IMF optimistisch over Duitsland

WASHINGTON, 25 SEPT. Over Duitsland is het Internationale Monetaire Fonds in zijn World Economic Outlook voor dit jaar aanzienlijk optimistischer dan enkele maanden geleden de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Het IMF schat de Duitse groei in 1996 op 1,3 procent, terwijl de OESO van slechts een half procent uitging. Bonn zelf schatte de groei onlangs ook op maar driekwart procent, al was de Bundesbank vorige week iets optimistischer. Volgend jaar zit Duitsland volgens het IMF weer op het gemiddelde van de industrielanden.

Niet bekend

In de World Economic Outlook wordt de vrees geuit dat de Amerikaanse economie, ondanks de “goede” vorderingen bij de terugdringen van het begrotingstekort, dit jaar met 2,4 procent wat te snel groeit. Inflatie kan in de VS weer de kop opsteken, omdat de capaciteitsgrenzen inmiddels zijn bereikt. Volgens het IMF-rapport zou het daarom “op zijn plaats” zijn de monetaire teugels aan te halen. Deze krachtige waarschuwing komt nu de Federal Reserve (het stelsel van Amerikaanse centrale banken) juist gisteren besloot de rente niet te verhogen. De tekst van de World Economic Outlook was overigens al enkele dagen eerder vastgesteld. Het IMF waarschuwde onlangs Washington ook al om voorzichtig te zijn met belastingverlaging.

Het IMF meent dat in landen waar de doelstelling van lage inflatie niet in gevaar komt, een soepeler monetair beleid mogelijk is. In dit verband wordt de policy mix in de Europese landen van strak begrotingsbeleid en monetaire versoepeling (renteverlagingen) geprezen. Deze draagt er volgens het fonds aan bij dat de Europese economie in de tweede helft van dit jaar aantrekt.

In de World Economic Outlook wordt tegelijkertijd opnieuw gewaarschuwd dat de arbeidsmarkten in de Europese landen flexibeler moeten worden om de relatief hoge werkloosheid terug te dringen. De noodzaak van flexibeler arbeidsmarkten is volgens het IMF des te groter, omdat de EU-landen na de totstandkoming van de Europese muntunie geen onderlinge wisselkoersen meer ter beschikking hebben voor economische aanpassingen.

Het IMF heeft de groeiprognose voor Japan voor dit jaar fors (met 0,8 procent) naar boven bijgesteld tot 3,5 procent. Hieraan dragen de lage koers van de yen en ook de lage rentetarieven bij. Het IMF meent dat de rente in Japan “voorlopig” nog op het huidige lage niveau moet blijven, mede om bij te dragen aan de oplossing van de crisis bij de financiële instellingen (slechte leningen). Naarmate het herstel vordert moet het Japanse overheidstekort verder omlaag en is zelfs een surplus gewenst wegens de kosten van de vergrijzing.

De forse groei van de wereldeconomie als geheel is opnieuw voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de “indrukwekkende” prestaties van de opkomende economieën van de ontwikkelingslanden. Het IMF rekent hiertoe in de becijferingen van de World Economic Outlook nog steeds de Aziatische 'tijgers'. Deze landen geven dit jaar een groei van 8 procent te zien en volgend jaar van 7,5 procent. Zij vormen een “dynamische markt” voor de export van industrielanden en dragen door hun concurrentiekracht tegelijk bij aan verlichting van de inflatie in de wereld. Voor de Afrikaanse landen voorziet het IMF een toename van de groei van 3 procent vorig jaar naar 5 procent dit jaar en volgend jaar, al blijven er nog behoorlijke onderlinge verschillen. In Latijns Amerika treedt herstel op na de groeivertraging in 1995 als gevolg van de crisis in Mexico.

Volgens het IMF plukken de ex-communistische landen steeds meer de vruchten van de economische hervormingen. Deze groep van 'transitielanden' geeft in 1996 voor het eerst sinds de val van het communisme een positieve groei (0,4 procent) te zien, die volgend jaar oploopt tot 4 procent.