God en Moraal (3)

De heren Heldring en Cliteur strijden al enkele maanden met elkaar over de christelijke grondslag van onze publieke moraal. Cliteur gelooft stellig in de construeerbaarheid van een moraaltheorie op basis van weten hoe door mensen gehandeld dient te worden. Heldring, zelf niet gelovig, is sceptisch en houdt het liever bij de oude, vertrouwde moraal volgens de Bijbel.

Van Dirck Volkertsz. Coornhert, schrijver van 'Zedekunst, dat is Wellevens-kunste', (1586, herdruk in moderne versie 1982), is de uitspraak 'Geloven en weten verschillen onderling naar oorsprong, wezen, doel, werking en vrucht.' Desniettegenstaande was zijn vrucht de eerste ethica, in een Europese taal en nog altijd een leesbaar handboek voor onze moraal en fatsoensregels. Stellig niet volmaakt, maar praktisch bruikbaar gebleken. Opmerkelijk is evenwel dat dit werk nu al een populaire uiteenzetting van een humanistische zedenleer wordt beschouwd, terwijl het geschreven is door een van huis uit praktiserend rooms-katholieke christen, maar ook libertijn in een tijd van godsdienstige tweedeling der Nederlanden. Het verscheen dan ook anoniem, omdat hij eerst door Alva en zijn Inquisitie en later door de Hervormde Lumeij werd vervolgd. Hij verbleef lange tijd als asielzoeker in Duitse gewesten.

Kortom, een van Nederlands grootste denkers die uit zijn hart heeft opgeschreven hoe mensen met elkaar dienen om te gaan. Zo'n man laat zich mijns inziens niet indelen in één van de vakjes van het theoretische denkkader van Cliteur. Hij past slechts in het gouden lijstje van moralisten en volksopvoeders als Confucius, Plutarchus en Montaigne.