Vlaamse actrice Chris Lomme speelt monoloog 'Het mens' van Benno Barnard; Niet bang voor het mes van de tijd

Speciaal voor de Vlaamse actrice Chris Lomme schreef Benno Barnard de monoloog Het mens. Het is een toneelstuk over ouderdom en over de terugblik op een toneelcarrière. Vanavond beleeft het stuk in de Brakke Grond zijn Nederlandse première.

'Het mens' door Chris Lomme gaat vanavond in première in Theater De Brakke Grond, Amsterdam. Inl.: 020-6266866. Tournee t/m 21/12.

ANTWERPEN, 25 SEPT. Op het toneel gevangen in een kegel van hel licht zegt de actrice: “Er is geen vrouw die ik niet ben geweest: de jonge minnares, de intrigante, de ingénue met valse pijpenkrullen.” Die actrice is Chris Lomme, ze is van Zuid-Belgische afkomst, heeft veel Frans in haar stem.

Ze lacht wanneer ik haar deze zin uit haar monoloog Het mens voorleg. “Ik heb veel en veel meer rollen gespeeld. Als je, zoals ik, al sinds 1963 aan het theater bent verbonden, ben je werkelijk vertrouwd met àlle rollen, van Ophelia tot Desdemona. Ik heb aan het Conservatorium van Brussel mijn opleiding gehad in de Franse klassieke traditie, zoals Molière die voorschreef. Dat betekent dat je op jonge leeftijd de onschuldige ingénue moet spelen, het meisje dat van niets weet maar door haar aanwezigheid wel in de harten van mannen van alles veroorzaakt. Ook was ik de jeune amoureuse. Wat later speel je dan de femme fatale, en dan heb je ook nog de ingénue perverse. Weer later komen de tragische vrouwenrollen aan bod, zoals Hedda Gabler in Ibsens drama, of Arkadina in De meeuw van Tsjechov. Zij is bang ouder te worden, zoals in het stuk wordt gezegd. Ik niet. Ouder worden hoort bij het leven.”

Ze lacht nog eens, en vervolgt: “In de jaren dat ik bij de Koninklijke Vlaamse Schouwburg van Brussel werkte, gebeurde het dat actrices tot aan hun vijftigste de ingénue speelden. Ik heb een voorstelling gezien van Romeo en Julia, waarin hij ver in de veertig was en Julia nog ouder. Voor toneelspelers die vroeger op het eerste plan speelden, gold leeftijd niet. Dat is nu gelukkig veranderd: het hele verschil tussen eerste en tweede rang is weggevallen. In een gezelschap als de Blauwe Maandag Compagnie, dat mijn monoloog uitbrengt, staat iedereen gelijk en heeft iedereen de gedeelde verantwoordelijkheid.”

Schrijver en dichter Benno Barnard vertaalde voor de Blauwe Maandag Compagnie All for love van John Dryden. Hiermee probeerde hij het verzendrama in ere te herstellen. Het mens sluit bij deze rehabilitatie aan. De monoloog is geschreven in versvoeten, er wordt veelvuldig gebruik gemaakt van enjambementen, van binnenrijm en alliteratie. Het speelt zich af in een hotelkamer waar de toneelspeelster, Coco, terugblikt op haar leven. Coco zegt: “Natuurlijk heeft de tijd zijn kalme mes in mijn gezicht gezet. Een onzacht handschrift, maar godzijdank geen zaal die het kan lezen.”

Nadrukkelijk stelt Chris Lomme dat zij niet Coco is: “Ik heb aan Benno Barnard verteld over mijn leven, over mijn toneelcarrière. Elementen daarvan keren terug in de voorstelling. Eigenlijk speel ik vier rollen: die van jonge toneelspeelster, die van moeder, van Marlene Dietrich en ten slotte ook Chris Lomme zelf. De fascinatie voor Marlene, de grootste in de genealogie van fatale vrouwen, is niet van mij afkomstig. Wat ik over haar zeg, meen ik niet. De acteur Gérard Philippe is veel eerder mijn held geweest. In mijn jeugd keek ik tegen hem op, niet Dietrich. Ik was niet mooi, was spichtig, en je denkt er dan niet aan dat je glamour kunt uitstralen. Je weet niet eens wat dat is. Ik wilde ook geen glamour uitstralen maar een goede actrice zijn. Wat ik wel in Marlene Dietrich bewonder is haar werklust. Ze was heel zuiver in het ontwikkelen van haar carrière en hoedde zich ervoor er geen valse tonen in te laten klinken.”

Hoewel het Vlaams de moedertaal is van Chris Lomme, is ze geheel Frans opgevoed. Op school las ze de boeken die bij een Frans meisjesinternaat horen, eerst alles uit de bibliothèque verte of bibliothèque rose, later de romanliteratuur. Geleidelijk is haar belangstelling voor het Vlaams gegroeid; het was een taal die ze moest veroveren. Aanvankelijk vertaalde ze haar Vlaamse zinnen uit het Frans, nu heeft ze zich het Vlaams geheel eigen gemaakt.

Chris Lomme: “Poëzie heeft me altijd de weg gewezen in de taal. Ik las gedichten om een band te krijgen met het Vlaams. Daarom ook gaf ik voordrachten van het werk van Herman de Coninck. Ik heb de vertaler Johan Boonen tot schrijven aangespoord, en nu is er dan Het mens. Met Marcelle Meuleman, die de regie doet, heb ik er hard aan gewerkt om de tekst niet alleen op zichzelf te laten staan, maar ook mijn aanwezigheid te laten tellen. Zo maak ik tijdens het spel verschillende overgangen, bijvoorbeeld van de jonge toneelspeelster naar Marlene Dietrich. Bij de repetities gebeurt dat per seconde. Elk detail van de transformatie werd geoefend. Vervolgens ontstaat een vloeiende lijn. Tijdens de voorstelling vergeet ik wat ik bij de repetities heb verworven, laat alles los, en speel ik zo naturel mogelijk. Het laatste deel van de monoloog vind ik het mooist. Daarin neemt de toneelspeelster afscheid van haar ouders. Dat overkomt uiteindelijk iedereen, door dood, ouderdom, of dat een vader of moeder ineens uit je leven verdwijnt. Dit afscheid nemen is ook wezenlijk voor het theater: je speelt een rol, acteert met collega's en ineens is daar de laatste voorstelling en gaat iedereen de volgende dag zijn eigen weg. Zie je elkaar nooit meer. De hele monoloog gaat voor mij over de pijn van het telkens vaarwel moeten zeggen.”