Prijs voor Europa is voor Italië hoger dan verwacht

ROME, 25 SEPT. “Gelukkig dat wij Ciampi hebben”, zei de woordvoerder van de Italiaanse premier Romano Prodi op diens bezoek aan Nederland. Minister van Schatkist Carlo Azeglio Ciampi, oud-premier en oud-gouverneur van de Italiaanse centrale bank, strooit met onverbiddelijke rekensommen die allemaal dezelfde dramatische conclusie hebben: de prijs voor Europa wordt veel hoger dan verwacht.

Ciampi heeft de afgelopen dagen Italië hardhandig wakker geschud. Het kabinet kan zijn belofte om niet in te grijpen in pensioenen en gezondheidszorg wel vergeten. Er moet meteen, deze week nog, twintig procent extra worden bezuinigd. Volgend voorjaar is een nieuwe ingreep nodig. En mogelijk komt er een speciale Eurotax, een collectief offer om te voorkomen dat Italië samen met Griekenland moet toekijken terwijl andere landen de Economisch en Monetaire Unie vormen.

Drie ontwikkelingen hebben de kleine 75-jarige bewindsman gedwongen de alarmbel te luiden. Het begrotingstekort voor dit jaar is groter dan verwacht, iedere suggestie van uitstel tot na 1999 is van tafel geveegd, en Spanje en Portugal zijn dichter bij de EMU-criteria dan Italië had gehoopt.

Volgens het financiële driejarenplan van deze zomer zou de grens voor het tekort (niet meer dan drie procent van het bnp) pas in 1999 worden gehaald. Italië dacht daarbij in het gezelschap van het Iberisch schiereiland te zijn, wat het makkelijker zou maken wat te regelen. Maar Madrid en Lissabon hebben afgelopen weekeinde laten weten dat ze de drie-procentsnorm volgend jaar al willen halen. Rome en Athene dreigen samen achter te blijven.

Ondanks de tussentijdse ingreep in juni, direct na het aantreden van het kabinet, is het tekort dit jaar groter dan beraamd. Het voorgaande zakenkabinet-Dini blijkt luchtiger met de cijfers te zijn omgesprongen dan verwacht had kunnen worden van een voormalige topman van de centrale bank. En de conjunctuur is slechter dan verwacht. Doel was een tekort van 113 biljoen lire, maar het stevent af op de 125 tot 130 biljoen lire.

Het kabinet was voor de begroting van volgend jaar, die vrijdag zou worden gepresenteerd, uitgegaan van bezuinigingen voor 32 biljoen lire, ruim 35 miljard gulden. Dat bedrag moet naar boven worden bijgesteld, naar tegen de veertig biljoen lire.

Maar daarmee is alleen de tegenvaller gecompenseerd. Ciampi heeft gezegd dat Italië het traject naar de drie procent versneld moet afleggen. Daarvoor is volgend voorjaar weer een ingreep nodig, van meer dan twintig miljard gulden. Volgens het oorspronkelijke driejarenplan zou het huidige tekort van 6,5 procent volgend jaar moeten dalen naar 4,5 procent en in 1998 naar 3,5 procent.

Het Internationaal Monetair Fonds heeft eerder deze week gewaarschuwd dat nieuwe ingrepen in de pensioensector onvermijdelijk zijn. Dat is een zeer omstreden punt. Twee jaar geleden leidde een massale demonstratie tegen de pensioenplannen de val in van het kabinet-Berlusconi. Vorig jaar sloot Dini een pensioenakkoord met de vakbonden, maar dat werd meteen van werkgeverszijde aangevallen als onvoldoende.

In een voorstel dat zowel zijn demagogische kwaliteiten als het gevoel van een noodtoestand illustreert heeft Gianfranco Fini, leider van de ex-neofascistische Nationale Alliantie, al voorgesteld parlementariërs en managers van staatsbedrijven drie jaar lang tien procent van hun salaris te laten inleveren. Premier Prodi heeft wel oren naar dit voorstel van de oppositie.

Ciampi hamert erop dat er geen andere weg is dan nu hard ingrijpen. De rentebetalingen komen overeen met tien procent van het bruto nationaal produkt. De rente moet omlaag wil het land zijn overheidsfinanciën kunnen saneren. Maar als Italië buiten de EMU valt, zal de rente onherroepelijk gaan stijgen, met dramatische gevolgen. Ciampi wil daarom vrijwel alles ondergeschikt maken aan toetreding tot de EMU. Maar dat zal onvermijdelijk tot enorme politieke en sociale spanningen leiden.