Koppelingswet

MODERNISERING VAN HET binnenlands vreemdelingentoezicht is geboden, concludeerde vijf jaar geleden de Commissie-Zeevalking in een rapport aan de regering. Deze opgave is verre van eenvoudig. Een heksenjacht op illegale vreemdelingen dient te worden vermeden. De commissie adviseerde de aandacht vooral te richten op “de wijze waarop een illegaal zich in Nederland staande kan houden en deze mogelijkheden te beperken”.

Het resultaat was indiening van de zogeheten koppelingswet vorig jaar juni. Deze beoogt illegale vreemdelingen zoveel mogelijk uit te sluiten van collectieve voorzieningen. Sleutel tot het systeem van administratieve uitsluiting is het sociaal-fiscaal persoonsnummer van iedere burger. Dit nummer wordt gebruikt voor de koppeling van administratieve gegevens (vandaar de naam van de wet). Wie zich voor hulp of ondersteuning vervoegt, dient te beschikken over zo'n sofi-nummer. De uitgifte van deze nummers is strikt afhankelijk gemaakt van een legale verblijfstitel.

Een uitzondering wordt alleen gemaakt voor het onderwijs aan kinderen, acute medische hulp en rechtsbijstand. Het gevaar is overigens niet denkbeeldig dat het systeem van uitsluiting de illegalen alleen maar de criminaliteit induwt. Dat zij er de voorkeur aan zullen geven elders in Europa hun geluk te beproeven, is niet erg waarschijnlijk. Overal in Europa zit men met hetzelfde probleem, getuige alleen al de recente commotie in Frankrijk over de “sans papiers”.

ALLEEN AL dit internationale argument maakt het Nederland moeilijk af te zien van nadere maatregelen. Het tegenargument dat illegalen dienen als “smeerolie” van onze economie is niet zonder betekenis, maar niet doorslaggevend. Terecht waarschuwde de Commissie-Zeevalking dat de afhankelijkheid van illegale arbeid de normale concurrentieverhoudingen verstoort en op den duur leidt tot een “neerwaartse spiraal”.

De voor vandaag geplande behandeling van de koppelingswet is alsnog verplaatst naar volgende week. Dat had een praktische reden. Dit uitstel op de valreep is echter wel typerend voor het moeizame politieke gesternte waaronder de Kamerbehandeling plaatsheeft. De toon werd gezet door een politieke aanvaring, eind 1994, tussen staatssecretaris Schmitz (Justitie) en met name de VVD over het legaliseren van langdurige illegalen om humanitaire redenen.

Uiteindelijk bleek deze kwestie inhoudelijk niet veel om het lijf te hebben, maar het thema van de humanitaire uitzondering belooft ook bij de behandeling van de koppelingswet weer de kop op te steken. Administratieve uitsluiting ontslaat de betrokken ambtenaren van directe deelname aan een klopjacht op illegalen. Het loket sluiten is voldoende. Maar de proef op de som van elk illegalenbeleid ligt in de vraag hoe actief de politie illegalen opspoort en hoe stringent het verwijderingsbeleid is.