Goedbedoelende moralisten

Prijzende woorden hebben Richard Goldstone begeleid bij zijn vertrek als hoofdaanklager van het Joegoslavië-tribunaal. Het zou de moeite waard zijn, en het is er nog niet te laat voor, om een bloemlezing te maken van de sceptische, de meewarige en de afwijzende commentaren waarmee zijn aantreden twee jaar geleden is begroet.

Samengevat: het tribunaal zou met al zijn 'goedbedoelde' activiteiten niets te betekenen hebben. Een hoofdaanklager als Goldstone zou de politici die naar een oplossing voor Bosnië zochten, alleen maar 'voor de voeten lopen'. Goldstone heeft toen geantwoord dat in zijn opvatting het recht niets met de politiek te maken heeft. Het recht geldt, onafhankelijk van de vraag hoe de politici het voor hun doel denken te kunnen gebruiken. De oorlog was nog in volle gang, de misdaad in opmars en de politici die naar een oplossing zochten, deden dit voornamelijk door het ene compromis na het andere met de oorlogsmisadigers te sluiten. Dat was een politiek waarbij de beleidsmakers de verdedigers van het recht voor de voeten liepen. De gevolgen van dit realisme zijn bekend.

Bij zijn afscheid heeft Goldstone laten weten hoe hij over de toekomst van het tribunaal denkt. Het ontbreekt de politieke leiders van het Westen aan politieke wil om de belangrijkste verdachten, een paar dozijn, te laten arresteren. Ze willen hun soldaten niet in gevaar brengen. Vaak is hem de vraag gesteld, één van de kernvragen van het Bosnisch conflict, wat hij een moeder zou zeggen wier zoon bij een arrestatie in Pale was doodgeschoten. “Dat zou ik haar op dezelfde manier verklaren als wanneer hij bij de arrestatie van een seriemoordenaar in Amerika het leven had gelaten.” Als het zo doorgaat, als de wil er niet is om het voornemen uit te voeren, kan het tribunaal niet datgene doen waarvoor het is opgericht. En wat is dan, vraagt Goldstone zich af, de zin om er nog mee door te gaan?

Dat is het uiterste gevolg van het gebrek aan politieke wil. De bestaansreden van het tribunaal zal niet verdwijnen maar het zal resultaten moeten hebben en daarvoor zijn de arrestaties nodig. Zal er, bij gebrek daaraan, voldoende politieke wil zijn om het op te heffen? Zeer onwaarschijnlijk. Een nederlaag van dergelijke omvang wordt niet openlijk toegegeven. Zo daagt dan langzamerhand een toekomst waarin dit internationaal tribunaal tot berechting van massamoordenaars in vergetelheid wegkwijnt. Degenen die dat laten gebeuren stellen feitelijk ook een politieke daad: ze melden de oorlogsmisdadigers dat die zich niet buitengewoon bezorgd hoeven te maken. Laatstgenoemden zullen zich voelen aangesproken in hun gevoel voor humor en het bevestigt ze in hun overtuiging.

Wie het recht wil handhaven kan soms niet buiten geweld. Wie omvangrijk onrecht heeft ontmaskerd, en vervolgens geen geweld gebruikt hoewel dat mogelijk is, erkent daarmee feitelijk het onrecht. Dit gebeurt op het ogenblik met de oorlogsmisdadigers in Bosnië. Jim Hoagland, columnist van de Washington Post (en één van de best ingelichte) is tijdens de verkiezingen in Bosnië geweest. Uit zijn analyse blijkt dat in het Servisch deel generaal Mladic een actievere rol in de politiek speelt dan men de veldheer van Srebrenica toewenst. Het 'produkt' dat Mladic op het ogenblik levert is 'rust'. Servische soldaten hebben niet op de Amerikaanse geschoten. Mladic blijft op vrije voeten zolang deze rust duurt. Daarover bestaat geen formele overeenstemming; het is een stilzwijgend begrijpen van soldaat tot soldaat. De operationele behoeften van IFOR en de noodzaak om te voorkomen dat het massale moorden opnieuw begint worden belangrijker gevonden dan de druk van juristen in Den Haag en moralisten in Amerika om Mladic te arresteren. En verder: “Wil men dat doen dan moet men er een omvangrijke militaire campagne en een langdurige bezetting van het Bosnisch-Servische gebied voor over hebben.” Niemand kan het tegendeel bewijzen, maar dit laatste argument is verwant aan de overwegingen op grond waarvan er tot augustus 1995 niet militair is geintervenieerd.

En dan is er in de column van de gezaghebbende Amerikaan nog een opmerkelijke passage. In de kritiek op het betrekkelijk passieve gedrag van IFOR ligt de onuitgesproken hoop dat de processen tegen de oorlogsmisdadigers in het Westen een schuldgevoel zouden helpen verzachten; de schuld vooroorzaakt door het toestaan van de grootste massamoorden sinds de Tweede Wereldoorlog. Deze redenering volgend: zou het met rust laten van een der hoofddaders het schuldgevoel niet nog groter maken?

De geschiedenis herhaalt zich nooit, maar wat er nu gebeurt, doet wel aan vroeger denken. Nadat de oorlog voorbij is (dankzij gebruik van geweld) raken in het Westen de realisten en de 'moralisten', de 'goedbedoelenden' opnieuw met elkaar in conflict. Hoe is het mogelijk geweest dat nog maar een jaar geleden 8.000 mensen spoorloos uit Srebrenica zijn verdwenen? Hoe heeft de oorlog met dit spectaculaire sluitstuk kunnen ontstaan? Tegen historisch onderzoek heeft niemand bezwaar. In Le Monde van het afgelopen weekeinde staat weer eens de foto waarmee Nederland het vorig jaar bekend is geworden: generaal Mladic, kolonel Karremans (voor zijn bevordering) en de hand van een onbekende die een fles sljivovic aanreikt. (Deze keer is het de illustratie bij een beschouwing over de documentaire Srebrenica die donderdag op de Franse televisie, kanaal 2, om 20.55 zal worden vertoond.) Historisch onderzoek is televisie, drama. Arrestatie van de schurk in het stuk blijft politiek, een bedrijf waarvan juristen, moralisten en andere goedbedoelenden geen kaas hebben gegeten.