zegt Kamerlid Van Heemskerck (VVD). “De NOS wordt nu juist verder op afstand gezet, terwijl wij in de Kamer een motie hebben aangenomen met de wens dat de NOS een sterke centrale rol krijgt waarin ze de architectuur en de programmering meer moeten sturen. Dit voorstel doet een beetje wereldvreemd aan.”

Volgens Kamerlid De Koning (D66) is het “juist niet de bedoeling” dat de omroepen deel gaan uitmaken van een nieuwe directie. “Programmeren moet niet met besturen samenvallen. Dit voorstel doet mij een beetje aan als 'nieuwe wijn in oude zakken'.” De PvdA vindt het hele voorstel op zich “positief”. “Maar”, zegt Kamerlid Van Zuijlen (PvdA), “de programma's moeten gemaakt worden door de publieke omroepen en de programmering moet onafhankelijk worden ingevuld. We kijken serieus waar de bevoegdheden komen te liggen.”