Opnieuw negen jaar en tbs geëist tegen Martha U.

LEEUWARDEN, 25 SEPT. Voor het gerechtshof van Leeuwarden is tegen de 43-jarige ziekenverzorgster Martha U. uit Delfzijl opnieuw negen jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging geëist. De rechtbank in Groningen veroordeelde de vrouw met de bijnaam 'engel des doods' in mei van dit jaar conform de eis tot negen jaar celstraf en tbs met verpleging voor moord op vier demente patiënten van geriatrisch verpleeghuis Vliethoven in Delfzijl.

Haar advocaten, W. en H. Anker, waren tegen het vonnis in beroep gegaan omdat de lange gevangenisstraf èn tbs “een tweekoppig juridisch monster” voor hun cliënt zou zijn. Zij pleitten voor een gevangenisstraf van hooguit twee jaar, zodat in het belang van de vrouw de behandeling snel kan beginnen. Drie van de vier moorden kunnen volgens de advocaten overigens ondanks een bekentenis niet overtuigend worden bewezen.

Procureur-generaal I. van Zevenbergen-Joele achtte “meervoudige moord op volstrekt hulpeloze mensen” wel bewezen. De ziekenverzorgster bracht de volgens haar soms nog gelukkige patiënten met insuline om het leven. “Ze maakte op grove wijze misbruik van haar macht.” Op een kamer van vier patiënten doodde de ziekenverzorgster er drie. De vrouw die er het slechtst aan toe was liet ze leven. “Zij was veel meer afhankelijk en in de macht van de verdachte”.

De procureur zei ervan overtuigd te zijn dat de vrouw negen mensenlevens op haar geweten heeft. De ziekenverzorgster bekende vorig jaar vlak na haar arrestatie negen gevallen, maar trok later vijf bekentenissen in. De politie zou haar te veel onder druk hebben gezet. Van Zevenbergen-Joele zei dara niets van te geloven. Het openbaar ministerie in Groningen had om juridische redenen vier gevallen geselecteerd.

De president van het hof, W. Brouwer, vroeg de vrouw of ze het nog steeds goed vond wat ze had gedaan. “Ja”, antwoordde ze. Ze zei het niet weer te doen, omdat ze toch niet in dezelfde situatie terecht zou komen. “Nou, dat weet ik nog zo net niet”, mompelde de president. De vrouw verklaarde met een lange gevangenisstraf niets op te schieten. Op de vraag of ze behandeld moet worden, antwoordde ze: “Ik moet er wel over praten. Dat kan ik in de gevangenis niet.”

De verdediging liet zenuwarts dr. A. Rengelink een rapport opmaken. Hierin pleit hij voor een snelle opname van de vrouw in een tbs-kliniek, omdat ze een ernstig verstoord realiteitsbesef heeft. Als ze zich vastzet in de rol van martelares neemt de kans op behandeling sterk af, aldus Rengelink. Deskundigen van het Pieter Baan Centrum verklaarden ook dat behandeling na verloop van tijd moeilijker wordt, maar niet onmogelijk.

Het openbaar ministerie bleef echter op het standpunt dat een korte straf en tbs gezien de ernst van de feiten niet volstaat. Wel opperde Van Zevenbergen-Joele de mogelijkheid van behandeling tijdens de detentie. Volgens de advocaten was dat vroeger “een aardige optie”, maar biedt dat tegenwoordig door de lange wachtlijsten geen uitkomst meer.

Op de zitting kwam ook de situatie in verpleeghuis Vliethoven aan de orde. Volgens regionaal-inspecteur van de gezondheidszorg J.R. van Veldhuizen was er veel mis. De sturing van het management liet te wensen over, artsen reageerden niet of te traag op verdachte overlijdensgevallen en de medicijnopslag was voor iedereen toegankelijk. De ziekenverzorgster kon door haar solitaire functioneren te lang haar gang gaan, aldus Van Veldhuizen. De advocaten vroegen het gerechtshof met dit “collectief falen” rekening te houden.

Uitspraak 8 oktober.