De stagecoördinator

Drs. Saskia Franken (37), stagecoördinator aan de letterenfaculteit van de Universiteit Utrecht: “Ik heb van '77 tot '85 geschiedenis gestudeerd, hier in Utrecht. Zevenëenhalf jaar, dat kon toen nog. Na mijn afstuderen heb ik een half jaar gewerkt in een instituut voor huiswerkbegeleiding en vervolgens kreeg ik een baan bij de studentenadministratie van de letterenfaculteit.

“Iedere vakgroep hield toen nog z'n eigen administratie bij. Ik maakte deel uit van een projectgroep die een centraal systeem moest opzetten voor de hele faculteit. Dat is een behoorlijk ingewikkelde klus geweest: een computersysteem kiezen en ontwikkelen, mensen uit de diverse vakgroepen bijeenbrengen en laten samenwerken, lijn zien te krijgen in verschillende methoden van administreren. Al met al heeft het ruim twee jaar geduurd voordat we dat systeem op poten hadden gezet. In '89 ben ik hoofd geworden van de centrale studentenadministratie bij Letteren. Sinds '91 ben ik stagecoördinator.

“Mijn historische vakkennis heb ik bij mijn werk niet nodig gehad. Maar indirect is de geschiedenisstudie mij beslist van pas gekomen: snel orde kunnen scheppen in een brij van ongelijksoortige feiten en meningen, hoofd- en bijzaken onderscheiden en je analyses helder op papier kunnen krijgen. Dergelijke algemene vaardigheden, die ik in mijn studietijd heb ontwikkeld, zijn niet alleen los te laten op de geschiedenis, maar even zo goed op de praktijk van alledag, ongeacht het onderwerp.

“Van nature ben ik nogal nuchter. Ik relativeer graag. In die zin was de geschiedenisstudie mij op het lijf geschreven. Wetenschapsbeoefening is weliswaar een kwestie van oorzaak en gevolg zoeken, van verklaren en begrijpen. Maar de geschiedenis laat zich niet altijd in zulke rationele schema's vatten. Historische ontwikkelingen kunnen ook stom toeval zijn of gewoon pech. Zo'n manier van kijken helpt mij ook het werk te doen dat ik nu doe. Niet alles past in schema's: soms moet je opschieten en knopen doorhakken, soms moet je tijd nemen en alles nog een rustig op een rij zien te krijgen.

“Als ik opnieuw een studie moest kiezen, zou het weer een letterenstudie worden. Het zou raar zijn als ik iets anders zou zeggen, maar ik meen het. Je kunt een studie alleen volhouden als het vakgebied je interesseert. De arbeidsmarkt kan niet de maat aller dingen zijn. Toegegeven: de banen liggen niet altijd voor het opscheppen als je een letterenstudie hebt gedaan. Maar toch: 70 procent van onze studenten heeft een jaar na het afstuderen een betaalde baan gevonden. Ik kan een reeks voorbeelden geven van mensen die op hele interessante plekken zijn terechtgekomen.

“Ruim de helft van onze studenten kiest voor een stage. Studenten die dit niet doen, zeggen vaak: ik heb geen ruimte in mijn studieprogramma, als ik stage ga lopen, moet ik mijn bijbaantje opzeggen en ik kan het geld niet missen. In al mijn contacten met studenten hamer ik erop dat extra activiteiten van groot belang zijn: een stage, een bestuursfunctie, een baantje - wat dan ook.

“Je moet daarbij beslist niet je cv (curriculum vitae, red.) volproppen. Je moet keuzes maken die passen bij je belangstelling, je karakter, je talenten. Onder druk van krappere studietijd en krappere beurzen zijn de studies schoolser van opzet geworden. Het dwingt studenten minder vrijblijvend hun programma samen te stellen en hun tijd beter in te delen. Dat is wel een verschil met mijn eigen studietijd. Maar een ramp zou ik het niet willen noemen.”