De weg is zeker niet eenvoudig

Leren door studeren, M. Elshout-Mohr en M.M. van Daalen-Kapteijns Coutinho 1993, 125 bladzijden, ƒ 19,50 ISBN 90 6283 905 3

Studeer Actief, wegwijzer voor de beginnende student, Cees Louwerse, Intro 1996, 63 bladzijden, ƒ 14,90 ISBN 90 5574 035 7

Pep Talk voor studenten. 135 tips voor de mooiste tijd van je leven, Ruud van den Berg, Intro 1994, 127 bladzijden, ƒ 24,90 ISBN 90 5574 031 4

Er was een tijd dat je niet zoveel nodig had om door een studie heen te komen. Een middelbare-schooldiploma, een kamer met bruin of oranje geschilderde muren en een elpee van Meatloaf of The Sex Pistols. De rest kwam vanzelf wel, tussen de bedrijven door. Studeren was eigenlijk meer een toestand dan een activiteit.

Dat kon een student zich destijds - we schrijven eind jaren zeventig - nog wel permitteren. De inschrijvingsduur voor studenten was onbeperkt, het collegegeld laag en de studiefinanciering riant. Je had alle tijd en het personeel van de universiteit nàm er ook de tijd voor. Een gesprek met de studieadviseur duurde al snel een halve dag.

Het begrip 'studiemethode' was toen voor veel van mijn medestudenten aan de Universiteit van Amsterdam bijna een contradictio in terminis. Methode? Het kwam er vooral op neer dat je eens een boek opensloeg, vooral als er een tentamen aankwam. Sommigen deden dat weliswaar rigoureus: die sloten zich 's nachts op in hun kamer en zag je nachten later pas terug op hun vertrouwde plek aan de bar. Opgetogen (geslaagd) of gewoon dorstig (gezakt).

Nu gaat dat anders. Wie tegenwoordig aan een studie begint, wordt gemaand vooral eerst een studie te maken van het studeren. Er staat namelijk veel op het spel - de arbeidsmarkt is krap - en haast is geboden: na vijf jaar, en straks al na vier, is het onverbiddelijk afgelopen met inschrijven en beurs incasseren. Van toestand is studeren een onafgebroken activiteit geworden, haast ècht een dagtaak.

Gelukkig zijn er boeken die uitkomst bieden. De markt voor 'hoe moet ik studeren'-boekjes lijkt al bijna zo lucratief als die voor Diekstra-achtige handleidingen ter leniging van geestelijke nood. Er zijn vuistdikke, wetenschappelijk verantwoorde verhandelingen over studiemethodes met opwekkende titels als Studeren kun je leren, handzame gidsjes als Leren door studeren, therapeutische boekjes, waaronder Studeer actief, voor hulp bij ongevallen en vlotte brochures voor een succesvol en toch gelukkig studentenleven, zoals Peptalk voor studenten.

De toon van die boekjes is afwisselend aanmoedigend, waarschuwend, geruststellend en troostend, zoals dat hoort bij handleidingen voor een riskante levensfase. “Dit boek richt zich op mensen die de weg gekozen hebben van een studie in het hoger onderwijs”, beginnen M. Elshout-Mohr en M.M. van Daalen-Kapteijns hun Leren door studeren (1993). Om er meteen aan toe te voegen: “Die weg is niet eenvoudig.” De lezer wordt in dit boek dan ook aangesproken met 'u'. De 'je' tot wie Studeer actief (1996) van Cees Louwerse zich richt, wordt daarentegen vrolijk opgewekt: “Kom op voor je rechten!”

Zo zijn er meer verschillen. Wie Leren door studeren doorbladert, staat al snel het klamme zweet in de handen van alle schema's, strategieën en modellen die de student moet opstellen om door zijn studie te komen. Het boekje bevat onder meer een 'werkblad kalenderlijn voor het middellange-termijnplan', ontleend aan een ander boek, met de belligerente titel Tactisch studeren. Daarop kan de student invullen wat hij wanneer af moet hebben. Inclusief 'dagen dat er niet gewerkt wordt aan een onderdeel', bijvoorbeeld 'herfstvakantie, Sinterklaas, Kerstmis'. Ook dient hij een lijst op te stellen met onder meer 'buiten de studie gelegen activiteiten', 'lichamelijke en emotionele factoren' en 'toevalligheden en kleinigheden die het studieritme verstoren', om een zo goed mogelijk inzicht te krijgen in zijn tijdsbesteding. De eerste lijst moet worden teruggebracht tot activiteiten 'die u niet wilt laten vallen omdat u vindt dat zij (naast uw studie) een plaats moeten hebben in uw leven'.

Deze auteurs bevelen de student niet voor niets aan zijn opleiding te benaderen 'alsof het een baan is'. De eeuwige studenten van de jaren zeventig - allang verbannen naar de eeuwige jachtvelden - kwamen daar ook al voor op, maar toen ging het vooral om de betaling: een verplichting voor de overheid. Tegenwoordig ligt het verplichtende karakter van de studie-als-baan geheel bij de student. De taal in het boek doet intussen vermoeden dat het gaat om een baan als automonteur: 'Houd vaart in uw studie', 'Houd uw motivatie op peil', en: 'Na het tentamen: de spanning laten afvloeien'.

Informeler is Studeer Actief van Cees Louwerse, vooral bedoeld voor studenten die 'het gevoel hebben dat ze te passief studeren'. De nuchtere aanwijzingen - en vooral de vrolijke cartoons - geven gelukkig het idee dat studeren ook wel een lèuke baan kan zijn. Maar wel een baan die hoge eisen stelt, zoals blijkt uit het hoofdstuk 'Actief omgaan met jezelf'. “Probeer te werken aan een realistisch zelfbeeld”, luidt het advies, “waardoor je in staat bent kritisch naar jezelf te kijken, je gedrag te relativeren en niet te vervallen in over- of onderwaarderingen.”

Wie daar niet in slaagt kan overschakelen op het boekje Pep Talk voor studenten (1994), dat 135 tips bevat voor 'de mooiste tijd van je leven'. Studentenpsycholoog Ruud van den Berg behandelt alle ellende die een student kan overkomen: depressie, faalangst, studietwijfel, stress, relaties, ouders. Voor al die problemen heeft hij handzame wenken. “Los problemen niet (alleen maar) op, maar ontgroei ze” (zelfbeeld). Waar het tenslotte om gaat is “dat je je leven bevredigend kunt maken, met of zonder (leuke) studie.” Sommige dingen zijn gelukkig nog niet veranderd.

Voor al deze boekjes is wel iets te zeggen. Het hangt ervan af of de opgejaagde student van tegenwoordig het meest behoefte heeft aan een strakke dienstregeling voor zijn 'studietraject', of aan een warm boekje vol troost en emotionele tips. Waarschijnlijk zijn beide genres wel te gebruiken. En dan liefst de dunnere - want anders gaat er zo weer een ingeroosterde week op aan het bestuderen van studeren, het maken van middellange-termijnplannen en uithuilen.