Het Olympisch Stadion moet tegen de vlakte

In en buiten Amsterdam worden pleidooien gehouden voor het behoud van het Olympisch Stadion. Arjen Ribbens vindt het geldverspilling om het vervallen bouwwerk nog op te knappen. Bovendien is er weinig kans dat dit stadion nog rendabel te exploiteren is. Daarom moet het stadion afgebroken worden om vervolgens op het terrein huizen te kunnen bouwen.

Een stadion dat verroest en verrot is en rijp voor de sloop, een stadion dat niet meer beantwoordt aan de moderne eisen van luxe en comfort, een stadion zonder vaste bespeler, zonder publiek en zonder inkomsten, heeft zo'n stadion nog bestaansrecht? De gemeenteraad van Amsterdam meent van wel. Vorige week stemde de raad voorlopig in met een plan om het Olympisch Stadion in de hoofdstad te redden van de slopershamer. Wethouder Stadig (PvdA) toetst de plannen van de stuurgroep die pleitte voor behoud van het uit 1928 daterende rijksmonument. Na 1 december nemen de gemeente Amsterdam, stadsdeel Zuid en de provincie een definitief besluit.

De stuurgroep berekende dat afbraak onder een aantal voorwaarden kan worden voorkomen. Het sportcomplex moet een zinnige functie krijgen en de exploitatie moet financieel haalbaar zijn. Monumentenzorg dient 8,5 miljoen gulden bij te dragen aan de renovatiekosten van 23 miljoen gulden, het rijk en de gemeente Amsterdam ieder vijf miljoen. Een publieksactie moet vóór 1 december de resterende vijf miljoen gulden opleveren. Daarna kan het Olympisch Stadion worden gerestaureerd, aldus de stuurgroep, en opnieuw in gebruik worden genomen als een atletiekstadion met 22.500 zitplaatsen.

De plannen maken een desperate indruk. Wie de laatste tien jaar het Olympisch Stadion heeft bezocht, weet in welke betreurenswaardige toestand het verkeert. Betonrot en schimmel hebben de ovalen kolos in de houdgreep. Het stadion is dermate verslonst en vervallen dat een renovatieplan van slechts 23 miljoen gulden nauwelijks serieus te nemen is. Ruim vier jaar geleden becijferde het architectenbureau ZZ+P al, dat voor serieuze renovatie minstens 65 miljoen gulden nodig is. De opknapbeurt van de Rotterdamse Kuip, een stadion dat er lang niet zo slecht aan toe was, kostte een jaar geleden ruim 110 miljoen gulden.

Ook bij de financiering van de renovatie zijn kanttekeningen te maken. Waarom zouden rijk en gemeente voor een belangrijk deel van de kosten moeten opdraaien? De gemeente Amsterdam stak 60 miljoen in de bouw van de Arena, de nieuwe sporttempel in Amsterdam-Zuidoost, het rijk 7,5 miljoen gulden.

Maar belangrijker dan het geld, is de vraagstelling over de toekomstige functie. Een stadion zonder toeschouwers is als een speeltuin zonder kinderen, leeg en betekenisloos. Als voetbaltempel is het Olympisch Stadion door de komst van de Arena overbodig geworden. Ajax en het Nederlands elftal zullen er niet meer acteren. Net zo min als de footballspelers van de Amsterdam Admirals, de enige andere vaste bespeler van het oude stadion.

Volgens de stuurgroep moet het Olympisch Stadion een atletiekstadion worden. Directeur O. Roffel sprak ook over schoolvoetbaltoernooien. Maar is dat een 'zinnige functie' voor een sportcomplex met 22.500 zitplaatsen? De Adriaan Paulen Memorial in Hengelo is de enige baanatletiekwedstrijd in Nederland die publiek trekt. Bovendien hebben de beheerders van sportaccommodaties in de hoofdstad al laten weten, dat de atletiekverenigingen niet eens in het stadion willen zitten.

Hoe zorgt een stadion zonder grote evenementen voor een 'haalbare financiële exploitatie'? Daar is ook de stuurgroep nog niet uit. Zeker is, dat de toekomstige exploitant van het gerenoveerde stadion het niet van recettes moet hebben. Onder de tribunes kunnen kantoorruimtes en horeca-gelegenheden komen, suggereert de stuurgroep. Raadslid Van Duijn (De Groenen) noemde de plannen vorige week niet waterdicht. “Als er straks een financieel gat is, komen ze toch weer bij de gemeente terug”, zei Van Duijn. Die vrees lijkt niet zonder grond, temeer daar er nog geen exploitant is gevonden.

Het reddingsplan voor het Olympisch Stadion is net zo mager als de drie argumenten tegen sloop, die de tegenstanders sinds jaar en dag hanteren. In een reclamecampagne brengt het Nationaal Reddingsfonds Olympisch Stadion ('Met uw steun blijft het stadion staan') die argumenten dezer dagen met hulp van bekende sportliefhebbers als Freek de Jonge, Henk Spaan en H.J.A. Hofland nog eens voor het voetlicht.

De schepping van bouwmeester Jan Wils is volgens hen een unieke afsluiting van Berlage's Plan-Zuid, een architectonisch, cultuurhistorisch en stedebouwkundig monument dat zijn weerga niet kent. “Het behoud van het Olympisch Stadion is een kwestie van beschaving”, beweert Spaan. “Afbraak is verwoesting”, stelt Hofland.

Bovendien doen de tegenstanders van sloop een beroep op het culturele geweten. “Nergens ter wereld is ooit een olympisch stadion afgebroken. Dus ook niet in Amsterdam”, veronderstelt Ellen van Langen in een andere advertentie. Het derde en laatste argument tegen afbraak heeft een nostalgisch/sentimenteel karakter: “Het Olympisch Stadion is een bolwerk van dierbaarheid, eigendom van het volk”, beweert Hofland. “Een monument voor de gewone mensen”, aldus Spaan.

Tegen gevoelens van heimwee valt weinig in te brengen. Toch zagen de voetbalsupporters in eetcafé Van Gelder aan het Stadionplein het stadion vorig jaar in deze krant zonder hartzeer verdwijnen: “Daar laat niemand hier een traan over.” En over de recente sloop van De Meer hoor je de Ajax-fans pas morren toen ze geen kroketten konden krijgen in de Arena.

Simpeler te ontkrachten is de bewering dat het Olympisch Stadion in de hoofdstad het eerste olympisch stadion zou zijn dat wordt afgebroken. Een dergelijk barbaars lot viel eerder de olympische stadions van Antwerpen (1920) en Parijs (1924) ten deel.

Ook tegen het architectonische bezwaren is het nodige in te brengen. Het Stadionplein is in deze krant eens treffend omschreven als 'oorlogsgebied'. De Febo en de kale Citroën-gebouwen domineren het plein, dat net zo grauw, vervallen en troosteloos is als het stadion. Schreef Nescio niet: “Behalve den man, die het Stadionplein de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan den uitvreter”?

De strijd die nu nog voor het Olympisch Stadion wordt gestreden, komt tien jaar te laat. De gemeente Amsterdam had er destijds op sportieve en financiële gronden beter aan gedaan het Olympisch Stadion (en de omgeving van het stadion) drastisch te renoveren. Nu de Arena er staat, kunnen op de middenstip van het Olympisch Stadion beter huizen worden gebouwd.