Nieuwe positie bijzondere school

DEN HAAG, 25 SEPT. De Tweede Kamer stemt er mee in dat bijzondere scholen alleen extra geld van hun gemeente zullen krijgen als ze dat echt nodig hebben. De Kamer wil verder weten of de gemeenten goed zullen omgaan met deze nieuwe manier van bekostigen.

Dit bleek dinsdag tijdens een debat in de Tweede Kamer over de mogelijkheid dat gemeenten kunnen afwijken van de zogenaamde overschrijdingsregeling.

Die bepaalt dat als een openbare school extra geld krijgt voor personeel of materieel, de bijzondere scholen dat in principe ook moeten krijgen.

Het Tweede-Kamerid Cornielje (VVD) merkte op dat het wetsvoorstel “verbluffende overeenkomsten” vertoont met de uitkomsten van het zogenoemde 'Scheveningse beraad' in 1993 over de bestuurlijke vernieuwing. Dat was een beraad tussen de vertegenwoordigers van de onderwijskoepelorganisaties en de minister van Onderwijs.

De CDA-fractie wil het wetsvoorstel uitdrukkelijk toetsen aan artikel 23 van de Grondwet. Dat artikel verlangt, aldus het Kamerlid Koekkoek (CDA), dat de eisen van deugdelijkheid bij wet worden geregeld, en dat daarbij de vrijheid van richting van het bijzonder onderwijs in acht wordt genomen en dat het bijzonder onderwijs naar dezelfde maatstaf wordt bekostigd als het openbaar onderwijs. Het CDA vreest dat bijzondere scholen het slachtoffer kunnen worden van de nieuwe bekostiging, omdat de gemeente bepaalt welke school er iets bij krijgt. Die gemeente is tegelijkertijd de bestuurder van het openbaar onderwijs.

PvdA en D66 steunen een oproep van het CDA om na een jaar te bekijken of de nieuwe bekostiging er inderdaad toe leidt dat “gelijke gevallen gelijk worden behandeld”. Het debat wordt morgen voortgezet met het antwoord aan de Kamer van staatssecretaris Netelenbos.