De vloek van het varken

Het kan gevaarlijk zijn de kans op werk te laten meewegen bij het kiezen van een studie. De 'varkenscyclus' kent een even taai als grillig verloop.

Niets is moeilijker te voorspellen dan de toekomst, zeker wanneer iedereen dezelfde conclusies trekt. Het gaat slecht met de chemie, zo lezen jongeren en hun ouders in de krant. Beter geen scheikunde studeren dus, daar zit geen toekomst in. Een vijftal jaren later gaat het allang niet meer zo slecht met de chemie. Banen genoeg. Maar aan de universiteiten studeert inmiddels nog maar een handjevol af, zodat de kans groot is dat er van de weeromstuit juist een tekort ontstaat, met veel kansen op werk. Zodat er weer veel meer jongeren kiezen voor scheikunde.

In de economie staat dit effect bekend als de 'varkenscyclus', al komt het ook vaak voor bij koffie, uien en kerstbomen.

De cyclus gaat als volgt. Op een bepaald moment is de prijs van varkensvlees hoog, omdat er weinig vlees wordt aangeboden. De weinige varkensfokkers verdienen veel geld. Dat gaat opvallen. En dus gaan steeds meer boeren varkens fokken. Het effect van al die individuele beslissingen is echter niet meteen duidelijk, alleen al omdat het ten minste een half jaar duurt voordat een big het slachtrijpe gewicht van 120 kilo heeft bereikt. Al die tijd blijft de prijs hoog en blijft het aantal varkens fokkende boeren toenemen.

Maar als al dat varkensvlees eindelijk op de markt komt, gaat de prijs zakken. Om hun inkomen op peil te houden, gaan veel varkensboeren in wanhoop vaak nog meer vlees produceren, totdat de prijs zo laag is dat ze er maar weer mee ophouden. Zodat er minder vlees op de markt komt, de prijs weer gaat stijgen en de cyclus weer begint.

Op de arbeidsmarkt draaien de cycli meestal trager dan in de landbouw. Het duurt immers langer om iemand op te leiden dan om een varken slachtrijp te krijgen. Als er nu een tekort aan leraren voor het basisonderwijs is, duurt het vier jaar voordat de eerste nieuw-opgeleiden op de markt komen. Een jaar of tien geleden kon iedereen in de krant lezen dat ziekenhuizen leerling-verpleegkundigen aan het eind van hun opleiding op grote schaal ontsloegen. Er was geen werk voor hen. Inmiddels is de situatie sterk verbeterd. Afgelopen zomer werd in de zorg-CAO zelfs afgesproken 10.000 nieuwe banen te creëren. Er zit dus mogelijk al weer een overschot aan te komen.

'Hollen of stilstaan', luidde dan ook de titel van een rapport dat de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek enkele jaren geleden hierover uitbracht.

De varkenscyclus heerst het sterkst bij specifieke beroepsopleidingen, waar de uitwijkmogelijkheden naar andere soorten werk gering zijn. Klassiekers naast de verpleegkundigen zijn: onderwijzers, leraren en fysiotherapeuten. Wie op het verkeerde moment in die richtingen afstudeert, vindt niet makkelijk een baan in een andere sector.

'De vloek van het varken' geldt veel minder voor bijvoorbeeld de Heao. Die staat nu al een paar decennia bekend als een opleiding met garantie voor werk. Afgestudeerden aan Heao's kunnen in vele sectoren van de economie een plaats vinden. Een tekort in de ene sector kan worden opgevangen door groei in een andere.

Bij opleidingen waarnaar op de arbeidsmarkt weinig vraag is, zoals kunstgeschiedenis of musicologie, speelt de cyclus ook geen rol: vraag en aanbod liggen hier te ver uit elkaar. Studenten kiezen deze studies dan ook vaak om heel andere redenen dan om de gunstige kansen op een baan.

Aan het varkenseffect is weinig te doen. Hooguit kunnen scholen besluiten zo weinig mogelijk specialistische opleidingen aan te bieden. Vorig jaar besloten de hogescholen te streven naar brede basisopleidingen, met pas in het laatste jaar een specialisatie. Bij onverwachte wendingen van de arbeidsmarkt is de afgestudeerde dan veel gemakkelijker om te scholen.

De belangrijkste conclusie die aankomende studenten kunnen trekken, is dat het riskant is een vak te kiezen op basis van een huidige behoefte op de arbeidsmarkt, zeker als de opleiding langer duurt dan een jaar. De meeste schooldecanen laten hun advies dan ook liever afhangen van de vraag of de leerling een opleiding 'leuk' lijkt. Er zijn gewoon te veel factoren die in de toekomst de situatie op de arbeidsmarkt beïnvloeden. Zelfs de varkenscyclus is zelden regelmatig: ook een anticyclische studiekeuze kan fout uitpakken.

Voor bijvoorbeeld onderwijzers ziet de toekomst er nu rooskleurig uit. Maar een betrekkelijk geringe verschuiving bij herintredende vrouwen kan de perspectieven voor net afgestudeerde Pabo'ers al weer behoorlijk bederven. En je weet niet hoe je buurman reageert. Als iedere potentiële onderwijzer de huidige prognoses serieus zou nemen, ziet het er ook weer niet best uit.

Zelfs in relatief gemakkelijk te voorspellen sectoren als tandheelkunde worden enorme vergissingen gemaakt. In de jaren tachtig werd berekend dat er ook met sluiting van de grote faculteit tandheelkunde in Utrecht voldoende tandartsen zouden blijven. In vijf jaar daalde het aantal eerstejaars tandheelkunde van 475 tot 120. Inmiddels is duidelijk dat er nu weer bijna vierhonderd per jaar nodig zijn om de tandartsenij op peil te houden. Over het hoofd gezien was dat mensen tegenwoordig veel later aan een kunstgebit toe zijn, zodat ze langer tandheelkundige hulp nodig hebben. Er is een nieuwe faculteit geopend.

Verwachte kansen op de arbeidsmarkt in het jaar 2000

HBO-opleidingen: Arbeidsmarktsituatie

Onderwijs: goed

Tolk en vertaler: goed

Landbouw en milieukunde: matig

Technisch laboratorium: goed

(Weg- en water-) bouwkunde: goed

Werktuigbouwkunde: goed

Elektrotechniek en technische informatica: goed

Haven en vervoer: goed

Medisch laboratorium: goed

Verpleging en paramedisch: goed

Bedrijfseconomie: matig

Accountancy: goed

Bedrijfsinformatica: goed

Toerisme en recreatie: matig

Commerciële economie: slecht

Technische bedrijfskunde: matig

Bestuurlijk-juridisch: goed

Sociaal-cultureel goed

Kunst: goed

Politie en defensie: goed

Universitaire opleidingen: Arbeidsmarktsituatie

Letteren: matig

Theologisch: goed

Landbouw en milieukunde: goed

Wiskunde en natuurwetenschappen: goed

(Weg- en water-) bouwkunde: goed

Werktuigbouwkunde: goed

Elektrotechniek en technische informatica: goed

Dier-, genees- en tandheelkunde: goed

Farmacie: goed

Econom(etr)ie en accountancy: goed

Bedrijfskunde redelijk

Informatica: goed

Juridisch: matig

Bestuurlijk: goed

Sociaal-cultureel: goed

Kunst: slecht

Bron: Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt

    • Hendrik Spiering