Verdrag met een smet

PLECHTIG IS GISTEREN in New York het verdrag getekend dat een einde moet maken aan alle experimentele kernexplosies. Symbolisch was het gebruik door president Clinton van de pen waarmee Kennedy 33 jaar geleden de beperkte kernstop had bekrachtigd (die uitsluitend bovengrondse proeven verbood).

Sindsdien hebben de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, Groot-Brittannië, Frankrijk en China ettelijke ondergrondse explosies bewerkstelligd. Vooral de Franse proeven in de Stille Oceaan veroorzaakten steeds weer veel commotie bij de bewoners van dat gebied. De Franse garanties dat het milieu geen schade opliep, overtuigden niet. Met het nieuwe verdrag komt aan dit alles een einde.

De smet op het resultaat van langdurige en moeizame onderhandelingen is het ontbreken van de handtekening van India. India is een zogenoemd drempelland - het heeft jaren geleden één kernexplosie op zijn naam gebracht. Daarom wordt aan de Indiase handtekening onder het verdrag grote betekenis gehecht. Maar de Indiërs menen dat de vijf atoommogendheden eerst maar eens ernst moeten maken met een ingrijpende reductie van hun arsenalen, een reductie die bovendien uitzicht biedt op een volledige eliminatie van het atoomwapen. In een rede gisteren gaf president Clinton aan dat hij wel degelijk verder wil gaan met de ontmanteling van massavernietigingswapens, maar het ligt voor de hand dat de andere kernmogendheden zich bij een dergelijk initiatief zouden moeten aansluiten.

ZOALS VOORHEEN bewijzen leidende politici lippendienst aan een atoombomvrije wereld. Maar dat lijkt niet een reële optie. De kennis om atoomwapens te bouwen is aanwezig en verbreidt zich steeds verder. De gevestigde atoommogendheden, zich bewust van de risico's, zijn in de loop van de tijd verplichtingen aangegaan die hun handelingsvrijheid op dit gebied aan banden leggen. Dat verhindert intussen andere staten niet om, doorgaans heimelijk, de status van kernmogendheid na te streven. Er kan het een en ander worden gedaan om de zogeheten proliferatie van atoomwapens te voorkomen of ten minste af te remmen, maar de gevestigde atoommogendheden zullen over het vermogen willen blijven beschikken een bedreiging met massavernietigingswapens af te schrikken. Daar komt de grens in zicht van de afbraak van de bestaande arsenalen.

Aangenomen mag worden dat de Indiase regering die realiteit onder ogen ziet. Haar dwarsliggen moet dan ook vooral worden verklaard uit de bedreiging die zij in haar onmiddellijke omgeving meent waar te nemen. Met Pakistan, eveneens een drempelland, onderhoudt New Delhi een gespannen relatie. Pakistan heeft weliswaar het verdrag getekend, maar ratificatie afhankelijk gemaakt van wat India doet. Hier ontstaat een impasse die moet worden doorbroken. Met de plechtigheid gisteren op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties, hoe belangrijk op zichzelf ook, is de atoombom nog niet de wereld uitgeholpen.