Van Thijn over missie in Bosnië; 'Internationale gemeenschap bestaat niet'

SARAJEVO, 25 SEPT. Ed van Thijn, hoofd van de waarnemersmissie van de Europese veiligheidsorganisatie OVSE bij de verkiezingen van 14 september in Bosnië, vindt dat de verkiezingen “niet vrij en eerlijk” waren, maar technisch goed zijn verlopen en dus geldig. De missie van Van Thijn - die morgen naar Nederland terugkeert - werd gekenmerkt door het gevecht om zijn onafhankelijkheid tegenover de druk uit (vooral) de VS.

Waarom pleit u voor uitstel van de gemeenteraadsverkiezingen?

“We zien allemaal hoe moeilijk het is om de nieuw gekozen organen in Bosnië bij elkaar te brengen. Het is nog niet eens duidelijk waar het nieuwe parlement gaat vergaderen. Als je nu gemeenteraadsverkiezingen gaat houden - die veel gevoeliger zijn dan nationale verkiezingen omdat het dan gaat om de gemeenten die tijdens de oorlog etnisch zijn gezuiverd - breng je met de eerste verkiezingen de tweede in gevaar. Deze verkiezingen waren prachtig, op één punt na: er was geen vrijheid van beweging in Bosnië. Er was een prachtig busplan, maar de bussen waren leeg. Dat kun je je met gemeenteraadsverkiezingen niet veroorloven, dan tast je het hart van Dayton aan.”

Maar de VS willen de gemeenteraadsverkiezingen niet uitstellen.

“Het uitstel van de verkiezingen op zich is niet het probleem. Het probleem is dat als ze worden uitgesteld, ook moet worden besloten om het mandaat van IFOR te verlengen en de Amerikanen willen niet dat daar vóór de Amerikaanse verkiezingen (begin november, red.) over wordt gepraat. Clinton heeft beloofd dat de jongens met kerstmis terug zullen zijn. Maar ik vraag verlenging van het IFOR-mandaat niet alleen aan de VS, ook aan de Europeanen. Het is mooi als de VS in Bosnië blijven, maar het zou nog mooier zijn als de EU zich committeert. Ik zit hier niet als militair strateeg, ik neem waar of er iets terecht komt van de democratische randvoorwaarden.”

Hoe bindend is uw advies?

“Dat hangt af van Flavio Cotti (de Zwitserse voorzitter van de OVSE, red.) Hij heeft bepaald dat Robert Frowick (het Amerikaanse hoofd van de OVSE-missie in Bosnië, red.) zich aan mijn aanbevelingen moet houden.”

Ziet u, als Frowick uw aanbevelingen niet overneemt, uw missie in Bosnië als een mislukking?

“Nee. Ik heb meer gedaan dan alleen die aanbevelingen. Het feit dat hier al die waarnemers zijn geweest is al heel belangrijk. Ik heb in ieder geval de toon gezet voor een bescheiden benadering van het succes van de verkiezingen. We hebben Carl Bildt en Richard Holbrooke na de verkiezingen horen juichen alsof Ajax de Wereldcup had gewonnen. Maar twee dagen later heb ik toch mijn relativerende betoog gehouden.”

Hoeveel moeite heeft het u gekost om uw onafhankelijkheid te bewaren?

“Vanaf het begin bestond onduidelijkheid over de bevoegdheid van de waarnemers (onder Van Thijn, red.) en de supervisors (onder Frowick, red.). Dat waarnemers onafhankelijk verslag uitbrengen over verkiezingen is normaal. Wat nieuw was in Bosnië is dat de OVSE ook belast was met de supervisie. Tot in de hoogste organen heeft over de competentie van waarnemers en supervisors misverstand bestaan. Die verwarring is ook opzettelijk aangewakkerd. Waarnemers zijn pottenkijkers. Het was een moeilijk te verdragen gedachte dat er plotseling een club van vreemde snoeshanen kwam die iets te zeggen had, niet te sturen was en ook nog eens in het openbaar een verklaring ging afleggen.”

Voor wie was dat moeilijk te verdragen?

“Voor de OVSE, voor Frowick, voor de EU.”

Wie oefende druk uit op uw positie van onafhankelijk waarnemer?

“Niet alleen de Amerikanen, ook de EU. De EU-landen wilden aanvankelijk alleen supervisors sturen, geen waarnemers. De enige die mij van het begin tot het eind heeft ondersteund, was Flavio Cotti. Over machtspolitiek ben ik een stuk wijzer geworden. Er is geen internationale gemeenschap, maar een optelsom van landen die allemaal hun eigen agenda hebben, korte-termijnagenda's die niet verder reiken dan: wanneer kunnen onze jongens thuiskomen en wanneer kunnen de vluchtelingen terug naar Bosnië. Het is prachtig om voor een internationale organisatie te werken, maar het is ook een heel dorps gebeuren. Het kluitje internationals dat hier op elkaar zit, verschilt nauwelijks van een willekeurige herensociëteit in een provinciestad.”

Wat heeft u geleerd over Bosnië?

“Ik ben sadder and wiser geworden. Er zijn geen eenvoudige oplossingen. De uitslag van de verkiezingen is niet bemoedigend, de kleine oppositie is klein gebleven. De hoofdzaak had ik wel bij elkaar gelezen maar ik heb nu mensen gezien en vooral ruïnes. Dat was het moeilijkst: door het hele land de vernieling zien die met zoveel precisie is uitgevoerd. Dat beeld was verpletterend en deprimerend.”