De niet-horenden laten zich horen; Afzien in de dovendisco

In gebarentaal, erkend als een volwaardige communicatievorm tussen doven, ontstaan steeds nieuwe klankloze uitdrukkingsmogelijkheden. Ook in de vrijetijdsbesteding groeien voor doven de mogelijkheden. Aan de vooravond van Werelddovendag een blik in de wereld het dovendivertissement.

Beethoven, Goya en de dichter Leopold, ze waren alledrie stokdoof en toch succesvol. Doven kunnen bijna alles, ze zijn nauwelijks gehandicapt te noemen. Het enige dat hen van de horenden scheidt is de taal. Horenden en doven kunnen elkaar weliswaar verstaan - de meeste doven kunnen praten en liplezen (in dovenjargon: 'afzien') - maar het gaat nooit echt gemakkelijk. Horenden spreken Nederlands en doven gebruiken gebarentaal. Ze zijn niet zozeer een groep gehandicapten alswel een minderheid met een eigen taal en cultuur.

Aanstaande zaterdag komt de dove minderheid bijeen in Hilversum om de Wereld Doven Dag te vieren. Staatssecretaris Terpstra (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) opent de dag. Ook Maurice de Hondt en Chriet Titulaer zullen spreken en er is gebarentheater. Hoogtepunt van de dag is de disco 's avonds, waar druk gedanst gaat worden.

Dansen doven? Zeker wel. Ze kunnen de muziek niet horen, maar als de volumeknop ver genoeg open staat, kunnen ze de muziek wel voelen - vooral in het middenrif. Ritmische muziek waarin de basgitaar en de drums prominent aanwezig zijn hebben de voorkeur. House en heavy metal zijn dan ook de meest geliefde genres onder dove jongeren.

Het gehele jaar door worden dovendisco's georganiseerd. Vaak in het Doven Ontmoetings Centrum (DOC) in Amsterdam, ook wel 'het Carré van de doven' genoemd. Op het eerste gezicht is er niets bijzonders aan zo'n dansavond. De Housemuziek buldert snoeihard, de dansers zwaaien met hun armen. Maar bij nadere beschouwing zwaaien ook de mensen die aan de kant zitten vreemd met hun armen. En in plaats van geroezemoes klinken rauwe, ongenuanceerde kreten door de muziek heen.

De horende die er per ongeluk verzeild raakt, waant zich in een exotisch oord waar een onbegrijpelijke taal wordt gesproken. Hij voelt zich buitengesloten. Zo moet de dove zich voelen als hij zich op een feest voor horenden begeeft. En dat is precies het probleem van doof zijn: het isolement. Daarom zoeken doven het liefst elkaar op. Dick Kerkhoven, voorzitter van de Nederlandse Doven Organisatie (NEDO): “Het is net als met Turken of Surinamers. Soort zoekt soort. Ik heb wel wat horende vrienden, maar ik ga toch liever met doven om. Dan kunnen we tenminste gebarentaal spreken.”

Marjolein Hijdra, een doof meisje van 25, heeft een hekel aan gebarentaal. Ze wil zo normaal mogelijk zijn en gewoon Nederlands praten. De reden dat ze zo nu en dan toch naar avonden in het DOC gaat, is dat ze daar haar dove vrienden kan ontmoeten. De dansavond op zichzelf, daar vindt ze weinig aan: “Te kinderachtig. Vroeger was Amsterdam de populairste plek, maar nu is Voorburg veel leuker.” In Voorburg worden houseparty's gegeven in een oude kerk. Een vriend van Marjolein, ook doof, beaamt: “Hier in Amsterdam draaien ze oude cd's van vier jaar geleden. Terwijl je in Voorburg de nieuwste muziek krijgt.”

Marjolein Hijdra mag er een hekel aan hebben, voor veel doven is gebarentaal een uitkomst. Omdat doven niet kunnen horen, is het moeilijk voor ze om goed Nederlands te leren. Net zoals het moeilijk is voor blinden om te leren tekenen. Gebarentaal is dan het natuurlijke alternatief.

De meeste mensen denken dat gebarentaal een primitieve vorm van pantomime is. Maar het is wel degelijk een volwaardige taal met een eigen woordenschat en grammatica. In gebarentaal kun je net zo gemakkelijk een kopje thee bestellen als een verhandeling houden over het vrouwbeeld van Nietzsche. De meeste Nederlandse gebaren zijn abstract en geen uitbeelding van de betekenis. Een horende kan veel gebaren in een dovengesprek herkennen, maar uiteindelijk valt er toch geen touw aan vast te knopen.

Gebarentaal is heel lang onderdrukt geweest. Tot voor kort werd het beschouwd als iets primitiefs dat het leren van een echte taal zou belemmeren. Doven leefden nog niet zo lang geleden veel geïsoleerder van elkaar. Nu gebarentaal steeds beter geaccepteerd wordt en heel doof Nederland dagelijks met elkaar aan de fax en aan de teksttelefoon hangt, neemt die isolatie af. En de taal groeit enorm. Nu moet een meisje op de dansavond nog haar buik ontbloten als de duidelijk wil maken dat ze een piercing heeft, maar binnenkort zal ook daar een gebaar voor zijn verzonnen.

Gebarentaal mag dan helpen om het begrip van doven onderling te vergroten het gros van de horenden spreekt het niet, zodat echt meedoen moeizaam blijft. Om de kloof naar de wereld van de horenden te overbruggen, staat de Dovendag dit jaar in het teken van de ondertiteling op televisie. De doven willen dat alle tv-programma's ondertiteld worden. Dick Kerkhoven benadrukt dan ook dat de Dovendag geen gezellig dagje uit is: “Gezellig? Het is juist heel serieus. We voeren een protestactie.”

Nu wordt slechts een derde van de programma's van de publieke zenders ondertiteld via teletekst. De doven willen afdwingen dat ook de commerciële zenders ondertiteld worden. Kerkhoven: “Ikzelf ben bijvoorbeeld sportfanaat, maar naar Sport 7 kijken is verschrikkelijk. Ik zie wat voetballers, maar ik hebt geen idee wie het zijn. Het grootste probleem voor doven is informatie krijgen.”