Kleurenfax

Het was beslist een vondst, Maerten in Cyberspace. Nieuwe techniek en oude kunst, zusterlijk vereend in een Alkmaars mirakel. De schilder Maarten van Heemskerck had voor de gelegenheid een verrassende, archaïsche ae in zijn voornaam gekregen.

En sinds de thuiskomst van het ge-Goldreyerde doek van Barnett Newman in het Stedelijk Museum heeft het arriveren van geen enkel kunstwerk zo veel aandacht in de pers gekregen als dat van de kopie van het altaarstuk van 'Maerten' in de Grote St. Laurenskerk in Alkmaar. Een priester mocht het kleurrijke gevaarte wierookzwaaiend inwijden, en ook onze vorstin eerde gisteren het project met haar aanwezigheid.

Misschien hebt u het niet gevolgd. Het ging over een drieluik van Van Heemskerck (1498-1574), het grootste dat in de Nederlanden ooit is gemaakt, en bestemd voor deze kerk. Ongelukkigerwijs is het in Zweden, want na hun hervorming wilden de Alkmaarders het niet meer hebben; daarom gooiden zij het ruim vier eeuwen geleden al op de internationale kunstmarkt.

Maar onlangs kregen zij behoefte aan iets fleurigs in hun fraai gerestaureerde kerk, waar de Heilige Geest inmiddels is vervangen door vloerverwarming. Ze dachten aan een kopie van de Van Heemskerck. Of dachten ze meteen aan een stunt? Hoe dan ook, in plaats van een onberispelijke reproductie te laten maken - wat zeg ik? In plaats van de beste kopiisten onder de Nederlandse schilders aan het werk te zetten - dacht Alkmaar: Internet!

Het had ontzettend veel voeten in de aarde, maar het kon. Met een digitale camera werd het werk in Zweden gescand en langs elektronische weg naar Alkmaar gezonden. Daar hadden ze een ondergrond voorbereid en de lijst zo'n beetje nagemaakt, met de kruisschroeven zichtbaar in het hout. Het doorseinen van het in nullen en enen opgeloste beeld duurde vijf dagen, waarbij een geavanceerde kleurenprinter de schildering op het verse paneel spoot. Het resultaat: een kleurenfax. Een lelijke, nogal roodstekige weergave van een wonderlijk maniëristisch kunstwerk.

“Ik vind het fantàstisch,” zeiden ooggetuigen tegen de camera van het tv-journaal. “De techniek staat voor niets”, sprak een dame zonder blikken of blozen, daarmee schijnbaar de reactie van het publiek verwoordend.

Maar het gekke was: veel van de kijkers die zich zondagmiddag in Alkmaar hadden verzameld om Maerten uit Cyberspace te zien komen, dachten er helemaal niet zo over. Ik was een van hen, en wij waren juist vrij sceptisch. Wij vergeleken het nieuwe altaarstuk met de kleurenfoto op een ter plaatse verspreide folder, en zeiden: dat ding is veel te rood. De digitale handlangers van Maerten ontkenden, zwaaiden met kleurstalen en met technische termen, maar het was hun woord tegen het onze. Niemand kon immers de overgeseinde kopie even vergelijken met het origineel in Zweden. En dat was toch wel een zot aspect van deze operatie.

De 'digitale terugkeer' van het altaarstuk voor Sint Laurens was een voorbeeld van de overschatting van een nieuw medium. In de vorige eeuw had je dat al met de telefoon. Mensen gingen in zaaltjes zitten om te genieten van concerten die via krakende lijnen miraculeus tot hen kwamen - van een kilometer verderop. Mooi is ook het verhaal uit de annalen van het modernisme, over hoe Moholy-Nagy in 1922 als eerste kunstenaar drie kunstwerken 'op afstand' maakte, eveneens via de telefoon. Hij had ze ontworpen op ruitjespapier en kon dus een werkman telefonisch de specificaties doorgeven.

Tien jaar geleden, toen de fax nieuw was, kreeg je literaire tijdschriften per fax; nu heb je ze op Internet. Maar je hoort er weinig meer over, en de tijd dat zoiets doorging voor een literaire vernieuwing is alweer voorbij.

Bovendien is tekst iets anders dan beeld. Het terugfaxen van Villa des Roses naar Parijs, dat zou net zo'n bezopen idee zijn als Van Heemskercks cyber-reis naar Alkmaar. Maar het zou aan Elsschots tekst niets toe- of afdoen. In Alkmaar daarentegen zitten ze nu met een erg slechte reproductie van dat altaarstuk, alleen maar omdat het via Internet moest. Het is hun eigen schuld, maar toch sneu.