Kamerleden over het gedrag van een commissaris

DEN HAAG, 25 SEPT.“Het inzicht groeit dat je niet zo'n sterke scheiding moet aanbrengen tussen de politiek en de rest van de wereld”, zei PvdA-voorzitter Rottenberg vier jaar geleden. Rottenberg typeerde het werk in de Tweede Kamer als “eenzijdig” en deed parlementariërs de suggestie het werkterrein te verbreden met bijvoorbeeld een bestuursfunctie of commissariaat.

Toen in 1984 CDA-minister Brinkman (Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur) Kamerleden een deeltijdbaan aanbeval, werd hij hard aangepakt door het gehele parlement, PvdA- en oppositieleider Den Uyl voorop. Brinkmans woorden waren provocerend. Tweede-Kamerleden hingen maar wat rond in het Haagse perscentrum Nieuwspoort, zei hij, ze zouden er beter aan doen midden in het leven te staan en hun informatie elders te halen. Den Uyl eiste destijds dat premier Lubbers zijn minister tot de orde zou roepen. Acht jaar later deed Rottenberg een soortgelijk voorstel als Brinkman.

De discussie over het Kamerlidmaatschap en betaalde nevenfuncties is actueel geworden nadat het tv-programma Netwerk zondag onthulde dat VVD-fractieleider Bolkestein als commissaris van het farmaceutisch bedrijf Merck, Sharp & Dohme rechtstreeks minister Borst (Volksgezondheid) heeft benaderd om aan te dringen op een spoedige toelating van het MSD-geneesmiddel Cozaar tot het geneesmiddelvergoedingssysteem.

Volgens de 'lijst van nevenfuncties leden Tweede Kamer der Staten-Generaal' telt de VVD-fractie de meeste leden met een betaald commissariaat. Is het lidmaatschap van de Tweede Kamer te combineren met een functie als commissaris? Een peiling onder Kamerleden en één oud Kamerlid.

L. Sipkes (GroenLinks) “We kunnen ons niet voorstellen dat een Kamerlid doet wat de heer Bolkestein heeft gedaan. Wij vinden dat onbehoorlijk en onfatsoenlijk. De uitzending van Netwerk heeft bij ons gevoelens van ongeloof, verbazing en verontwaardiging opgeroepen. Ook al zijn commissariaten toegestaan, dan is het nog niet zo dat een commissaris een politiek lobbyist is. De ongeschreven regel is dat een Kamerlid zoiets niet doet. Mijn fractie heeft geen behoefte aan een gedragscode voor Kamerleden. Ongeschreven regels en het simpele noblesse oblige moeten zwaarder wegen dan expliciete normering en richtlijnen.”

J. van Rey (VVD) “Ik ben een vurig aanhanger van het CDA en voormalig CDA-minister Brinkman heeft ooit Kamerleden geadviseerd om een bijbaan te nemen om feeling te houden met de maatschappij. Daar ben ik het voor honderd procent mee eens. Zelf ben ik grootaandeelhouder van een aantal verzekeringsondernemingen en woordvoerder verzekeringen in de Tweede Kamer. Daar heeft nog nooit iemand rechtstreeks tegen mij kritiek op gehad. Behalve de branche-organisatie, die vond dat ik te slap was. Toen dacht ik: 'Jos je bent goed bezig en hebt geen last van een belangenverstrengeling'.”

E. Heerma (CDA) “Ik vind dat de Kamer heel terughoudend moet zijn met het uitspreken van een voorlopig oordeel over de gedragingen van een collega. Bolkestein moet nu eerst zelf de gelegenheid krijgen en nemen om zijn zienswijze op de feiten te geven en verantwoording af te leggen over zijn gedrag. Een debat op korte termijn over normen en gedragsregels voor het handelen als commissaris en Kamerlid is wat mij betreft niet nodig. Er is geen onhelderheid over wat gepast en niet gepast is in het uitoefenen van de functie van volksvertegenwoordiger. Sterker, het komt mij voor dat dat glashelder is.”

R. Poppe (SP) “Het lidmaatschap van de Tweede Kamer en een commissariaat is absoluut niet te verenigen. Je bent maar één mens, de zuiverheid verdwijnt en de integriteit van de politiek staat op het spel. Het argument dat je via een commissariaat contact houdt met de wereld buiten Den Haag vind ik absolute onzin. Je moet luisteren en kijken naar wat er in de samenleving afspeelt. Er moet in de Tweede Kamer een code komen waarop we de collega's kunnen toetsen, maar het uiteindelijke oordeel ligt bij de kiezer. Die bepaalt door wie hij zich in de Tweede Kamer laat vertegenwoordigen. En als sommige partijen geen bezwaar hebben tegen een beroepslobbyist in de Kamer, dan zegt dat veel over de normen en waarden van die partij.”

