Geen steun voor snelle reactiemacht

NEW YORK, 26 SEPT. Het Nederlandse plan om een snelle VN-reactiemacht te vormen om bij grootscheepse conflicten tussenbeide te komen, wordt met name door de permanente leden van de Veiligheidsraad afgewezen. Maar vandaag wordt er toch een begin gemaakt met zo'n brigade op afroep, zo meent minister van buitenlandse zaken Van Mierlo.

De 'Vrienden van Snelle Reactie', een groep van 26 leden van de Verenigde Naties, komt vanavond bijeen om samen met ondersecretaris-generaal Kofi Anan van de afdeling Vredesoperaties van de VN voorbereidingen te treffen voor de oprichting van een hoofdkwartier voor Snelle Reactie. Diplomaten zijn van mening dat met de vorming van zo'n generale staf weken tot maanden tijd gewonnen kan worden als de Veiligheidsraad besluit ergens ter wereld tussenbeide te komen.

De permanente staf van het hoofdkwartier bestaat uit zes officieren, aangevuld met twintig officieren en onderofficieren uit het bestand van 132 militairen die op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York nu al acties voorbereiden, ondersteunen en evalueren. Daarnaast zijn er nog twintig experts op afroep beschikbaar. Op het hoofdkwartier moeten niet alleen militaire voorbereidingen worden getroffen, maar ook internationale ambtenaren worden aangetrokken die politietaken voorbereiden, voor hulpverlening zorgen en toezicht houden op en naleving van mensenrechten.

Het hoofdkwartier voor Snelle Reactie, een Canadees plan dat door Nederland krachtig wordt ondersteund, moet direct ter plekke kunnen zijn, maar stapt op als de hoofdmacht is gearriveerd. De kleine staf in New York begint zo snel mogelijk. Zij bereiden trainingen voor en het werk van inspectieteams die uitgezonden kunnen worden naar gebieden waar conflicten dreigen. De staf van het hoofdkwartier moet leiding kunnen geven aan eenheden tot vijfduizend man sterkte. Het werk ter plekke zal niet langer dan zes maanden in beslag nemen. De militairen en het burgerpersoneel die worden ingezet, vallen rechtstreeks onder de Veiligheidsraad en werken op aanwijzing van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

Van Mierlo vindt het spijtig dat er nog onvoldoende steun is voor de oprichting van 'een snelle brandweermacht', die binnen enkele weken ter plekke kan zijn als zich rampen voltrekken, zoals in Burundi, Rwanda, Sierra Leone en Liberia. Maar het geeft Nederland voldoening dat er nu een eerste stap wordt gezet om sneller ter plekke te kunnen zijn als er conflicten uitbreken.

De animo om troepen beschikbaar te stellen voor Afrikaanse conflicten is in Westerse staten gering. Landen uit de Derde Wereld die eventueel wel manschappen willen leveren, ontbreekt het aan middelen en adequate training om militair te kunnen optreden of politietaken op zich te nemen. Binnen de Verenigde Naties worden plannen opgesteld voor trainingsprogramma's en een betere uitrusting van die legertjes. Maar westerse landen die militaire hulp kunnen geven, aarzelen soms omdat de interne veiligheid van de troepen leverende landen verstoord kan worden als die legers in eigen land hun vak te goed verstaan.