Geef de bejaarde toch die slimme éénmanskoelkast

Ondernemers spelen nog onvoldoende in op het toenemend aantal ouderen, schreef prof. A. Kleyn (NRC HANDELSBLAD, 17 augustus). H. Verwey-Jonker signaleert dat de komende verschuiving naar ouderen op de markt verder in de hand zal worden gewerkt doordat het aantal jongeren dramatisch gaat dalen. Hoog tijd om de bakens te verzetten.

Al enkele jaren geleden heeft het Centraal Planbureau berekend, dat het aantal zeventienjarigen tussen 1990 en 2000 met een derde zou verminderen. Tegenover een grotere koopkracht van ons, 65-plussers, zal dus een vermindering optreden van de consumptie van degenen die jonger zijn dan 25 jaar.

Welke consequenties heeft dat? Ik denk in de eerste plaats een afname van de vraag naar goederen die vooral door jonge mensen worden gekocht. Dus van Levi's, merkschoenen, baseballpetjes, cd's, computerspelletjes en andere elektronica. Ook vermoedelijk een achteruitgang van het bezoek aan pretparken en dergelijk vermaak en disco's.

Wat hebben dan de nieuwe jong- en hoogbejaarden daar aan wensen en behoeften tegenover te stellen? Merkwaardig is, dat daar heel weinig gericht onderzoek naar is gedaan. Enkele jaren geleden waren er nog wel adverteerders die produkten aanprezen waarvan zij dachten dat ouderen er behoefte aan zouden hebben: verzekeringsmaatschappijen boden aanvullende lijfrenten aan, met de suggestie dat men dan na de pensionering bezoeken zou kunnen brengen aan geëmigreerde kinderen of een collectie zou kunnen aanleggen van zeldzame zilveren voorwerpen; en projectontwikkelaars wenkten met dure en modern ingerichte appartementen. Maar al die plannen waren gericht op rijke oude mensen en men heeft intussen misschien wel gemerkt dat die niet overvloedig aanwezig zijn en dat het moeilijk is om een hypotheek te krijgen als je ouder dan zeventig bent geworden.

Maar wat zijn de behoeften van de gemiddelde bejaarde, die een normaal pensioen heeft, zelfstandig woont in een huur- of koopflat met enige huishoudelijke hulp, die in heel veel gevallen alleen is achtergebleven? Zijn of haar behoeften liggen op allerlei terreinen en hij of zij heeft in twee opzichten problemen: in de eerste plaats worden veel van de artikelen die hij zou willen hebben niet gefabriceerd; in de tweede plaats worden die artikelen die er wel zijn, niet getoond of geadverteerd. Het lijkt wel of men zich schaamt voor de aanwezigheid van goederen die voor oude mensen zijn bestemd.

Dit laatste geldt natuurlijk niet voor de artikelen die invalide ouderen nodig hebben: alarmtoestellen, rolstoelen, krukken en stokken worden in de ouderenbladen volop aangeboden, en de fysiotherapeut en de Thuiszorg weten er alles van. Maar het is wel bijzonder moeilijk om aan die dingen te komen die je in een eenpersoonshuishouding graag zou willen gebruiken en die je zonder al te grote kosten kunt aanschaffen.

Wat heeft het mij bijvoorbeeld een moeite gekost om een kleine afwasmachine te vinden. Ik had bij mijn verhuizing naar een flat de oude maar weggedaan met de overweging, dat er in de betrekkelijk kleine keuken, waar ik ook wilde eten, geen plaats voor zou zijn en dat die paar kopjes en bordjes van één persoon snel zouden zijn afgewassen. Maar na verloop van tijd ging ik toch beseffen dat je, na een half uur koken en een half uur maaltijd opeten, niet zo zit te verlangen naar ook nog een half uur afwassen. Ik had intussen gehoord dat er afwasmachines bestonden die op het aanrecht konden worden gezet en aan de leidingen konden worden gemonteerd. Maar waar waren ze te krijgen? Goede vrinden zochten voor mij de winkels af en kwamen met twee prospectussen, waarin ze - helemaal achterin - werden getoond. Beide Duitse merken. Maar in voorraad had men ze niet. Het kostte mijn zoon en mij een autorit van 100 kilometer om in een showroom zo'n machine te zien, hem op te meten en de nodige aanwijzingen te krijgen voor het gebruik. Toen kon hij via de winkel worden geleverd en aangesloten en ik heb er elke dag plezier van.

Zo gaat het met allerlei gebruiksgoederen: de kleine stofzuiger (kruimeldief) die op een batterij werkt, is er al lang. Maar als er voor wordt geadverteerd, zeggen ze dat hij zo handig is voor het schoonmaken van de auto. En waarom zie je nooit een advertentie voor de kleine stofzuiger met een steel, die zoveel handiger is dan de grote zware, die je eerst in elkaar moet zetten?

Op het gebied van de voeding is de situatie iets beter: er zijn kleine bekertjes pudding, kleine blikjes groente en tegenwoordig ook kleine porties rauwe en gewassen groenten, soms zelfs al gekookt bij de supermarkt. Maar waarom stellen ze daar geen apart hoekje of 'straatje' voor in, waar bejaarden alles kunnen vinden wat ze nodig hebben, net als voor dieetvoeding gebruikelijk is? Het bespaart het zoeken tussen al die voordeelpakken, die steeds groter lijken te worden.

Kleyn denkt dat hij wat kleding betreft wel genoeg 'in de kast heeft'. Maar dat geldt natuurlijk niet voor onder- of linnengoed. En ook op dit terrein hebben bejaarden wel eens iets bijzonders nodig. Want panties en lange broeken worden moeilijk aan te trekken en jarretelles zijn helemaal uit de mode (geweest). Veel oude mensen kunnen niet tegen kunststoffen, waarvan tegenwoordig zoveel kleding wordt gemaakt. Maar hier komt een jongere en moderne generatie hen tegemoet: er zijn kleine 'eco-winkels', die kleding en stoffen verkopen van natuurlijke oorsprong: zuiver wol, katoen, linnen en zijde. Adverteren doen ze nauwelijks, maar (jonge) klanten trekken ze wel. Het zal nog wel even duren voordat de grote confectie de bronnen van deze handel ontdekt heeft en de chemische industrie zijn greep op de modeontwerpers en de grote confectie verliest, maar het kan voor bejaarden interessant zijn ook eens de weg naar dit soort produkten te vinden.

En misschien, heel misschien, doen ze dan ook eens iets aan de afstandsbediening van de televisie. Ik heb zelf dat ding altijd gehaat. Hij raakte weg, ik kon hem niet op het juiste moment vinden en als ik hem gevonden had, drukte ik op het verkeerde knopje en kreeg een sportprogramma of sneeuw op het beeld.

Na erg veel moeite heeft mijn radiowinkel nu een toestel ontdekt dat ook knoppen op het toestel heeft (voor als de afstandsbediening defect is, was de man zo vriendelijk mij te vertellen). Want wat is er makkelijker dan naast het standby-knopje, dat toch al op het toestel zit, een knopje in te drukken waarmee je een ander programma kunt oproepen. Het is natuurlijk weer een Duits merk: door de oorlog zijn zij een beetje eerder geweest dan wij met die toevloed van oude, alleenstaande mensen en blijkbaar spelen zij er iets beter op in.

    • Dr. H. Verwey-Jonker