Het pantser van de dader; Verhoeff baseert noodlotsthriller op de zaak-Heijn

De langste reis. Regie: Pieter Verhoeff. Met: Johan Leysen, Eric van der Donk. Vertoningen in Nederlands Filmfestival, Utrecht: Camera, vr 19.30u; 't Hoogt 3, za 23.45u. Uitzending: Nederland 3, zo 22.10u.

Nog tijdens het Nederlands Filmfestival, waar de televisiefilm De langste reis van regisseur Pieter Verhoeff en scenarioschrijver Kees van Beijnum vrijdag in wereldpremière gaat, zendt de VPRO de door deze omroep geïnitieerde produktie al uit. Alleen al de aankondiging van het Stimuleringsfonds subsidie te verstrekken voor het schrijven van het scenario, zorgde destijds voor nieuws: de advocaat van de voor de ontvoering van en moord op industrieel Gerrit-Jan Heijn veroordeelde werkloze academicus F.E. trachtte vergeefs de totstandkoming van de film te verhinderen.

Verhoeff noch initiatiefnemer Van Beijnum (vorig jaar genomineerd voor de AKO Literatuurprijs) ontkent het verband met de zaak E. Iedereen kent de details, voor zover ze openbaar geworden zijn, van de in 1987 gepleegde misdaad, een van de meest geruchtmakende Nederlandse nieuwsfeiten van deze eeuw. Maar de afgesneden pink van het slachtoffer en het stoïcijnse kat-en-muisspel van E. met de politie, die maandenlang niet wist dat Heijn al op de dag van de ontvoering gedood was, komen in de film niet voor. In plaats van een dramatisering van de meest tot de verbeelding sprekende feiten, zoals het moment dat E. samen met zijn niets vermoedende gezin naar de televisieoproep van mevrouw Heijn aan de ontvoerder(s) keek, biedt De langste reis fictie: een gedetailleerd verslag van die ene dag die Gerard Mertens (Johan Leysen) en Willem-Jan Schuijt (Eric van der Donk) samen doorbrengen.

Over de afloop van dit eerder bedachte dan gereconstrueerde verhaal laten Verhoeff en Van Beijnum vanaf de eerste minuut geen onduidelijkheid bestaan. De vertelling begint met een flash forward van een lange stoet auto's aan een bosrand. De geboeide Mertens stapt uit en wijst met een knikje in de richting van een plek in het bos. De moord wordt gepleegd, de dader gepakt.

Van de lastige opgave met minimale middelen dramatische spanning te creëren in zo'n noodlotstragedie, kwijt Verhoeff zich met verve. Hij koos ervoor het verhaal uit te benen tot op de kern: spaarzame dialogen, een vooral in blikken en gebaren verbeeld psychologisch duel, enkele momenten waarop de ontvoerde bijna had kunnen ontsnappen. De meeste kans maakt het slachtoffer wanneer hij erin zou slagen het pantser van de dader te doorbreken, de onmenselijkheid te doen omslaan in empathie. Knap is de tekening van beider karakter en denkwijze, ook in het spel van de twee voortreffelijke acteurs. De zakenman realiseert zich langzaamaan wat de bedoeling is, maar kan het niet nalaten deze verloren dag in zijn agenda door te strepen. De gefrustreerde, hoogbegaafde maatschappelijke mislukkeling laat zich bijna verleiden tot het aangaan van een relatie met het slachtoffer, maar beseft dat het stug volhouden van zijn perfecte plan de enige kans is eindelijk eens een onderneming te voltooien, en daarmee zijn gevoel van eigenwaarde te ontdekken. Op dat vlak speelt het drama zich vooral af, maar het kost de toeschouwer moeite om zich een andere afloop dan de hem bekende voor te stellen. Het einde van de reis is terloops, een nekschot na een vluchtpoging.

De langste reis is bovenal een briljante stijloefening, een kale en kille noodlotsthriller in de trant van Jean-Pierre Melville (Le samourai). Mijn bewondering voor het script, maar vooral voor de regie is academisch van aard: heel bijzonder, gewaagd en virtuoos, maar wat wil die film mij vertellen? Plotseling is het afgelopen, met een knal en met de thuiskomst van de dader, die zich op dat moment moet realiseren dat hij de rest van zijn leven eenzaam zal zijn. En dan? Geen moraal, geen troost, geen katharsis, een doffe anti-climax. Het lijkt het leven wel.