JANNES VAN DER WAL 1956-1996; Uitzonderlijk mens

Hij was een talentvol dammer en een uitzonderlijk mens. Oud-wereldkampioen Jannes van der Wal kreeg vooral bekendheid door zijn gedrag buiten de speelzaal. Gisteren overleed hij in zijn woonplaats Groningen aan de gevolgen van leukemie. Hij is 39 jaar geworden.

Als kind was Van der Wal, opgegroeid in Friesland, een spelletjesfreak die de regels naar zijn hand zette. Op elfjarige leeftijd ging hij fanatiek dammen. Na een afgebroken studie wiskunde werd hij als twintigjarige beroepsdammer, zonder overigens de materiële voordelen uit te buiten. Met zijn vlassige kapsel, slobbertrui, geitenharen sokken en sandalen heeft hij zijn imago van 'vreemde snuiter' vormgegeven.

Hij was een dammer met originele oplossingen. Geniale zetten werden afgewisseld met domme (concentratie)fouten. Hij werd vier keer Nederlands kampioen en veroverde in Sao Paulo de wereldtitel. Zijn sportieve hoogtepunt in 1982 leverde veel publiciteit op. De naam Jannes werd een begrip. Hij trad op in reclamespotjes, in modeshows en hij gaf desgevraagd lezingen over economische vraagstukken. Pianospelen voor de camera was een geliefde bezigheid.

In deze periode kwam hij bijna elke week in het nieuws. Zo gaf hij tijdens het Nederlands kampioenschap in 1983, danig geïrriteerd over het spelverloop, de tijdklok een enorme klap waardoor de stenen van het bord vielen. Op weg naar een toernooi in Utrecht viel hij in de trein uit Groningen in slaap, waardoor hij pas drie uur na aanvang arriveerde. Zijn televisieoptreden bij Mies Bouwman, kort na zijn wereldtitel, was het gesprek van de dag. Van der Wal had geen antwoord gegeven op de meest simpele vragen en liet zijn ervaren gesprekspartner in vertwijfeling achter. Zo bont had Mies het nog nooit meegemaakt.

Een interview met Van der Wal was een verhaal apart. Tijdens een gesprek met deze krant is hij een paar keer kwaad van tafel gelopen. “Wat een stomme vraag zeg”, mopperde hij. Na een paar minuten ijsberen kwam hij tot bedaren en luisterde hij met een half oor en een verdwaasde blik naar de vragensteller. “Ik ben van mening dat ik ben uitgepraat', klonk het na een poosje. Het flesje alcoholvrij bier bleef onaangeroerd.

Van der Wal had begrip voor het feit dat hij door de meeste mensen niet werd begrepen. “Een wereldkampioen denksport kan zich geen groter compliment wensen.” Hij was zich goed bewust dat het grote publiek minder belangstelling had voor zijn damkwaliteiten dan voor zijn excentrieke gedrag. “Ik ben populair, in welke zin dan ook. Op straat wordt toch niet over mijn zet 19-23 gesproken. Dat ik me eens verslapen heb, is voor iedereen te begrijpen. Zo'n zet gaat het land niet door.”

De laatste jaren was hij alleen nog in de marge betrokken bij de damsport. Hij speelde simultaanpartijen om de bakker te kunnen betalen. Tijdens grote toernooien gaf hij op humoristische wijze tekst en uitleg aan het publiek. In vliegende vaart schoof hij de stenen over het bord. Om aan het eind van de analyse met een triest gezicht te concluderen dat het voordeel van wit of zwart onvoldoende was. “Wie weet wordt er nog wat geknoeid maar het blijft vast en zeker remise. Het is tenslotte dammen.”

Om zich niet langer te ergeren aan de vele remises besteedde Jannes van der Wal de laatste jaren meer tijd aan bridgen en schaken. In 1994 gaf hij een bij nader inzien nogal wrange verklaring voor zijn beperkte schaakmogelijkheden. “Ik ben nu veel ouder en de kans dat ik een ziekte krijg is groter. Dus de kans dat ik kampioen word is tamelijk klein.”