J. van Walsem (D66, commissaris bij Nefist Fasto). “Een commissariaat is zeer goed te combineren met het Kamerlidmaatschap. Het is zelfs aan te bevelen. Je kunt via een commissariaat ideeën toetsen en voorkomen dat studeerkameroplossingen worden losgelaten op de maatschappij. Ik verdien 28.000 gulden met het commissariaat bij het installatiebureau Nefist Fasto. Stel dat er in de Kamer gesproken zou worden over CV-installaties dan zou ik niet het woord voeren. Ik vind dat niet te combineren.”

L. van Dijke (RPF) “Kamerleden zijn net gewone mensen. Zij mogen dezelfde dingen doen als mensen in de samenleving. Maar het dienen van het algemeen belang legt wel beperkingen op. Een Kamerlid moet zich ook achter de schermen verre houden van wetgeving die te maken heeft met het produkt van het bedrijf waar hij commissaris is. Wie als kamerlid een commissariaat aanvaardt, moet aan het bedrijf meteen duidelijk maken dat hij geen directe lijntjes naar Den Haag mag leggen. Of een nevenfunctie betaald is of onbetaald maakt in principe niets uit. Maar bij betaling laadt je wel eerder de schijn van zakkenvullerij op je. Ik zie niets in een gedragscode. Elke parlementariër weet wat wel en niet kan. Bolkestein heeft daar vermoedelijk andere opvattingen over dan de rest van de Kamer.”

H. Vos (PvdA, commissaris bij: de Noord- en Zuidhollandsche Vervoersmaatschappij, RBG-groep, Volvo Truck en Bus en TAS International): “Een betaalde of onbetaalde nevenfunctie maakt absoluut niet uit, het gaat om de toegevoegde waarde. Ik heb een paar betaalde en onbetaalde klussen en ik leer iedere dag. Als Kamerlid mag je 14.000 gulden bijverdienen. Van elk bedrag daarboven wordt de helft gekort op je Kamersalaris van 125.000 gulden. Ik vind wel dat je een scherpe scheiding moet aanbrengen tussen je nevenfuncties en het woord voeren in de Tweede Kamer. Je moet voorkomen dat de belangen zich gaan mengen.”

H. Nijpels-Hezemans (groep Nijpels/Senioren 2000) “Ik heb geen principiële bezwaren tegen het vervullen van een commissariaat. Een commissaris is er om de directie te controleren en niet om te lobbyen. Er zijn buiten commissariaten nog talloze dingen die een Kamerlid kan doen om binding met de samenleving te houden. Een Kamerlid hoeft immers niet altijd in de Kamer aanwezig te zijn. Ik ben zelf lid van het algemeen bestuur van de VVV in Eindhoven. Het is enigszins overdreven om nu een debat te gaan voeren over nevenfuncties. Er zijn immers al geschreven en ongeschreven regels.”

M. van Zuijlen (PvdA) “Een betaald commissariaat is te combineren met het Kamerwerk, maar het moet niet op hetzelfde terrein liggen als het woordvoerderschap. Je hebt dan de schijn tegen, ook al gebeurt er niets. Zo heb ik een commissariaat van de VPRO geweigerd, want ik ben woordvoerder mediazaken. Overigens zei het fractiebestuur, dat bij ons over dit soort zaken adviseert, me ook om het niet te doen. Ik heb nu een aantal onbetaalde bestuursfuncties en daar leer ik ontzettend veel van. En dat gaat veel verder dan het 'in de samenleving staan'-argument. Ik ga per slot ook elke zaterdag naar Albert Heijn.”

G. Gerritse (voormalig Tweede Kamerlid CDA, commissaris bij: NS, Parenco, Aegon, Koninklijke Drukkerij de Boer) “Ik had als Kamerlid veel nevenfuncties - commissariaten van grote ondernemingen twee bestuurslidmaatschappen met presentiegeld en drie onbetaalde bijbanen. Sinds ik eind jaren zeventig lid werd van de Tweede Kamer is geleidelijk het inzicht gegroeid dat je niet zo'n sterke scheiding moet aanbrengen tussen de politiek en de rest van de wereld. Veel politici hebben daar altijd schotten tussen gezet. Die schotten functioneren niet: er is een uitwisseling van invloed tussen enerzijds de politiek en anderzijds het maatschappelijk leven, zoals het bedrijfsleven envakbeweging.”

B. Korthals (VVD) “In het Nederlandse systeem mogen Kamerleden nevenfuncties hebben. Hoe een Kamerlid zijn nevenfuncties invult, is in beginsel zijn eigen verantwoordelijkheid. Ik zie niets in een gedragscode, waar D66 voor pleit. Als je vindt dat bepaalde nevenfuncties niet kunnen, moet je dat wettelijk vastleggen, niet in een vrijblijvende code. De VVD is wel bereid om het debat over een gedragscode aan te gaan. D66 moet daar maar het voortouw bij nemen. Er is altijd discussie mogelijk over wat wel en wat niet kan.”