Smit maakt einde aan Amerikaanse avontuur

ROTTERDAM, 25 SEPT. Aan het Amerikaanse avontuur van Smit Transformatoren komt met één pennenstreek van het inmiddels vernieuwde managementteam een eind. Smit stopt met de produktie van transformatoren in Charleston, sluit de fabriek, ontslaat 120 man personeel en neemt het verlies in één keer.

Wat door de vorige directie van Smit als een veelbelovend project was begonnen is uitgedraaid op een bijna catastrofaal verlies. Smit kon de financiële lasten van de Amerikaanse vestiging niet meer dragen. De kredietlijnen waren uitgeput. “We kunnen die tent eenvoudig niet meer betalen”, stelt directievoorzitter ir. M. van der Veen simpel vast.

Van der Veen, voorheen directeur van Fokker Aircraft (de vliegtuigbouw) en TNO, kwam ruim een jaar geleden naar Nijmegen om bij Smit het puin te ruimen dat zijn voorgangers hadden achtergelaten. Die voorgangers hadden “niet goed opgelet” en zagen onvoldoende dat op de Nederlandse elektriciteitsmarkt heel veel dingen gingen veranderen. In een persbericht zegt Smit nu dat “de onderneming onvoldoende in staat is gebleken zich in te stellen op de snel veranderende marktomstandigheden en de verzakelijking van de inkoopcultuur bij de afnemers.” Als gevolg daarvan is de gang van zaken bij Smit “over de hele linie in 1995 ernstig teruggelopen”. Daardoor, maar vooral door het besluit om de fabriek in de Verenigde Staten te sluiten, moet Smit over 1995 een verlies van 47 miljoen melden.

“We hebben alle ellende in één klap genomen, in één keer schoon schip gemaakt”, reageert Van der Veen op de vraag of nu het ergste bij Smit achter de rug is.

Het bedrijf ging door een dramatische periode. Smit was ooit onderdeel van de Begemann Groep maar is daaruit verzelfstandigd. Kort daarna, eind 1994, brachten de toenmalige directie en een aantal participatiemaatschappij Smit Transformatoren naar de beurs. Maar aan de juichende stemming rondom het bedrijf kwam snel een eind. Smit moest de ene na de andere tegenslag melden en de splinternieuwe aandeelhouders staken hun boosheid over het niet uitkomen van de optimistische passages uit het prospectus niet onder stoelen of banken. ABN Amro, de huisbankier die de introductie verzorgde, gaf toe aan de kritiek en trokt in juni '95 enkele tientallen miljoen uit om de gefrustreerde beleggers te compenseren.

ABN Amro is sindsdien voor bijna 60 procent aandeelhouder in Smit.

De zittende directie van Smit ruimde in die tijd het veld en Van der Veen mocht de zaak op orde zien te krijgen. Hij zette een “verbeteringsplan” in werking, vooral gericht op verlaging van de materiaalkosten en verkorting van de doorlooptijden. Van der Veen: “Toen ik aantrad, was de situatie zo dat je moest kiezen: òf je doet het licht uit òf je gaat ervoor en probeert het bedrijf zo snel mogelijk weer concurrerend te maken. We zijn bezig geweest met industriële vernieuwing, met een inhaalslag. Dat project is nog niet helemaal klaar maar we zijn nu wel al zover gevorderd ik erg optimistisch ben over de toekomst.”

Dit jaar zal overigens nog verliesgevend zijn, pas volgend jaar verwacht Van der Veen het break-even punt te passeren. Volgens Van der Veen heeft Smit de afgelopen jaren te weinig in de gaten gehad dat de inkoopcultuur in de elektriciteitswereld snel verzakelijkte onder invloed van de liberalisatie van de Europese energiemarkt. Smit kon niet langer vanzelfsprekend uitgaan van orders van de Nederlandse stroomproducenten. Door de open grenzen stortten anderen zich op de Nederlandse markt.

Buitenlandse (vooral Italiaanse) leveranciers slaagden erin orders voor Smits neus weg te kapen, zij het soms via prijsdumping. Van der Veen: “De verkoopprijs van transformatoren op onze thuismarkt ligt daardoor nu op 60 procent van de prijzen elders in Europa. We waren gedwongen onze kosten fors te verlagen.”

Het sluiten van de fabriek in Charleston - de vestiging was in 1993 overgenomen van Westinghouse - betekent niet dat Smit de Amerikaanse markt laat voor wat ze is. Integendeel, Smit maakt de Amerikaanse verkooporganisatie uit het bedrijf los en gaat in versterkte mate de VS-markt bewerken. Van der Veen gelooft in het succes daarvan. “Onze tranformatoren liggen op de Amerikaanse markt heel goed. Ik verwacht in de VS vooral een groeiende vraag naar grote transformatoren. Uiteindelijk kunnen onze Amerikaanse verkopen wel groeien naar 30 á 35 procent van onze omzet in Nijmegen.”

    • Ben Greif