DC-3 was zeer populair in de burgerluchtvaart

ROTTERDAM, 26 SEPT. Het gistermiddag neergestorte vliegtuig is den Douglas DC-3C Dakota. Het werd in 1943 gebouwd door de Douglas-fabriek in Long Beach, Californië. Voor de Tweede Wereldoorlog was de DC-3 het populairste vliegtuig in de burgerluchtvaart. Met dertig passagiers was de DC-3 niet het grootste, maar wel het meest comfortabel toestel van zijn tijd.

Tijdens de oorlog ontdekten ook de geallieerde strijdkrachten de waarde van het toestel. Douglas Aircraft Corporation produceerde in de oorlogsjaren ruim tienduizend exemplaren onder de naam C-47 Skytrain, bestemd voor de Amerikaanse en Britse luchtmacht. Zij werden voornamelijk ingezet als transportvliegtuig voor militairen, vracht en parachutisten. De Britse luchtmacht gebruikte voor het eerst de term Dakota voor de C-47. De Sovjet-Unie en Japan hebben zo'n 6.500 DC-3's in licentie gebouwd en eveneens ingezet in de oorlogvoering. Toen de productie in 1945 werd gestaakt, waren er 10.926 toestellen gebouwd.

De Dakota's hebben grote diensten bewezen bij de bevrijding van West-Europa. Vanuit Engeland keerde koningin Wilhelmina op 13 maart 1945 met een Dakota terug in bevrijd Nederland. Onder vliegeniers was de DC-3 uitermate populair. Het toestel stond erom bekend gemakkelijk op te stijgen, op een hoogte van 10.000 voet rustig te vliegen en vloeiend te landen.

Na de oorlog vlogen de Nederlandse maatschappijen KLM, Martinair en Aero Holland geruime tijd met de DC-3-toestellen. In de jaren vijftig deed de KLM deze typen van de hand, onder meer aan de Italiaanse en Indiase luchtmacht en aan diverse chartermaatschapijen. In ons land bleef na de oorlog de naam Dakota in zwang. In luchvaartkringen wordt de DC-3 liefkozend ook wel de Gooney Bird genoemd, naar een bepaald soort albatros.

De PH-DDA vloog in de zomer van 1946 naar de Fokker-vestiging in Amsterdam, waar het werd omgebouwd voor de burgerluchtvaart. Onder registratienummer OH-LCB deed het vliegtuig tot 1963 dienst voor de Finse luchtvaartmaatschappij Finnair, waarna het werd overgenomen door de Finse luchtmacht.

De Dutch Dakota Association kocht de DC-3 van de Finse luchtmacht in 1983. Het Finse bedrijf Kar Air gaf het toestel een grote onderhoudsbeurt, geheel volgens de normen van de Rijksluchtvaartdienst. Daarna volgde in Nederland nog een complete restauratie. Acht maanden later maakte het vliegtuig, omgedoopt tot PH-DDA, zijn intocht op luchthaven Schiphol.

De DDA gebruikte zijn paradepaard vooral voor commerciële rondvluchten en dagtochten in binnen- en buitenland. Sponsors van de DDA konden het toestel huren om er met hun bedrijfsrelaties een tochtje mee te maken. Elke eerste zondag van de maand, de Social Sunday, konden de leden van de DDA voor veertig gulden een rondvlucht maken. Introducées betaalden zestig gulden. De Dakota was een graag geziene gast op vliegshows in binnen- en buitenland en was geliefd bij programmamakers van film en televisie. In 1976 figureerde het toestel in de speelfilm A bridge too far. De laatste jaren werden de opnames voor KRO-quiz Fasten seatbelts! aan boord gemaakt.

De PH-DDA beschikte over twee propellor-motoren van het type R-1830-92 van de fabriek Pratt & Wihitney, elk met een vermogen van 1.200 pk. Het vliegtuig kon een maximale snelheid bereiken van 341 km/uur en had een kruissnelheid van 309 km/uur. Het brutogewicht van het 19,65 meter lange en 4,95 meter hoge vliegtuig was 10.884 kilogram. De spanwijdte van de vleugels was 28,95 meter. Het beschikte over adequate boordapparatuur, dat werd bediend door een driehoofdige bemanning, twee vliegers en een technicus.

De DDA beschikt nog over een ander toestel van het type Douglas DC-3C. Aan dit vliegtuig, de PH-DDZ, wordt de laatste hand gelegd om het vliegklaar te maken.